Afghanistan nog in de gevarenzone

De grote strijd is volgens de VS voorbij in Afghanistan. Maar de vrede is nog ver weg. VN-gezant Brahimi waarschuwt opnieuw.

De speciale VN-vertegenwoordiger voor Afghanistan, Lakhdar Brahimi, heeft opnieuw gewaarschuwd voor de onveilige situatie in het land. Recente aanvallen op hulpverleners, interne strijd tussen krijgsheren, de handel in drugs en toenemende activiteiten van de Talibaan en milities van Al-Qaeda bedreigen het vredesproces in Afghanistan, zei Brahimi gisteren in New York in een verslag aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Volgens Brahimi vinden in Afghanistan bijna dagelijks aanslagen plaats die worden uitgevoerd door elementen die vijandig staan tegenover de centrale regering van interim-president Hamid Karzai in Kabul. De internationale vredesmacht ISAF (waaraan Duitsland en Nederland gezamenlijk leiding geven) zorgt voor veiligheid in de hoofdstad Kabul, maar het is nu tijd dat ook de veiligheid in de rest van het land wordt gewaarborgd om te voorkomen dat de steun voor de regering en het vredesproces op een gevaarlijke manier wordt ondermijnd, aldus de VN-gezant. Secretaris-generaal Kofi Annan van de VN heeft in het verleden al vaker, tevergeefs, gepleit voor uitbreiding van het ISAF-mandaat tot gebieden buiten Kabul.

Cruciaal is volgens Brahimi dat vaart wordt gemaakt met de ontwapening van milities die trouw zijn aan regionale en lokale veldheren, en dat de opbouw van een nieuw, multi-etnisch samengesteld nationaal leger gestalte krijgt. Hoewel met dat proces is begonnen, is nog onvoldoende vooruitgang geboekt. ,,In de ogen van misschien wel de meerderheid van de Afghanen dienen de huidige nationale veiligheidsinstituties niet het nationale belang van alle Afghanen'', aldus Brahimi. Al vaker is kritiek geuit op de Tadzjiekse dominantie binnen onder andere het ministerie van Defensie.

De regering van Karzai werkt momenteel aan de opstelling van een nieuwe grondwet en aan de voorbereidingen van verkiezingen volgend jaar. Oud-koning Zahir Shah installeerde eind april een Constitutionele Commissie die is belast met het schrijven van de nieuwe grondwet en die daarvoor provinciale consultaties zal organiseren. Heikel punt in de discussie over de grondwet is het islamitische karakter ervan. Geestelijke leiders hebben al opgeroepen tot invoering van de shari'a, de strenge islamitische wetgeving.

Maar al die pogingen om uitvoering te geven aan het in december 2001 in Bonn vastgelegde vredesplan voor Afghanistan dreigen te verzanden, indien rust en orde niet in het hele land worden hersteld, stelt Brahimi. Zo werd eind maart een medewerker van het Rode Kruis vermoord, wat tot grote ongerustheid heeft geleid bij internationale hulporganisaties in Afghanistan.

Brahimi's noodkreet komt een week nadat de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, in Kabul het einde aankondigde van de ,,belangrijke gevechtsoperaties'' in Afghanistan door de door de Amerikanen geleide coalitie. Maar hij zei ook dat de oorlog tegen het terrorisme nog niet voorbij was, en verwees met name naar de hergroepering van Talibaan en Al-Qaeda in het zuiden van Afghanistan en in het grensgebied met Pakistan. Daarbij valt ook steeds de naam van de extremistische Pathaanse krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar, die korte tijd premier was, en zich nu verenigd lijkt te hebben met verdreven milities van de Talibaan.

Maar behalve op de anti-Amerikaanse aanvallen in het zuiden en oosten wijst Brahimi ook op de aanhoudende onderlinge rivaliteit tussen verschillende krijgsheren elders in het land, en de onderdrukking van de burgerbevolking door losse milities. Op papier hebben de meeste krijgsheren zich geschaard achter de regering van Karzai maar in de praktijk geven ze prioriteit aan instandhouding en uitbreiding van hun eigen machtsposities. Daarnaast stipt Brahimi in zijn verslag de verwoestende werking aan van de drugsteelt. Ondanks pogingen de papaverteelt uit te bannen, zal Afghanistan voorlopig nog wel de belangrijkste opiumproducent in de wereld blijven, voorspelt de VN-gezant. De enorme winsten die voortvloeien uit de drugssmokkel moedigen de veldheren en maffiabazen niet erg aan deze activiteiten te staken.

En dan zijn er de mijnen die nog steeds in de Afghaanse bodem verstopt liggen. Elke maand worden gemiddeld 120 mensen het slachtoffer van deze `stille moordenaars', zegt Brahimi. Dat recentelijk in het zuiden opnieuw aanvallen werden uitgevoerd op konvooien van mijnopruimers, waarbij een hulpverlener werd gedood, is een veeg teken.