`Almere weer met voeten in de blubber'

Met de ontmanteling van de NV Omniworld lijkt betaald voetbal in Almere verder weg dan ooit. De basketbal- en volleybaltak profiteren daarvan. ,,We doen eindelijk waarvoor we indertijd zijn begonnen.'

Wie de krantenkoppen over Nederlands meest ambitieuze topsportproject op een rij zet, waande zich het afgelopen jaar in een feuilleton dat veel leek op een welles-nietes-spelletje. Een willekeurige greep: `Betaald voetbal is haalbaar', `Geen profvoetbal in Almere', `Nieuwe kans voor betaald voetbal' en `Geen toekomst voor Omniworld'.

Maar de loopgravenoorlog is beëindigd. Na maanden van verhitte discussies besloot de gemeenteraad, onder aanvoering vooral van Leefbaar Almere, begin december de veelbesproken en de als `geldverslindend' gebrandmerkte NV Omniworld te ontmantelen. De voetbaltak, FC Omniworld, staat sindsdien weer op eigen benen. Betaald voetbal lijkt, gelet ook op de financiële problemen bij de hoofdklasseclub, verder weg dan ooit. Al heeft nog niet iedereen die droom opgegeven.

Steun daarentegen kreeg wel het plan voor de bouw van een topsporthal (3.500 zitplaatsen) in de nieuwe stadswijk Almere Poort. Daarmee stelde de raad impliciet de toekomst veilig van de twee overgebleven partners, de basket- en volleybalafdeling van Omniworld. Tot de oplevering van de hal (voorzien eind 2005) kunnen beide rekenen op financiële steun van de gemeente. Daarna draait het college de geldkraan langzaam maar zeker dicht, en moeten beide organisaties zichzelf bedruipen. ,,Een terechte eis', zegt oud-volleybalinternational Ron Zwerver.

Zwerver is als manager verbonden aan de volleybaltak van Omniworld en daarmee verantwoordelijk voor het sportief-financiële beleid. Zijn credo: ,,Als wij over een paar jaar over onvoldoende draagvlak blijken te beschikken bij het publiek en het bedrijfsleven in de regio Almere, dan houdt het op. Een gezonde professionele sportorganisatie moet uiteindelijk zijn eigen broek ophouden. Dat is ook onze insteek.'

Twijfelen aan het welslagen van die missie doet Zwerver niet. Het indertijd met veel bombarie gelanceerde mega-project mag dan als een zeepbel uiteen zijn gespat, dat wil volgens hem niet zeggen dat de afgeslankte mantelorganisatie eenzelfde lot beschoren is. Maar hij en zijn collega's vragen daarvoor de tijd. ,,Almere is een jonge stad. Het neerzetten van een voor Nederland uniek principe sport als sociaal, maatschappelijk en economisch bindmiddel gaat niet van vandaag op morgen.'

Zwerver is vooral opgelucht dat het oorspronkelijke plan is teruggebracht tot wat hij ,,acceptabele proporties' noemt. ,,Het hele Omniworld-verhaal is enorm opgeblazen. Het ging om de hardware, niet om de software. De verpakking was belangrijker dan de inhoud. Nu staan we weer met de voeten in de blubber, en ik moet zeggen: dat bevalt prima. Nu doen we eindelijk waarvoor we begonnen zijn. In mijn geval betekent dat bezig zijn met sportinhoudelijke zaken.'

Terug dus naar de uitgangspunten van het project, leunend op vier sociaal-maatschappelijke pijlers: top- én breedtesport, sportstimulering en talentontwikkeling. Ook Zwervers collega bij het basketbal, Eelco Derks, ervaart de noodgedwongen terugkeer naar de back-to-basics-aanpak als een zegen. ,,We zijn niet terug bij af, we zijn weer terug bij de kernvraag: wat kan sport voor Almere betekenen?'

Het antwoord op die vraag laat zich raden volgens Derks en Zwerver: veel. Zeker in de snelstgroeiende stad van Nederland (160.000 inwoners) die nog geen dertig jaar bestaat, en mede daarom sociale cohesie ontbeert. Zwerver: ,,Wat wij doen en wat wij willen is het samenbrengen van allerlei, vaak losse initiatieven, en daarbij aansturen op samenwerking. Met de gemeente, met het onderwijs, met de provincie, met andere sportclubs en niet te vergeten met het bedrijfsleven.'

Sportief gaat het Omniworld voor de wind. De volleyballers wonnen onlangs de nationale beker en eindigden als tweede in de strijd om de landstitel. Voor de basketballers gloort het kampioenschap. Deze week strijdt Omniworld in de finale van de play-offs tegen Nijmegen. Maar de belangrijkste winst behaalden Derks en Zwerver achter de schermen. Zwerver: ,,Uit de reacties die ik links en rechts opvang, merk ik dat Omniworld niet meer per definitie wordt geassocieerd met grote sommen gemeenschapsgeld die vervolgens tot niets leiden.'

Succesvol noemen Derks en Zwerver bijvoorbeeld de clinics die de basketbal- en volleybalprofs verzorgen op basisscholen in de regio. Derks: ,,We houden de jeugd niet alleen van de straat, we stimuleren lichaamsbeweging én integratie.' De met enige regelmaat verstrekte vrijkaarten voor duels bij het basketbal en volleybal van Omniworld doen de rest, weet Derks. Om zijn woorden te staven, wijst de oud-basketbalinternational op de wachtlijst die Omniworld momenteel noodgedwongen hanteert.

Ook bij de lokale politici heeft scepsis plaatsgemaakt voor voorzichtig ontluikend optimisme. Veel raadsleden hebben zich bijna letterlijk laten verblinden door alle grootse plannen, meent Zwerver. Het vernietigende TaskForce-rapport, dat begin oktober resoluut een streep haalde door het project in zijn toenmalige vorm, betekende een keerpunt. ,,Pas toen werd vele raadsleden ineens duidelijk dat wij ons ook bekommeren om breedtesport en talentontwikkeling.'

De breuk met de voetballers lijkt dan ook een zegen, al wil Derks zover niet gaan. Bedachtzaam: ,,Het is al moeilijk genoeg om jezelf met twee sporten te profileren, laat staan met z'n drieën. Probleem was ook dat wij, dat wil zeggen basketbal en volleybal, ons al met topsport bezighielden, en voetbal nog niet. Die scheve verhoudingen zijn nu rechtgetrokken, al sluit ik niet uit dat de voetballers ooit weer terugkeren. Tot die tijd moet iedereen zichzelf bewijzen.'

Vraag is hoe het het afgeslankte Omniworld financieel vergaat. Vorige maand maakte Zwerver bekend volgend seizoen drastisch te bezuinigen. Zo worden de contracten van vier oudere spelers niet verlengd en staat het spelen van Europa-Cupwedstrijden op losse schroeven. Maar zo dramatisch is de situatie niet, stelt Zwerver. Integendeel zelfs. ,,Ik stel de ontwikkeling van de jonge spelers voorop. Die moeten naar een hoger, internationaal niveau. Daar past - met alle respect - de Europa Cup II niet bij. Dat zijn verre en dus dure reizen naar clubs van wie wij niets wijzer worden. Dat geld steken wij liever in het opvoeren van het aantal trainingsuren. Zodat de spelers straks overeind blijven in de enige Europese clubcompetitie die er toe doet: de Champions League.'