Prachtige kroniek van een gebarsten luchtbel

Het Amerikaanse kunsttijdschrift Artforum bestaat veertig jaar en dat wordt twee maanden lang op gepaste wijze gevierd – groots. Want Artforum, dat was het blad van grootse kunst, de kunst uit de jaren tachtig. Dat was de tijd waarin kunstenaars echte sterren werden, waarin verzamelaars om hun werk vochten en kunst op veilingen recordopbrengsten bereikte. De jaren van Cindy Sherman en Julian Schnabel, van Nan Goldin en Jeff Koons, maar ook van Philip Taaffe en Mike Bidlo – en wie kent die nog? De megalomane sfeer die deze scene omringde, is door Artforum nog één keer teruggehaald in twee `special issues', beide meer dan 250 pagina's dik.

Juist doordat Artforum al die jaren bovenop de Amerikaanse hype heeft gezeten, er zelfs mede-aanjager van was, zijn deze nummers prachtige kronieken van een tijdperk waarin de kunst daadwerkelijk tot de hemel leek te reiken. Je zou het kunnen vergelijken met de internet-hype van een paar jaar geleden: plotseling geloofden kunstenaars werkelijk dat ze Master of the Universe waren en dat dat nooit voorbij zou gaan.

Maar natuurlijk was dat een illusie. In het eerste terugbliknummer van Artforum, vorige maand, werd de bloeiperiode uitgebreid uit de doeken gedaan. Nu, in deel twee, volgt het vanzelfsprekende verval. Want op het succes volgde de overmoed. Plotseling was iedere kunstenaar met één idee een ster die galeries en veilingen op zijn grondvesten kon doen schudden. En dacht iedereen zulke kunstenaars te kunnen ontdekken. De luchtbel werd te groot en barstte. Vanuit Engeland verschenen de jonge Engelsen aan de horizon, in Duitsland de Becher-Schule. Ondertussen werd in New York Richard Serra's monumentale Tilted Arc, hét symbool van de megalomane Eigthies, gesloopt, na klachten van omwonenden. En de kunstmarkt zakte als een pudding in elkaar.

De gevolgen daarvan waren desastreus, maar niet voor alle betrokken kunstenaars. Sommigen, zoals Cindy Sherman en Jeff Koons, werden zelfs nóg beroemder. De slachtoffers vielen vooral onder de mindere goden, die raakten beklemd tussen hun beperkte talent en de hoge prijzen die ze moesten waarmaken. Juist omdat zij in Artforum ruimschoots aan bod komen, is vooral het tweede nummer een prachtige kroniek van voorbije illusies. Neem het geval Mike Bidlo, een schilder die naam maakte met het minutieus naschilderen van werken van onder anderen Pollock, Picasso en De Chirico. Even, op de toppen van de euforie, leek dat een geniale conceptuele geste, maar buiten Amerika raakte Bidlo snel vergeten. Ondertussen werkte hij rustig door. Zijn nieuwste werk bestaat uit kopieën van Andy Warhols `Oxidation'-paintings, waarvoor Warhol, zoals bekend, over zijn eigen doeken piste. Dat viel Bidlo nog niet mee: ,,I finally got it right, but it took a long time''. Als je dat zo leest, is het bijna jammer dat die werken Europa waarschijnlijk nooit zullen halen.

Artforum, special issues. Maart en april resp. 288 en 256 blz., €10,90.