`Wij durven niet te selecteren aan de top'

Er zijn grote verschillen tussen de scholen in Nederland, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Onderwijs-socioloog Jaap Dronkers is niet optimistisch over het Nederlandse systeem.

Als Jaap Dronkers zelf een 15-jarig kind op school zou moeten doen, dan koos hij beslist niet voor Nederland. Engeland valt voor hem af vanwege de ongelijke kansen in staats- en particulier onderwijs. ,,Ik hoop dat ik een kind van mij in zo'n systeem niet zou willen laten opgroeien.'' Ook het sterk gedisciplineerde Frankrijk valt af en dan valt de keus op Duitsland. ,,Frankrijk is toch geslotener ten opzichte van de buitenwereld. Duitsland is, misschien wel door zijn tragische verleden, een heel modern land geworden. De Duitse samenleving is doordrenkt van de Europese gedachte.''

Onderwijssocioloog Jaap Dronkers (58) is hoogleraar sociale stratificatie en ongelijkheid bij het European University Institute (EUI) in Florence. In Nederland deed hij jarenlang onderzoek naar externe factoren die de resultaten van onderwijs beïnvloeden: de positie van allochtonen, sociale afkomst van ouders, mogelijke invloed van eenoudergezinnen of werkende moeders op schoolprestaties. Twee jaar geleden vertrok Dronkers naar Florence: hij vond universitair Nederland door toenemende bezuinigingen en een te laag ambitieniveau bij studenten te benauwend geworden.

In het laatste nummer van M, het maandblad van NRC Handelsblad, werd zaterdag een vergelijking gemaakt tussen vier middelbare-schoolklassen in Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. Vergeleken werden de cultuur op de scholen, discipline, gedrag en onderwijsmethodiek. Statistische gegevens werden ontleend aan OESO-rapporten over beheersing van taal- en schrijfvaardigheid, natuurwetenschappen en biologie en wiskunde. Nederland deed aan het eerste onderzoek niet mee, maar gaat er vanuit, zo bleek in het artikel, dat het dit jaar qua schoolresultaten in de hoogste regionen zal eindigen. ,,Ik moet dat nog zien'', zegt Dronkers. ,,In de achterhoede lopen we niet, maar als je kijkt naar de positie van Nederlanders in Europees verband, ben ik niet optimistisch over een plaats in de top.''

De keuze in Nederlandse onderwijssysteem voor het aanleren van vaardigheden in het opzoeken boven het opslaan van kennis, noemt Dronkers het creëren van ,,een foute tegenstelling. ,,Je hebt beide nodig.'' En hij maakt zich boos dat bij het eerste het beste stormpje over een te zware belasting voor leerlingen in Nederland onmiddellijk de exameneisen worden teruggeschroefd.

Stel, je solliciteert voor een onderzoeksplaats in het buitenland, zegt Dronkers. ,,Wie denk je dat die plek krijgt? Hij die zegt: dat zal ik even opzoeken, of hij die op basis van een zekere kennis soepel op een vraag kan reageren? Vacatures voor Nederlandse onderzoekers aan het EUI zijn voortdurend óndervervuld. Er biedt zich niet voldoende Nederlandse kwaliteit aan. Een Nederlandse universiteit, het Nederlandse gymnasium, dat is allemaal leuk voor een lokale elite – de tandarts, de dokter, de notaris. Maar voor een internationale elite, mensen die naar buiten kijken, internationaal publiceren, naam willen maken, de hooggeschoolde kandidaten die onze wereldwijde economie nodig heeft, voor die mensen wordt een Nederlandse universiteit een tussenstap op weg naar Stanford of Harvard, een Grande École in Frankrijk of een Max Planck-instituut in Duitsland. In Nederland durven wij die selectie, die differentiatie aan de top, niet te maken.''

In de vergelijking in M viel de Nederlandse middelbare school vooral op door gebrek aan discipline en het ontbreken van het besef van goede manieren. Volgens Dronkers geldt dat ook voor de concurrentiepositie van Nederland in de rest van de wereld. ,,Of we het leuk vinden of niet: een deel van onze toekomstige banen ligt nu eenmaal in Europa. Als je daarin mee wilt doen, moet je ook weten hoe de wereld buiten Nederland in elkaar zit. En dan heb je een achterstand in het maatschappelijk verkeer als je geen wellevendheid kent. Ik moet er bij mij zelf ook op letten: wij Nederlanders zijn te direct, wij komen bot over en praten te snel over het salaris dat we willen verdienen. Als er een post in Brussel te vergeven is en er zijn gelijkwaardige kandidaten uit een aantal lidstaten, nou, dan wed ik niet op die Nederlander. Kunnen concurreren betekent ook concurreren in je waarden en normen, en dan doel ik niet op meneer Fortuyn of meneer Balkenende.''

