Onderzoek moord op Turks meisje heropend

Justitie in Den Haag heeft het onderzoek naar de moord op het Turkse meisje Kumral Bagci heropend. Dat maakte het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag bekend. Het in stukken gesneden lichaam van het 7-jarige meisje werd op vrijdag 23 juni 1995 gevonden in de Adriaan Coenenstraat te Scheveningen. Het stoffelijke overschot was verpakt in diverse tassen. Het meisje bleek te zijn vermoord. De ouders van het Turkse meisje hadden haar twee dagen eerder als vermist opgegeven. Zij was het laatst gezien in de Schilderswijk in Den Haag.

De gruwelijke moord had een grote impact op zowel de Turkse als de Nederlandse gemeenschap in Den Haag. Er gingen onder meer geruchten dat de moord op het kind met bloedwraak te maken had. Justitie hield de afgelopen jaren diverse verdachten aan die iets met de zaak te maken zouden hebben, maar geen van hen is voor de moord veroordeeld. Toenmalig persofficier van justitie S. Horstink kondigde in februari 2000 aan dat de draad weer zou worden opgepakt zodra er aanknopingspunten zouden zijn. De zaak was toen na vijf jaar vastgelopen. Het OM meldt dat het heropenen van de zaak te maken heeft met onderzoek waarbij 'de nieuwste technieken' zijn gebruikt.