Opknapbeurt voor het Korenburgerveen

Hoe houd je tegenwoordig hoogveen in stand? Door regenwater met dammetjes vast te houden. Zoals in het Korenburgerveen in de Achterhoek.

Vroeger, vertelt beleidsmedewerker Bart van Tooren van Vereniging Natuurmonumenten, was het bestaan van hoogveen heel normaal. Veen ontstaat in gebieden met een wateroverschot wanneer de afbraak van plantenresten trager verloopt dan de opbouw van nieuw materiaal, legt hij uit. In water verteren plantenresten traag. Laagveen wordt hoogveen wanneer het niet meer wordt beïnvloed door het grondwater, maar alleen nog door regenwater. Maar hoogveen is schaars geworden. De gebieden zijn vanaf de Middeleeuwen afgegraven om het veen te verstoken. ,,Daar dreef de welvaart op.''

De laatste restanten veen zijn natuurgebieden geworden. En zelfs daar vindt het proces van veenvorming zonder maatregelen niet meer plaats. Een gevolg van verdroging en luchtvervuiling, preciezer gezegd de depositie van verzurende stoffen in de bodem. ,,Vaak zie je eindeloos veel pijpenstrootje, in plaats van de voor hoogveen kenmerkende veenmossen'', zegt Van Tooren.

Vandaar dat Natuurmonumenten onlangs de laatste hand heeft gelegd aan een omvangrijk herstelproject voor het Korenburgerveen bij Winterswijk, in de Achterhoek. In drie jaar tijd werd het vierhonderd hectare grote gebied voorzien van in totaal 4,5 kilometer houten dammen. Doel is het regenwater vast te houden en typische hoogveenvegetatie een kans te geven. Het Korenburgerveen is een van de laatste hoogvenen van Nederland.

Verdrogende hoogvenen raken verbost. Daar houden hoogveenbeschermers niet van. Boswachter Han Duyverman laat een foto zien uit 1920. Toen was dit gebied nog helemaal open. De boswachter stapt het veengebied in, balancerend over de smalle dammen, tussen het riet en de veenmossen. Hier en daar wandelt hij door een klein berkenbos. Hij haalt zijn vingers langs de sterk ruikende gagel. ,,Heerlijk.'' Hij stopt bij een jeneverbes en zegt: ,,Mijn overbuurman kon vroeger een boer twee kilometer verderop aan het werk zien. En het enige dat er tussenstond, was deze jeneverbes.''

Later schoten de bomen op. Ergens aan de rand van het gebied stond in 1916 een tjasker, een kleine windmolen waarmee werd geprobeerd het veen droog te leggen. Dat mislukte, zegt de boswachter, door gebrek aan materieel en geld. Twee jaar later kocht Natuurmonumenten het gebied aan. Het gebied bleef echter droger dan goed is voor een authentiek hoogveenlandschap.

Met het Korenburgerveen gaat het sinds een paar jaar weer wat beter. Er komen minder bomen. En de bomen die toch opschieten, meestal berken of wilgen, zaagt Natuurmonumenten snel om. ,,Zodra hier ijs ligt, pakken we onze zagen'', zegt Duyverman. Zodat de hoogveensoorten niet in hun ontwikkeling worden belemmerd. Bart van Tooren wijst naar een veld vol witte bollen. ,,Veenpluis.'' En daar: ,,Eénarig wollegras.'' Van Tooren stapt van een dam in het natte veen. Plukt een bos doorweekt veenmos en knijpt deze uit. Als een spons. ,,De eerste aanzet voor een nieuw veenpakket.''

Het geheim van de redelijk succesvolle vernatting van het Korenburgerveen is de bouw van de dammen. Die houden het water per compartiment vast, ,,een getrapt systeem zoals op de Zuidoost-Aziatische rijstvelden'', legt boswachter Duyverman uit. De dammen hebben de schommelingen in het waterpeil gereduceerd. ,,Tot voor kort fluctueerde het waterpeil tussen winter en zomer ongeveer een meter. Dat is nu een centimeter of dertig.'' Het bewerkte hout van de dammen is per helikopter aangevoerd, om de veenbodem niet te beschadigen met zware machines. De kosten bedroegen ongeveer 1,5 miljoen euro, betaald met Europese en binnenlandse subsidies.

Het enige nadeel van de dammen, vertelt de boswachter, is dat de dieren in het gebied erdoor worden gehinderd. In het hoogveen leeft een fiks aantal libellen, onder meer de speerwaterjuffer met de grootste populatie in heel Nederland, alsmede 92 soorten broedvogels. Maar er zijn ook veel reeën en kikkers en muizen die door de dammen gedesoriënteerd raakten.

Daar is iets op gevonden: een faunapassage. Vrijwilligers van de Rotary Club hebben takken langs de dammen gelegd. ,,Ze hebben er tot hun middel in gestaan'', zegt Duyverman. De dieren kunnen de dammen eenvoudig beklimmen. In een latere fase van het project is de aanleg daarvan overgelaten aan de aannemer. Het ziet er wat kunstmatig uit. Bart van Tooren: ,,Maar over een paar jaar zie je dat niet meer.''