Volgens Dronkers is het bijbrengen van de regels van maatschappelijk verkeer in Nederland nooit gezien als een overheidsaangelegenheid. ,,Rooms-katholieke en protestantse scholen hebben die taak vanuit hun achtergrond nog enigszins in stand weten te houden. Openbare scholen hebben die dimensie nooit weten te ontwikkelen. Dat lijkt me nu een van de primaire uitdagingen, een taak die het openbaar onderwijs aan zich zou moeten trekken.''

Maar wat is de rol van discipline en is er een verband tussen prestaties op school en sociale achtergrond? Dronkers noemt het leven deels een loterij. ,,In alle onderzoeken over resultaten van leerlingen met verschillende achtergrond in hetzelfde schooltype, kun je hoogstens 50 procent van de verschillen verklaren uit achtergrondsfactoren. Voor elke individuele leerling geldt: wat ook je achtergrond is, de uitkomst is niet gedetermineerd. Niet naar boven en niet naar beneden. Onderwijs is geen rechtlijnige zaak. Je kunt nooit zeggen: `vast staat dat...', hooguit `de kans neemt toe'. Nét die ene leerkracht, nét dat vriendinnetje, nét die bepalende ontmoeting - daar hangt de uiteindelijke richting vaak van af. Sterk bepalend is níet of je ouders al dan niet geld hebben, maar wél welke opleiding ze zelf hebben gevolgd en welke ambities ze voor hun kinderen koesteren. Minder bepalend zijn factoren als gescheiden ouders, een alleenstaande werkende moeder, allochtone afkomst.''

De spanning, zegt Dronkers, tussen thuis- en schoolleven kan heel groot zijn. ,,Maar dat hoeft niet per se negatief uit te pakken. Kijk naar moslimmeisjes, die school juist beschouwen als een kans om aan het lot van hun moeder te ontsnappen. Een school maakt altijd verschil en een goede school is in het algemeen goed voor álle leerlingen. Een goed klimaat en een goed onderwijsresultaat gaan vaak samen. Ik heb een diep wantrouwen tegen het soort school waarvan men zegt `je leert hier niet veel, maar het is hier zo gezellig.''

Een school kan zelf een klimaat van een zekere discipline kweken, zegt Dronkers, maar hij noemt het onzin dat strenge discipline per definitie het leerproces bevordert. ,,Lesgeven is rekening houden met de verschillen tussen leerlingen en elke school moet daarin zijn eigen ethos ontwikkelen. Voor het vmbo is dat moeilijker dan voor een vwo-school, doordat het de top van de organisatie is. Ik vind dat trouwens een van de sterke argumenten vóór een puur-islamitische school: daar kun je tenminste de cultuur tegengaan van een schooltype dat door de buitenwereld alleen maar wordt gezien als een afvalbak voor Marokkanen.''

Dronkers poneert met stelligheid dat ,,elke samenleving het onderwijs krijgt dat zij verdient''. In het Nederlandse onderwijssysteem, met zijn ingebakken egalitaire doeleinden, ,,is de scholengemeenschap als organisatie om de grootste gemene deler heen gebouwd. Dan vallen de onder- en de bovenkant dus af. Voor de bovenkant is er gelukkig het categoriale gymnasium. En voor de onderkant hebben we het vmbo gecreëerd. Dat is boerenbedrog, een truc om diploma's te creëren die in de praktijk niets waard zijn.''

Blijft de vraag waarom Nederlandse leerlingen in internationale vergelijkingen naar prestaties nog niet door de mand zijn gevallen? Dronkers: ,,De wetgeving die een aantal jaren geleden de rechtspositie en salariëring van nieuwe leraren uitkleedde heeft het aanzien van het beroep enorm geschaad. Niemand wilde meer leraar worden. Ik denk dat wij met onze prestaties van leerlingen in Nederland teren op oude investeringen. Op een generatie leraren die niet meteen van beroep is gewisseld toen de arbeidsomstandigheden slechter werden. Als die generatie ophoudt met werken, moet ik nog zien wat er van onze zogenaamde goede onderwijsreputatie overblijft.''