De stille mentor van Nelson Mandela

,,Een deel van mij is heengegaan'', zei de Zuid-Afrikaanse ex-president Nelson Mandela gisteravond toen hij juist had gehoord dat zijn boezemvriend Walter Sisulu (90) was gestorven. Zo kende Zuid-Afrika Sisulu vooral: als de man achter Mandela, de stille strateeg, veteraan in de strijd tegen apartheid.

Samen bliezen ze het stof van het ingezakte Afrikaans Nationaal Congres, begin jaren veertig. Samen gingen ze voorop in de Umkhonto we Sizwe (Speer der Natie), de gewapende tak van het ANC, in de jaren vijftig. Samen werden ze tot levenslang veroordeeld wegens hoogverraad, in de jaren zestig. En bijna verlieten ze ook samen de gevangenis na meer dan een kwart eeuw achter de tralies. Sisulu een paar maanden eerder dan Mandela.

,,We deelden onze ideeën en onze overtuiging'', zei Mandela. ,,We liepen zij aan zij door het dal van de schaduw des doods, we verzorgden elkaars wonden en hielden elkaar ook overeind als we niet meer konden.''

Tussen Mandela en Sisulu bestond een leerling-meester verhouding. Mandela mag vooral internationaal tot het gezicht van de strijd tegen apartheid zijn uitgegroeid, hij zette geen stap zonder overleg met de zes jaar oudere Sisulu. In Zuid-Afrika geldt Sisulu als de founding father van de antiapartheidsbeweging. ,,Hij heeft ons gemaakt'', zei een van de vele bellers vanochtend op de radio. ,,We staan voor altijd bij hem in het krijt.''

Net als het ANC werd Walter Max Ulyate Sisulu geboren in 1912. Hij was de zoon van een blanke voorman, die toezag op het werk van zwarte wegwerkers en zijn moeder ontmoette op het platteland van de Transkei. In de Transkei staat de wieg van de meeste latere ANC-leiders.

Sisulu werkte in de keuken, in een bakkerij, in de mijnen en zette in Johannesburg een makelaarskantoor op voor zwarten. In dat kantoor liep hij ook de jonge Mandela tegen het lijf en bracht hij hem in contact met het partijkader van het ANC. Sisulu werd in 1949 secretaris-generaal van de partij en ging voorop in de campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid. In 1956 werd hij samen met Mandela en 154 anderen gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad. De rechtszaak duurde vijf jaar en was vooral een poging van het apartheidsregime om de leiding van het ANC vleugellam te maken. In 1961 werden alle verdachten vrijgesproken.

Twee jaar later werd Sisulu opnieuw gearresteerd, weer met Mandela, op een boerderij in Rivonia bij Johannesburg. De rechtszaak die op de arrestatie volgde, maakte duidelijk dat Sisulu de tacticus was, op wie iedereen in de partij vertrouwde. Tijdens de ondervraging van de aanklagers nam Sisulu de moeilijkste vragen voor zijn rekening. Hij, Mandela en de zes andere `verdachten van Rivonia' ontsnapten aan de doodstraf, maar kregen wel levenslang.

De overgang naar democratie in Zuid-Afrika kwam voor Sisulu eigenlijk te laat. Toen hij 1989 werd vrijgelaten was hij al slecht ter been, zag hij slecht, en leed hij aan Parkinson. Hij werd wel benoemd tot vice-voorzitter van het ANC. Ook nam hij deel aan de onderhandelingen met de Nationale Partij die leidden tot de eerste vrije verkiezingen in 1994. Aan de onderhandelingstafel was Sisulu de schaduw van de ANC-voormannen als Mandela en Cyril Ramaphosa. Zoals Mandela in zijn autobiografie `Long walk to Freedom' schreef: ,,Hij verloor nooit zijn hoofd tijdens een crisis. Hij was altijd praktisch, redelijk en bewust. Als anderen schreeuwden, zweeg hij liever.''

Sisulu nam geen ministerspost in de regering van Mandela. Wel bleef hij zich met het dagelijks bestuur van de partij bemoeien. In 1996 leidde hij me rond op het hoofdkantoor van het ANC, het Albert Luthuli huis in het centrum van Johannesburg. Daar zat hij nog elke dag, in zijn eigen kantoor, met zijn eigen secretaresse. Als stille man achter de schermen.

,,Een ding neem ik hem kwalijk'', zei Mandela gisteravond. ,,Als er leven bestaat buiten deze fysieke wereld, dan was ik liever als eerste gegaan. Zodat ik hem had kunnen verwelkomen.'' Maar zoals in het leven ging Sisulu hem ook in de dood voor. Hij stierf in de armen van zijn vrouw, Albertina. Hij was altijd blijven wonen in de kleine woning in Soweto waar zijn moeder meer dan vijftig jaar geleden tegen betaling de was voor anderen deed.