Europese ministers willen meer bèta-studenten in 2010

Het aantal Europese studenten dat kiest voor een bèta-studie moet in 2010 gestegen zijn met 15 procent. Bovendien moeten er meer meisjes kiezen voor studies als wiskunde, natuurkunde en informatica. Dat hebben de Europese ministers van Onderwijs gisteren op een bijeenkomst in Brussel afgesproken.

Volgens de ministers zijn er veel meer bèta-studenten nodig om het niveau van de kenniseconomie op peil te houden. Ruim twee jaar geleden spraken de ministers van de Europese Unie af dat de EU in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld moest zijn.

Hoe de lidstaten het aantal bèta-studenten gaan vergroten, hebben de ministers niet afgesproken. Wel zei demissionair minister Van der Hoeven (CDA) dat zij een `deltaplan' voor het bèta-onderwijs in Nederland wil beginnen. Nederland heeft in Europa bijna het laagste percentage bèta-studenten. Bovendien is Nederland op de Europese ranglijst voor innovatie gedaald van de derde naar de vijftiende plaats.

Van der Hoeven denkt aan financiële prikkels voor scholieren die kiezen voor een exacte studie en aan afspraken met het bedrijfsleven om bèta-studies aantrekkelijker te maken. Het percentage leerlingen in Europa dat zonder diploma van school gaat, mag in 2010 niet hoger zijn dan 10, spraken de ministers af.

In Nederland ligt dit percentage, zeker in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, veel hoger. Verder moet 85 procent van de 22-jarigen minimaal havo of twee jaar mbo achter de rug hebben. Dat is in Nederland nu 69 procent.