Bakkebaard

De voormalige straatmuzikanten van Stuurbaard Bakkebaard hebben meer in hun mars dan theatrale kunstjes en hoempa deuntjes. Dat bewezen ze al met hun veelgeprezen debuut, dat weliswaar zwaar leunde op de vaudevillerock van Tom Waits, maar ook de indruk wekte dat enkele ideeën om verdere uitwerking smeekten.

Op hun tweede album Mercedes staan gelukkig dan ook nummers die heel fijntjes naar smerige bluesrock neigen. Niet dat de schijnbaar onontkoombare Waits-pastiches slecht zijn, integendeel. Een lome shuffle of een wankele zeemansdeun klinkt bij Stuurbaard Bakkebaard vaak zelfs beter dan op de laatste platen van Tom Waits.

Maar de minder theatrale, vuige rock & roll in eigenzinnige songstructuren smaakt pas echt naar meer. Vooral ook omdat juist daar melodieus zoveel te beleven valt. Bijna teder snijdt Stuurbaard Bakkebaard de kwestie van elementaire akkoorden en structuren aan. Een slidesolo blijkt dan ook niet zomaar een paar maatjes wegpoetsen omwille van de logica. Nee: hier wordt de gitaar weer gebruikt om een lied naar een hoger plan te tillen. Er wordt op Mercedes naar melodieën gezocht op plekken waar de meeste lo-fi-rockers en `fucked up blues'-adepten voornamelijk naar rumoer zoeken. Dat is de winst, maar dat maakt ook dat je hoopt dat Stuurbaard Bakkebaard zijn Waits-verzameling eens een paar jaar onbeluisterd laat.

Stuurbaard Bakkebaard: Mercedes. Munich Records, MRCD243