Idolenschemering

Alles in het Palazzo di Pietro, hoofdkwartier annex huiselijke burcht van Pim Fortuyn, is nog precies zo als op de dag dat hij werd vermoord. Alles, van meubels tot fonteintjes, boekenplanken en de enorme voorraad portretten van de man zelf, moet bewaard blijven voor het nageslacht. Zelfs de theelepeltjes in de besteklades zijn gefotografeerd. De nieuwe eigenaar van het `palazzo', een Haagse vastgoedmagnaat die met Fortuyn sympathiseerde, twijfelt nog over de bestemming van het pand. Maar een mausoleum zonder god is het nu al.

Het was tussen Nederland en Pim Fortuyn, vandaag een jaar geleden vermoord, een korte maar hevige liefde: eerst de opvlammende passie, in een plotseling moment van herkenning, dan overgave en vervoering, gevolgd door frustratie en teleurstelling, en uiteindelijk een rammelende achtbaan van woede en verdriet. Al die fases zijn terug te vinden in de collectieve en messianistische aanbidding die Pim Fortuyn even onverwachts als hevig ten deel viel: de vervoering over zijn optreden, de belofte van een nieuw begin, de woede na zijn dood. Sindsdien is zijn succes geanalyseerd in politieke, sociologische en religieuze termen. Maar de simpele, menselijke keerzijde is ook: een deel van Nederland had zijn hart aan hem verloren.

Maar aan wie? Het schemert alweer hevig rond het idool Pim. De euforie over zijn komst en het tomeloze verdriet over zijn dood lijken nauwelijks meer op te roepen door de herhaling van tv-beelden, het venten van vlaggen, of de obligate terugblikken in kranten en weekbladen, waarin telkens maar weer plichtmatig wordt vastgesteld dat dankzij hem `de dingen' (en dan vooral het ding dat islam heet) nu bij hun naam genoemd mogen worden. Maar van vreugde over die winst is, behalve onder dankbare columnisten die het juk van hun zelfcensuur hebben afgeworpen, weinig te bespeuren. Het idool is verdwenen, en in de schemering steken de zorgen hun kop weer op.

Ik heb het enigma Pim hier in drievoud op mijn bureau liggen: een vuistdikke bundel columns uit het weekblad Elsevier onder de titel A hell of a job, een cd `De inspiratiebronnen van Pim Fortuyn' met zijn favoriete rustgevende klassieke muziek, en een dvd `Ik kom eraan', met biografie, fotoslideshow en 90 minuten van zijn beste televisiemomenten inclusief het taart-incident, een ontspannen voortkabbelend vraaggesprek, dan de moord en een lange reportage van de uitvaart. Het complete pakket is verkrijgbaar bij de Speakers Academy, die ook eerdere titels uit zijn oeuvre op de markt bracht, zoals het roemruchte De puinhopen van acht jaar paars waarmee Fortuyn het rusteloze electoraat in één klap een nieuw zelfbeeld verschafte: dat van krachtige maar beknelde onderdanen die van een stralende toekomst worden afgehouden door een bedilzieke, politiek-correcte bestuurskaste.

Dat laatste is ook onderdeel van zijn erfenis: Fortuyn is de belichaming geworden van een nieuwe nationale mythe over het recente verleden, zoals Loe de Jong die volgens zijn critici creëerde over de jaren veertig. Toen waren we eigenlijk allemaal helden, begrepen we van een (slechte) lezing van zijn standaardwerk over de bezetting. En nu weten we, dankzij Pim, dat we in de economische hoogtijdagen en de aandelengekte van de jaren negentig eigenlijk allemaal slaven waren, zuchtend onder het totalitaire juk van taboeïserend Paars. En het verschil tussen Pim en Paars zat hem niet eens in het gesmade apolitieke en technocratische karakter van die regeringscoalitie: wie A hell of a job doorkijkt, valt juist van de ene verbazing in de andere over het geëxalteerde technocratische en uiteindelijk onpolitieke denken van Fortuyn, die tenslotte altijd een voorkeur had voor een door professionals geleid `zakenkabinet' en die voor elk probleem een handzame oplossing aandroeg die in een oogwenk viel in te voeren (hupsakee!) als de heren politici maar eens zouden ophouden met kissebissen en moeilijk doen. Het verschil zat hem juist in die stijl: de adolescente overmoed van Fortuyn en zijn geloof in een actieve en daadkrachtige overheid, een hoopgevend, opwindend contrast met de tobberige ernst van de paarse dereguleerders.

Samen moeten de bundel, cd en dvd het beeld oproepen van een ware, moderne uomo universale, een mens die in harmonie was met zichzelf en met de tijd. De bundel is er voor het denken: `prof.dr. Pim Fortuyn' was immers `een kritische wetenschapper', aldus de uitgever. Dit verschaft de intellectuele status die de gepiepelde onderklasse en de nieuwe suburbane burgerij (de grootste delen van Fortuyns achterban) nodig hadden in hun afkeer van de betweterige linkse doctorandussen in Den Haag: Pim had ook gestudeerd, hij was ook professor, en hij koos hún kant.

De cd met klassieke muziek is er dan voor het hart: Bach, Sjostakovich, Brahms en operaklassieker Nessun Dorma creëren bij ons thuis de erudiete sfeer die hem in het Palazzo omringde. Dit verschaft de culturele status waar het nieuwe rijke Nederland van de jaren negentig naar snakte, maar die haar werd onthouden door een gesloten elite die `Amsterdam' zag als brandpunt van beschaving. En dan is er ten slotte de dvd, na de romantiek van de muziek de commerciële hi tech die ook zo'n wezenlijk onderdeel was van het Fortuynisme. Die dvd is er voor het oog dat zich graag laat strelen: Fortuyn was een ijdele man die zich niet schaamde voor zijn ijdelheid. En dat biedt ons moderne Nederlanders een schuldeloos plezier in het uiterlijk, eindelijk bevrijd van de calvinistische zelfkastijders die het land sinds de jaren zeventig beheersten.

Dat was het totaalpakket Pim: denken, hart en lichaam, en niet noodzakelijk in die volgorde. En daarin weerspiegelen zich de ambities van een deel van Nederland. Om het ook eens sociologisch uit te drukken: de Fortuyn-revolte was een nieuwe stap in maatschappelijke modernisering. Ja, een wrokkig protest van sociale achterblijvers die aandacht vragen voor hun lot, maar ook een stormloop van moderne burgers die eisen dat de overheid aflevert veiligheid, vrijheid, zorg en bescherming, alles tegelijk en liefst op afroep.

Maar in de idolenschemering keren de oude zorgen terug. We zijn terug in de werkelijkheid en, helaas, die is paarser dan Pim.