Doif

Ze zijn er weer, de hommels en de te vroeg uit hun cocon gekropen vlinders. En uiteraard ook de padden, die na hun winterslaap weer aan de wandel gaan.

Je weet pas wat je hebt gemist als het er weer is. Het sonore gezoem van de solitaire hommel of de verbluffende capriolen die het roodborstje uithaalt om een citroentje uit de lucht te plukken. Groot en klein leed, de dagpauwoog die te vroeg uit zijn cocon kroop en nu hongerig rondfladdert. De pad die uit zijn winterslaapplaats kroop en op zoek naar een paaipartner op het zonovergoten zandpad door een tractor werd verpletterd. De bleekroze appelbloesem die de nachtvorst niet overleefde.

Je weet pas wat je hebt gemist als het er weer is. Spinnend van tevredenheid zaten mijn geliefde en ik in mijn ateliertuin in de zon. Op het gazon speelde haar vierjarig nichtje, ach dat treurig stadsbleek gezichtje, zoet met een handvol ingeklonken tamme kastanjes, verdroogde beukennootjes en roomwitte kiezelsteentjes. In haar haar een madeliefjeskrans. De bandvink floot schel een boos riedeltje, blijkbaar zaten wij te dicht bij haar nest in aanbouw.

,,Hé Pyvon, wanneer gaan we nu wandelen'', vroeg nichtje. Gedrieën slenteren we richting de Gorsselse hei. Voor ons op de zandweg scharrelde een enorme Achterhoekse bosduif, met luid vleugelgeklepper vloog hij op. ,,Da-haag stadsrat'', riep nichtje hem na. Geliefde schoot in de lach; ik bromde dat het een doif was. ,,Doif? Echt waar?'' Er zijn verschillende soorten duiven, wijsneusde ik, stadsduiven bijvoorbeeld, en postduiven, tortelduiven, sierduiven en echte doiven zoals er net eentje opvloog.

,,Meen je dat nou'', riepen geliefde en nichtje in koor. Men schrijft weliswaar bosduif maar spreekt het uit als bosdoif, legde ik uit, en dat is niet zo vreemd als het lijkt. Denk aan het verschil tussen de schrijfwijze van `tram' en `handicap' en de uitspraak ervan. ,,Nou moe, wat heeft dat er nou mee te maken, mafkees'', joelde geliefde; nichtje schopte bokkig een dennenappel voor zich uit.

Je weet pas wat je hebt gemist als het er weer is. Stedelingen nemen de trem in plaats van de tram. De a wordt zonder aarzeling een e. Wie lang genoeg op het platteland/plettelend woont, weet wel beter. Niet voor niets verscheen onlangs een rapport waarin werd geconstateerd dat ,,het gevoel van verloedering en onveiligheid in de grote steden groter is geworden''. Vorige maand meldde deze krant dat huisartsen zich liever niet in de Randstad vestigen. Waarom zouden de meeste schrijvers en dichters er, meestal dankzij steun van het Fonds der Letteren, toch een huisje in Frankrijk op na houden?

Je weet pas wat je hebt gemist als het er weer is. Vogelpest en mond-en-klauwzeer, salmonella en gekkekoeienziekte fungeren vandaag de dag als buffer tussen het platteland en de Randstad die onder vuur ligt van aids en soa's, intellectuele inteelt en beursschandaaltjes.

,,Mooie boel'', mompelde geliefde toen ik was uitgeraasd. Nichtje deed alsof zij de uitbarsting niet had gehoord. Ik bloosde van schaamte en zag uit mijn ooghoek op het bospad een fraai gestileerde, geplette pad, maar durfde die niet in mijn jaszak te steken. Je weet pas wat je hebt gemist als het in je oog springt.