Een reepje veen, wegzinkend in de polder

Het voormalige Zuiderzee-eiland Schokland, nu onderdeel van de Noordoostpolder, dreigt volledig weg te zakken. Om het te redden, wordt het waterpeil verhoogd. En morgen wordt op het voormalige kerkhof van het eiland plechtig een voormalige bewoner herbegraven.

Een eiland verzwolgen door het land, zo wordt het voormalige Zuiderzee-eilandje Schokland vaak gekscherend genoemd. In 1942, toen de Noordoostpolder werd leeggepompt, kwam het eilandje als een vis op het droge te liggen. De golven sloegen nog eenmaal tegen de beschoeiing rond het eiland en het water liep uit de haven van het voormalige dorp Oud-Emmeloord – om nooit meer terug te komen.

Na de drooglegging begon Schokland onmiddellijk te verzakken. Anders dan de voormalige Zuiderzee-eilandjes Urk en Wieringen, twee harde keileemafzettingen uit de IJstijd, bestaat Schokland voornamelijk uit zachte veengrond, die bovendien aan de lucht blootgesteld snel oxideert en vervluchtigt. In de zestig jaar die sinds de drooglegging zijn verstreken, is het eiland tussen de anderhalf en twee meter gezakt.

Henk Kloosterman, beheerder van het streekmuseum op Schokland, weet zich uit zijn jeugd nog te herinneren dat je rijdend over de provinciale weg die het eiland kruist, eerst heuvel op en later heuvel af moest. Kloosterman: ,,En nu merk je bijna niets meer. Een vreemdeling in de polder zou niet eens weten dat hij dwars over een eiland reed. Op sommige plekken zie je nauwelijks hoogteverschil tussen de polder en het eiland. Een boer hier vlakbij keek eerst uit de keuken tegen de beschoeiing van Schokland aan. Hij kijkt nu uit diezelfde keuken over het eiland heen en ziet de horizon aan de andere kant.''

De beschoeiingspalen werden na de drooglegging vrijwel onmiddellijk weggenomen. Kloosterman: ,,In en na de oorlog was er een schreeuwend gebrek aan bouwmaterialen. Het waren palen van goede kwaliteit. Er is hier vlakbij nog een brug van gebouwd.'' Met uitzondering van de museumbuurt, die op een oude keileemtong en een terp ligt, maakt het eiland een vlakke indruk, heel anders dan pas na de drooglegging.

Toch staat Schokland sinds 1995 op de lijst van Werelderfgoed-monumenten van de Unesco. Het deelt die eer met de Stelling van Amsterdam, de molens van Kinderdijk, het ir. D.F. Woudagemaal in Lemmer, de droogmakerij de Beemster en het Rietveld Schröderhuis in Utrecht. Om het eiland voor verdere verzakking te behoeden, werd besloten het waterpeil rond Schokland aan te passen. Dit voorjaar is begonnen met de aanleg van een `hydrologische zone' met een stelsel van sloten en dijken.

,,Het gaat niet alleen om het behoud van Schokland zelf'', zegt Jacob van Olst, directeur van Flevo-landschap, de organisatie die de zone beheert, ,,maar ook om het behoud van de omgeving met zijn resten van kaden en dijkjes, die de vroegere bewoners hebben opgeworpen om het eiland tegen afkalven te beschermen. Daarnaast zijn hier in de omgeving erg veel archeologische resten. Zonder peilverhoging zouden die door de blootstelling aan de lucht weg oxideren.''

In de Romeinse tijd maakte Schokland deel uit van een groot veenlandschap met alleen het Flevomeer als open water. Dit veen werd al vanaf 4500 voor Christus door mensen bewoond. Door het stijgen van de zeespiegel kwam de zee via het waddengebied steeds verder naar binnen, grote delen van het veen sloegen weg. Uiteindelijk vormde Schokland het laatste restje van het voormalige veengebied, een restje dat manhaftig werd verdedigd. Toen het in 1859 op last van de overheid werd ontruimd – de bevolking was verpauperd en dreigde van honger te sterven – was het nog maar vier kilometer lang en vierhonderd meter breed, niet meer dan ,,een reepje veen met palen vastgepend op de bodem van de Zuiderzee'', zoals een negentiende-eeuwse dichter schreef.

Toen in 1940 de voorbereidingen werden getroffen voor het leegpompen van de Noordoostpolder, besloot de antropo-bioloog prof. dr. Arie de Froe, de latere rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, de beenderen van het kerkhofje op te graven. De vroegere bewoners van Schokland vormden namelijk de afstammelingen van de oudste bewoners van Nederland, zo dacht men. De 148 skeletten zouden uniek onderzoeksmateriaal bieden. Aan de nazaten werd geen toestemming gevraagd; het eiland was toch verlaten, aan wie zou men het moeten vragen?

Maar kort na het opgraven van de skeletten veranderden de wetenschappelijke inzichten en de beenderen verhuisden naar de zolder van het anatomisch-embryologisch laboratorium aan de Mauritskade. Daar werden ze al snel vergeten, tot het laboratorium in 1984 naar het Academisch Medisch Centrum (AMC) in de Bijlmer verhuisde.

Maar wat ook veranderde, was de mondigheid van de nazaten van de bewoners van Schokland. In 1985 richtten zij de Schokker vereniging op. Schokkers hebben typerende achternamen als Bape, Bien, Corjanus, Diender, Grootjen, Klappe, Kluessien, Koridon, Ruiten, Sul of Toeter.

De vereniging wilde van het AMC weten wat er met de botten gebeurd was. Beschaamd moest het AMC erkennen dat de botten nog op zolder lagen en nooit waren onderzocht. Dan willen we onze voorouders terug, zei de vereniging. Zolang er geen behoorlijke bestemming voor was, wilde het AMC de botten niet weggeven. In 2002 veranderde dat, toen het kerkje in Ens op de Zuidpunt gerestaureerd werd. Dat lag boven het voormalige kerkhof, dus wat zou er mooier zijn dan de botten daar te herbegraven? Jan Diender, de voorzitter van de Schokker vereniging, kwam de botten persoonlijk halen in een bestelbusje. Op 13 december werd het merendeel van de botten door een groepje nazaten begraven onder de vloer van het kerkje in Ens. Het was een koude dag, de blauwe vuilniszakken met botten werden in de kelder in betonnen bakken uitgesorteerd. Men was verkleumd en geëmotioneerd.

Eén skelet hield het AMC achter, om later plechtig te herbegraven. Dat gebeurt morgen in aanwezigheid van de demissionair staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Cees van Leeuwen.

Daar blijft het niet bij. Om het belang van het werelderfgoed voor het toerisme in Flevoland te benadrukken, worden vuurbakens en waterputten gerestaureerd, nieuwe fietsroutes en wandelpaden aangelegd en informatiepanelen geplaatst. Zo wordt de herinnering aan het voormalige eiland levend gehouden.