Bloemist is meeste spaargeld kwijt

Lubbert Glasbergen had gespaard voor zijn eigen pensioen. Door een risicovolle belegging zag hij zijn spaarpot slinken. De schuld van ABN Amro, zegt hij. Onzin, aldus de bank.

Dertig jaar was Lubbert Glasbergen zelfstandig ondernemer in de bloemen- en plantenbranche. Dertig jaar lang was hij klant bij ABN Amro, een relatie die in mineur lijkt te eindigen. Volgens Glasbergen heeft de bank hem geld gekost, geld dat hij apart had gezet voor zijn pensioen. In een kort geding eist hij de helft van dat bedrag, een kleine 39.000 euro, als voorschot op de eis in een bodemprocdure. Hij heeft een schikkingsvoorstel van ABN Amro van zo'n 23.000 euro afgewezen.

De verhalen van beleggers die de afgelopen twee jaar geld hebben verloren zijn legio. Beleggers die door de snelle koersdalingen hun investering zagen wegsmelten. Steeds vaker komen zij in botsing met hun bank, de instantie die de aandelen voor hen aankoopt.

Ondernemer Glasbergen wilde geen aandelen. Hij had in het verleden zijn vingers gebrand en wilde geen risico lopen. Dit, zo vertelt hij tijdens de zitting in de Amsterdamse rechtbank, had hij zijn contactpersoon bij de ABN Amro ook gezegd toen deze voorstelde met zijn spaargeld te gaan beleggen.

De accountmanager van ABN Amro, de heer Heuts, vond het, aldus de lezing van Glasbergen en zijn advocaat M. Rombelberg, zonde dat het spaargeld – ruim 115.000 euro – op een speciale rekening voor ondernemers stond. Het was de bedoeling dat er medio 2006 264.000 euro op de rekening zou staan en Glasbergen van een pensioen zou voorzien.

Heuts kocht geen aandelen voor Glasbergen, maar wel een andere, risicovolle belegging: reverse convertible obligaties van Aegon voor een bedrag van 87.600 euro en een looptijd van twee jaar. De belegging is risicovol omdat het bedrijf – de verzekeraar Aegon – na twee jaar op basis van de koers van het aandeel beslist of het de obligaties in contanten of in aandelen uitkeert. Als de aandelen in waarde zijn gedaald, zal het bedrijf waarschijnlijk in aandelen betalen. En als de koers sinds de uitgifte van de obligaties is gestegen, zal men voor contanten kiezen. De rente op de obligaties mag dan zeer hoog zijn met 9,6 procent, maar het risico was niet gering. Glasbergen kreeg na twee jaar Aegon-aandelen uitgekeerd die op dat moment een waarde hadden van zo'n 27.000 euro.

Volgens Rompelberg had Heuts moeten weten dat dit kon gebeuren en zijn cliënt op het risico moeten wijzen, iets wat volgens hem nooit is gebeurd.

De lezingen over de aankoop van de obligaties lopen uiteen. Volgens Glasbergen heeft hij geen opdracht gegeven voor de order, uitgevoerd in augustus 2000. Advocaat B. Visser van ABN Amro haalt de verklaring aan van Heuts die zegt dat de aankoop is gedaan in opdracht van de accountant van Glasbergen, de heer F. van der Elst. Deze accountant, die jarenlang de financiële zaken behartigde voor Glasbergen, ontkent dit per brief en zegt dat hij Heuts te kennen heeft gegeven dat Glasbergen geen risico wilde lopen.

Er is geen schriftelijk bewijs van de verklaring van Heuts. Hij heeft alleen mondeling aan de advocaten van ABN Amro vertelt wat er heeft plaatsgevonden. Daarentegen is de accountant Van der Elst ook niet ter zitting om vragen te beantwoorden. De rechter twijfelt of Heuts nog zo precies weet wat zich heeft afgespeeld. ,,Ik zou het niet kunnen, maar misschien is mijn geheugen minder.''

ABN Amro stelt dat, zelfs als de aankoop van de obligaties zonder toestemming zou zijn gebeurd, Glasbergen wel degelijk afschriften heeft ontvangen van de aankoop, en dus veel eerder aan de bel had moeten trekken. Volgens advocaat Rompelberg was zijn cliënt hiertoe niet in staat. ,,Dit zijn zeer ingewikkelde belegggingen en Glasbergen is niet deskundig genoeg.'' Dat kan wel zo zijn, pareert de advocaat van ABN, maar ze zijn in overeenstemming met de regels, en als Glasbergen het niet snapte had hij aan de bel moeten trekken. Bovendien: risicoloos beleggen bestaat niet, aldus Visser.

De rechter beslist in het voordeel van de bank. Volgens haar kan de geldvordering in kort geding alleen toegewezen worden als het aannemelijk is dat een eventuele bodemprocedure succes zal hebben. Dit is echter niet zo, blijkt uit het vonnis. Glasbergen heeft onvoldoende kunnen aantonen dat het initiatief voor de aankoop van ABN Amro kwam, en niet van zijn eigen accountant. Volgens rechter Poelmann is meer onderzoek nodig om te bewijzen van wie het initiatief uitging, maar leent een kort geding zich daar niet voor. Verder is onvoldoende bewezen dat ABN Amro tekort is geschoten in haar verplichtingen. ,,Thans kan dan ook nog niet geconcludeerd worden dat de ABN Amro aansprakelijk is voor de geleden schade'', aldus het vonnis.

In Het Geding komen juridische geschillen in het economisch verkeer aan bod. Reacties: hetgeding@nrc.nl