Tolerantie opgeofferd aan morele eigenwaan

Terecht vroeg Fortuyn aandacht voor de noodzaak van openheid en daadkracht. Maar hij deed het op een volstrekt verkeerde manier, vindt Bart Nooteboom.

Fortuyn heeft de frustratie en woede blootgelegd van mensen die zich in de steek gelaten voelen door een gesloten politieke elite. Deze heeft zich los gezongen van de samenleving. Daarin ligt een reëel gevaar, in die elite die zichzelf de aandacht en de baantjes toespeelt. Etnische spanningen, woekering van criminaliteit, en verloedering van stadswijken zijn verwaarloosd en verdoezeld. Omdat maatschappelijke onderlagen hiervan het meest de dupe zijn, trof het verwijt vooral de PvdA. Die is nu van plan de straten op en de wijken in te gaan. Wouter Bos heeft er demonstratief geparadeerd. Dat heeft Fortuyn in elk geval bereikt.

In gesloten klieken is er ruimte voor leven en laten leven, worden problemen afgedekt, en schuift men elkaar de baantjes toe. Daar moeten we wat aan doen. Het parlement moet meer een afspiegeling worden van de bevolking, en er moet meer doorstroming zijn. Het mag geen automatisme zijn dat mislukte of uitgediende politici leuke baantjes krijgen die beter door anderen vervuld zouden kunnen worden.

Het is echter te gemakkelijk en hypocriet om gesloten klieken alleen aan `de politiek' toe te schrijven. Daarmee onderschatten we ook het probleem. Er is een algemene neiging tot kliekvorming. We zien het in het bedrijfsleven, waar de top zichzelf overschat en buitensporig beloont, in een mutual admiration society van raden van commissarissen waar topmanagers bij elkaar op schoot zitten. We zien het in de groepen die zich beklagen, inclusief de LPF. Heinsbroek werd minister omdat hij buurman was van Hoogendijk.

Naast de geslotenheid van klieks is er een tweede probleem. Er heerst, ook buiten de politiek, een politieke correctheid van tolerantie, die ontaard is in gedoogcultuur en bestuurlijk onvermogen.

Op dit verwijt tamboereren ook de neoconservatieve ideologen achter president Bush. De morele en bestuurlijke slapte wordt gezien als een nalatenschap van de jaren zestig, met hun excessieve tolerantie en vrijheid-blijheid. Postmoderne verdwazing heeft geleid tot extreem relativisme, en dat leidt tot onverschilligheid. De baby-boomers zijn de schuldigen. Dat zeggen de ideologen achter Bush, en dat zei ook super baby-boomer Pim Fortuyn.

Hier ligt een urgent vraagstuk van politieke filosofie. Die filosofie telt kennelijk. Een boek van een van de Amerikaanse politieke filosofen van het neoconservatisme is voor Bush het belangrijkste boek na de bijbel.

Wat is ons antwoord op de neoconservatieve filosofie, in binnen- en buitenland, van Fortuyn en van Bush? Hoe behouden we tolerantie voor en zelfs waardering van verschillen in levenswijze en levensvisie, zonder te vervallen in radicaal relativisme, verdoezeling van conflict, bestuurlijke verlamming, en tolerantie van tirannie? Hoe bereiken we daadkracht en helderheid van oordeel, zonder te vervallen in radicalisme, onverdraagzaamheid, imperialisme en tiranniek gedrag? Het fortuynisme heeft, net als Bush, de tolerantie geofferd aan een pose van daadkracht en morele eigenwaan.

Om aandacht voor zijn ideëen te forceren heeft Pim Fortuyn uitbundig geappelleerd aan gevoelens van frustratie, vooroordeel, nationalisme, ijdelheid, gekrenkte trots, egoïsme, klaagzucht en slachtofferschap. Hij heeft laten zien hoeveel politieke winst er ligt in zo'n appèl. Hij was briljant in zijn gevoel en zijn retoriek daarvoor.

Hij heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat de democratie alleen nog lijkt te werken als een politieke soap. Naast filmsterren en voetballers moeten nu ook politici publieke helden zijn, om plaatsvervangende glamour te bieden. Balkenende wordt geridiculiseerd omdat hij lijkt op Harry Potter, en dat is niet het gevraagde soort held. Bush profileert zich als John Wayne en wint. Remkes profileert zich als een Rambo met een ferme schop, maar of hij daarmee wint staat nog te bezien. Nieuws en discussie moeten in de media concurreren met quiz en soap.

In de strijd om aandacht is er een symbiose van media en politiek. De media gebruiken de politici als sterren in de soap, en politici moeten er aan meedoen om de nodige aandacht te krijgen. Samen creëren zij een schijnwereld. In de vertierpolitiek verdringt debilisering het weloverwogen argument.

Fortuyn heeft dit niet veroorzaakt. Hij was er goed in, heeft er gebruik van gemaakt, en heeft het tot norm verheven. Hij was een ster in de soap van de vertierpolitiek, waar argumenten minder tellen dan emotional branding. Hij kwam vooral met klachten en nauwelijks met oplossingen. Hij sprak zichzelf aanhoudend tegen, soms in dezelfde zin. Het fortuynisme roept om helderheid en flinke daadkracht, maar draagt daar zelf niet toe bij. Daarmee werd het onderdeel van een klaag- en slachtoffercultuur.

Fortuyn kon in zijn rol van soapster ook zijn persoonlijke ressentimenten en ijdelheid bot vieren. Zijn mobilisatie van het ongenoegen was voor velen bedreigend en beangstigend, omdat zijn uitingen intolerant, denigrerend, en kwetsend waren. Hij toonde een democratisch tekort aan op een wijze die bedreigend was voor de democratie. Die kritiek op Fortuyn is door aanhangers van de LPF afgewezen als demonisering. Als iemand zich daaraan schuldig maakte, dan was hijzelf het wel. In Fortuyns huidige martelaarschap dreigt elke kritiek te verstommen.

Het was een vergissing van het fortuynisme om te denken dat democratische openheid vraagt om onbeteugelde expressiedrift en impulsiviteit van handelen. ,,Ik zeg wat ik denk, en ik doe wat ik zeg'', zei Pim. Als je dat letterlijk toepast wordt het aanmatigend, confronterend, en kwetsend. Het jaagt mensen in het harnas, zet hen voor het blok, blokkeert vertrouwen, en maakt onderhandeling en democratische compromissen onmogelijk.

Gelukkig heeft de LPF de ruimte gekregen om in het laatste kabinet te laten zien dat dramapolitiek en soap in de praktijk van het besturen niet werken. Verantwoord bestuur vergt zorgvuldigheid, geduld, overleg, en het overstijgen van het eigen ego. Vele vraagstukken zijn niet dramatisch en spannend, maar saai en taai. Bescheidenheid, niet profileringsdrang zou een deugd moeten zijn.

Kortom, het fortuynisme heeft een dilemma blootgelegd. Openheid en daadkracht kunnen alleen bereikt worden door hetze, onverdraagzaamheid, radicalisme en soap, terwijl die juist weer openheid de das omdoen. Zou het voor het doorbreken van het gesloten politieke circuit helpen om bestuurders direct te kiezen, en om een districtenstelsel in te voeren, zoals D66 bepleit? Of slingert dat de politieke soap alleen maar verder aan?

Je moet blijven geloven dat het mogelijk moet zijn om openheid, diversiteit, tolerantie en debat te combineren, met kracht en vitaliteit van argumenten, oordelen en daden. Het fortuynisme heeft laten zien dat dit nodig is. Het heeft ook laten zien hoe het niet moet.

Bart Nooteboom is hoogleraar bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.