Valse hoop

Van het effect van Fortuyn is nauwelijks nog iets over omdat in hetgeen hij te berde bracht het niet ging om wezenlijke verandering of vernieuwing. De gestelde problemen werden wel door velen herkend maar waren procesproblemen, tijdelijk van aard: verstoringen in de uitvoering van processen in de gezondheidszorg, doorgeslagen regelgeving, bottlenecks in de verkeersstromen, etc. Wel lastig en belangrijk, maar niet uniek of bijzonder. Dergelijke problemen doen zich overal voor in moderne, technisch ontwikkelde samenlevingen en zijn daarvoor in zekere zin kenmerkend.

Het meest fundamentele politieke en economische probleem dat hij aan de orde stelde is zo oud als de politieke en economische stelsels zelf: de directe toegang van de burger tot de politieke besluitvorming is zeer beperkt.

Fortuyn vertaalde dit in de Haagse kaasstolp, de achterkamertjes en de geslotenheid van `de gevestigde orde' waarbij hij voor het gemak eerst het paarse kabinet en later alleen de PvdA of `links' definieerde als de gevestigde orde.

Maar het gebrekkig functioneren van democratieën is een verschijnsel van alle landen en tijden. De macht is nergens aan het volk, maar in handen van politieke en economische elites.

Daar hadden we Fortuyn niet voor nodig, Marx schreef er een eeuw geleden al over. Nergens ter wereld fungeren stelsels waarbij de burger in grote mate invloed heeft op politieke besluitvorming en daar waar dit deels wel zo is zijn de achterkamers, gemanipuleerde informatievoorziening en corruptie volop aanwezig en actief.

Fortuyn leek, met het stellen van dit probleem, een steen in de vijver te gooien en dit gaf velen hoop. Maar uit zijn oplossingen bleek al snel dat dit ijdele, zo niet valse hoop was.