Van CEO's en CAO's

Stel, een werknemer in Pernis ziet op een kwade dag een verdacht rookpluimpje ontsnappen uit een pijpleiding. Fluks waarschuwt hij alle relevante bedrijfsdiensten, het euvel wordt verholpen en de raffinaderij wordt behoed voor een ontploffing met een schade van honderden miljoenen euro's. Kan hij nu zeggen: ,,Ik heb mijn bedrijf behoed voor een enorme schade, dus het zou billijk zijn als ik daar een paar miljoen van krijg?''

Ander voorbeeld: een laborant in dienst van een farmaciebedrijf vindt, in de late uurtjes van een donderdagavond, eindelijk het laatste ontbrekende stukje van een eiwitsynthese die de onderneming een medicijn oplevert tegen, zeg, Alzheimer, dat in de jaren daarna miljarden aan omzet zal genereren. Heeft hij recht op een deel van die miljarden? Hebben zijn collega's, die in de gezamenlijke inspanning van het lab zelf ook stukjes van het medicijn hebben aangedragen, ieder ook zo'n recht?

Onwaarschijnlijk. In loondienst verrichten mensen nu eenmaal werkzaamheden die een bedrijf winst opleveren die hun eigen beloning te boven gaat. Als zij zelf al hun inspanningen vertaald willen zien in het rendement dat daar uit wordt behaald, moeten ze niet in loondienst gaan, maar zelf een bedrijf oprichten. Ergens tussen deze twee extremen zweeft de prestatiegebonden beloning. Dat de farma-werknemer een bonus krijgt omdat het door hem mede uitgevonden medicijn miljarden oplevert, ligt voor de hand. Maar zou hij ook tot die prestatie gekomen zijn buiten de context van zijn bedrijf, dat hem de kennisomgeving, de technische middelen en marketingmacht ter beschikking stelde? Lastiger wordt het nog voor de werknemer die zijn bedrijf behoedt voor een miljoenenschade. Is een aandeel in het vermijden van verlies vergelijkbaar met een aandeel in het realiseren van winst?

Al die overwegingen komen samen in de uitspraken van Cor Boonstra in het vraaggesprek met deze krant afgelopen zaterdag, in verband met de rijkdom van topmanagers. ,,Ik vond mezelf maar een knulletje als ik voor Philips bedrijven kocht en de voormalige eigenaars gingen weg met een miljard dollar. Als je dan ziet hoeveel waarde ik heb toegevoegd aan Douwe Egberts, aan Sara Lee, aan Philips – dat zijn onmeetbare bedragen.'' En: ,,als ik (..) Philips heb behoed voor verkeerde avonturen, als ik er voor heb gezorgd dat de balans van Philips gezond is gebleven – mag ik dan ook enig voordeel hebben?''

Dat zijn legitieme vragen van Boonstra. Het probleem is dat het legitieme vragen zijn voor álle werknemers in een bedrijf. Want ook zij stellen, de een meer dan de ander, hun talent, vindingrijkheid en energie ten dienste van hun bedrijf. Daar zijn ze namelijk voor ingehuurd.