Advies: `Versterven is in de praktijk veelal humaan'

De praktijk in psychogeriatrische verpleegtehuizen om zwaar zieke, demente patiënten een zachte dood te bezorgen (`versterven'), zorgt niet voor ernstig lijden. Als het kunstmatig toedienen van voedsel en drinken wordt stopgezet volgt veelal een humane dood.

Dat concluderen onderzoekers van het Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek (EMGO) van de Vrije Universiteit in een advies dat gisteren aan demissionair staatssecretaris Ross-Van Dorp (Volksgezondheid). Aanleiding voor het onderzoek was de commotie in 1997 rond het verpleeghuis Blauwbörgje in Groningen. Een 62-jarige Alzheimerpatiënt zou zijn uitgedroogd zonder overleg met de familie.

,,Dit was duidelijk een incident'', zegt onderzoekster R. Pasman, die zelf zeven maanden meeliep in een verpleegtehuis. Wat haar opviel was dat ,,verpleeghuisartsen juist heel zorgvuldig met de familie overleggen.''

,,Zes weken na de dood waren alle familieleden die we hierover hebben ondervraagd nog steeds tevreden over de manier waarop de beslissing tot stand was gekomen'', aldus Pasman. `Versterven' wordt beschouwd als normaal medisch handelen in verpleegtehuizen. Bij een kwart van de patiënten – jaarlijks 5.500 tot 6.000 – wordt kort voor het overlijden afgezien van het toedienen van voedsel en vocht. In tweederde van de gevallen is naast zware dementie sprake van een acute ziekte en is er geen uitzicht meer op verbetering. Geleidelijk aan waren de patiënten al minder gaan eten en drinken en verzwakten ze. ,,Waarom ze dat doen blijft onduidelijk'', aldus sociologe en verpleegkundige Pasman. ,,Na het stopzetten van voedsel en vocht raken patiënten veelal versuft en apathisch, waardoor het lijkt of ze minder last hebben van pijn en benauwdheid.'' ,,Lijkt'', benadrukt ze, ,,want we kunnen het de patiënten niet zelf vragen.''

De onderzoekers stuurden naar 39 tehuizen vragenlijsten. in totaal volgden ze volgden ze 190 demente bejaarden. In 178 gevallen werd de voeding gestaakt en zestig procent stierf binnen een week, 15 procent leefde nog na zes weken en een enkeling ging weer eten en drinken. In de twaalf gevallen waarin wel eten en drinken bleef toegediend, gebeurde dat deels op verzoek van de familie. ,,Soms is de familie niet toe aan afscheid'', aldus Pasman.

De onderzoekers concluderen dat de huidige praktijk niet ingrijpend gewijzigd hoeft te worden. Wel moeten verpleegtehuizen stimuleren dat patiënten een wilsverklaring opstellen als ze nog redelijk gezond zijn. ,,Het is nu vaak moeilijk om de wens van de patiënt te reconstrueren'', zegt Pasman. Ook moeten verpleegtehuizen richtlijnen voor versterven opstellen. Tweederde van de verpleegtehuizen heeft nog geen protocol.