Inul boort in de Indonesische ziel

Het Indonesische meisje Inul Daratista danst aantrekkelijker dan ze zingt. Girl power legt de Indonesische ziel bloot. Het land is in rep en roer en de reclametarieven stijgen navenant.

Ze is 23 jaar jong en zangeres en ze beweegt al zingend met haar heupen. Die hebben een zo indrukwekkende draaicirkel dat haar matige stem er voor de fans niet meer toe doet. Inul Daratista is een motorisch, geen vocaal talent. Zij moet het hebben van haar `boordans', het roteren van haar fraai gewelfde achterwerk. Inul speelt zo trefzeker in op de driften van de Indonesische man dat ook de First Gentleman echtgenoot van de president een moment uit zijn rol van Eerste Huisvader viel.

Inuls girl power is niet te onderschatten. De eerste frontale aanvallen van misnoegde vocalisten en religieus bevlogen fatsoensrakkers zijn afgeslagen met de hulp van onvermoede bondgenoten: activisten voor de rechten van de mens en jawel 's lands minuscule vrouwenbeweging. Die reppen met geen woord van exploitatie van het vrouwenlijf, maar des te harder van `vrijheid van expressie'. Oud-president en islamitisch schriftgeleerde Abdurrahman Wahid, die sinds zijn afzetting in 2001 dwarser is dan ooit en die, hoewel vrijwel blind, een scherp oog heeft voor de grillen van de volksgunst, heeft het opgenomen voor 's lands favoriete draaikont.

Dit weekeinde wijdden maar liefst drie dagbladen een katern aan de rel rond Inul. De affaire is een draaikolk van motieven en emoties: moraal, onderdrukte lustgevoelens, vrijheidsdrang, winstbejag en politiek opportunisme. Drijfveren die samen een spiegel vormen van het hedendaagse Indonesië, een samenleving in de overgang die zich ontworstelt aan van staatswege opgelegde normen en een door de islamitische clerus gedicteerde moraal. De rel is dan ook veel interessanter dan de protagoniste zelf.

De laatste affaire van vergelijkbare omvang barstte los in 1991, toen Arswendo Atmowiloto, een ambiteuze tijdschriftenmaker, lezers poogde te winnen met een door hemzelf gearrangeerde populariteits-poll. De uitslag: potentaat Soeharto scoorde hoger dan de profeet Mohammed. Maar Soeharto wilde wel winnen, maar niet van de profeet. Arswendo had de tijdgeest misverstaan en ging enkele jaren de bak in. Dat maakte hem na de val van Soeharto tot een goeroe van politieke correctheid. Zondag schreef hij in de krant Koran Tempo hoezeer de tijden zijn veranderd: ,,Elf tv-stations vechten om reclame-spots. Als ze aankondigen dat Inul in de uitzending is met een liedje of zwijgend in het publiek stijgt het tarief.''

Als er sinds Soeharto's val in Indonesië iets is veranderd, is het de doorbraak van de openbaarheid. De politiek mag dan lijden onder nepotisme en corruptie, de bevrijding van de media legt alles bloot: inhaligheid van machthebbers, gekonkel van politici en generaals en ook dankzij de almacht van de markt – minder verheven kanten van de Indonesische volksaard. De tijd is voorbij dat de overheid via de staatsradio en -televisie slechts vrijgaf wat zij wenste uit te dragen: nationalisme, trouw aan de overheid en `familiegeest' (huwelijkstrouw en wettige kinderen). Machthebbers plachten hun lusten bot te vieren op actrices en zangeressen en hielden de identiteit van hun buitenechtelijk nakroost verborgen. Hoofdredacteuren hielden zich aan oekazes van hogerhand om hun vergunningen en emolumenten niet kwijt te raken.

Dat is voorbij. Opheffing van de censuur en het marktmechanisme hebben de schuinsmarcheerders ontmaskerd. Alle patriottische vermaningen ten spijt, lezers, luisteraars en kijkers worden geconfronteerd met ongezoute waarheden en zij worden bediend met wat zij willen zien en horen: roddels over het vreemdgaan van prominenten en soortgelijk vertier. Oud-president Soekarno zijn dochter Megawati is nu staatshoofd ontving ooit een Filippijnse gast die snoefde dat zijn landgenoten de mooiste mensen ter wereld waren. Soekarno glimlachte en zei: ,,Misschien, maar de Indonesiërs zijn het meest sexy.''

De Grote Bung overdreef, maar helemaal ongelijk had hij niet. Toen de Javaanse vorsten in 1830 door Nederland buitenspel werden gezet, legden zij zich toe op praal en erotische genoegens. Zij schreven hele boekdelen over de kunst van het liefhebben en hun lichtvoetige aanwijzingen worden nu opnieuw uitgegeven. Het betonijzer van de Nieuwe Orde is verkruimeld en menige westerling denkt dat Indonesië nu wordt gegijzeld door islamitische scherpslijpers. Dat is een misverstand. Inul Daratista zingt in het idioom van de dangdut, een muziekstijl die is geënt op traditionele muziek van Sumatra. In de jaren zeventig vertaalde de musicus Rhoma Irama dit genre, door toevoeging van elektrische gitaren, in sensuele Indonesische popmuziek. Tien jaar later zag hij het licht en dwong hij de dangdut in het keurslijf van de islamitische reli-pop. Inul zingt dangdut, maar zij kiest opnieuw voor sensualiteit. `Zonde', roept Irama, `zij haalt mijn muziek omlaag'. Hij roept vergeefs. Inuls `boordans' brengt Indonesië in vervoering.