Vrijheid vereist permanent onderhoud

Kan een migrant iets zinnigs zeggen over 4 of 5 mei? Deel ik wel in dat collectieve geheugen van de Nederlander of de Europeaan? Overigens, waarom zou ik hun doden moeten herdenken terwijl in mijn land en op mijn continent van herkomst dagelijks zo ontelbaar vele mensen omkomen die nooit worden herdacht?

De oorlog is 58 jaar geleden. Vrijheid is een alledaagse ervaring geworden in Nederland, ook de vrijheid van meningsuiting. In het Europa van nu kunnen woorden een sterke uitwerking hebben. Mensen worden erdoor geraakt, gekwetst, beledigd. Maar zelden leidt dat tot vervolging of dreigementen. Vrijheid van meningsuiting is vanzelfsprekend geworden. Misschien te vanzelfsprekend.

Juist de ervaring die veel migranten hebben met dwang en onvrijheid, zou ertoe kunnen bijdragen dat de dodenherdenking méér is dan een ritueel dat met het verstrijken van de tijd aan betekenis verliest. De cultuur van het vrije woord vormt hele generaties migranten en dwingt velen om oude tradities opnieuw te overdenken en soms te verwerpen, maar dat vrije woord wordt door hen ook gebruikt om vragen te stellen bij de collectieve herinnering zoals die door de jaren heen in Nederland tot stand is gekomen.

De hernieuwde discussie over vrijheid, veiligheid en met name over vrijheid van meningsuiting is in volle hevigheid losgebarsten na de komst van migranten. Tussen de migranten uit landen met andere herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en de Europeanen zijn grote en kleine conflicten gaande en bijna elk conflict roept bij de autochtonen iets op wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft.

Van kinds af aan heb ik uitsluitend boosaardige dingen gehoord over joden. Mijn vroegste herinnering dateert uit Saoedi-Arabië, half jaren '70. Soms kwam geen water uit de kraan. Dan hoorde ik mijn moeder volledig instemmen met onze buurvrouw dat de joden weer kwaadaardig bezig waren. Later baden wij vijf keer per dag voor hun vernietiging – terwijl wij nog nooit een jood hadden ontmoet.

Met die achtergrond, en mijn loyaliteit jegens de politieke, culturele en religieuze variant van de islam die ik (en miljoenen anderen met mij) uit mijn verleden hadden meegekregen kwam ik hier. Hier nam ik kennis van een heel andere visie op joden. Als mensen, in de eerste plaats. Maar ingrijpender vond ik het mateloze onrecht dat mensen die tot `jood' werden bestempeld is aangedaan. De holocaust en wat daaraan voorafging kan niet vergeleken worden met welke vorm van etnische zuivering dan ook. Daarin is de geschiedenis van de joden in Europa uitzonderlijk.

Minder uitzonderlijk is de motivatie en de vastberadenheid waarmee mensen waar dan ook genocide plegen. De Hutu's in Rwanda tegen de Tutsi's en de Serviërs in het voormalige Joegoslavië tegen moslims zijn bewijzen van het vermogen van mensen zich in haat te organiseren en daar naar te handelen. Vooraf aan zo'n eruptie van agressie gaan intimidaties, onderdrukkingen en gebrek aan vrijheid. Soms door een overheid soms (en steeds vaker) door een gebrek daaraan. Dissidenten die inzien dat vernietigende acties in de maak zijn verzetten zich en proberen te waarschuwen en anderen te inspireren om niet mee te doen. Daarvoor is een klimaat nodig met instituties die het vrije woord garanderen.

Ik ben niet de enige migrant die op zoek is gegaan naar vrijheid. Het zijn er miljoenen. Zij komen in vliegtuigen via mensensmokkelaars door al hun bezit te verkopen. Migranten uit landen zonder vrijheid komen in vrachtwagens, lopen dagen lang of dobberen in broze bootjes. Duizenden mensen zijn onderweg naar Europa overleden.

Wat Europa in de afgelopen 58 jaar gelukt is door de herdenking van hun doden en de viering van vrijheid, is het besef dat vrijheid en daarmee vrede een blijvende inspanning vergt, om onderhoud vraagt. De beleving van eigen identiteit en de erkenning van pluralisme zijn pas echt mogelijk als de rechten van elk individu gewaarborgd zijn. Het besef dat samenleven niets anders is dan conflict hanteren. Dat daarvoor woorden nodig zijn. Dat daarom het woord, het vrije woord de sleutel is tot een stabiele samenleving.

Het is hier in Europa dat migranten zoals ik kennis maken met het woord zonder dat sancties volgen: uitstoting, gevangenschap, boekverbrandingen, leesverbod of onthoofdingen. Nog elke dag leer ik, soms op een pijnlijke manier, wat het effect is van woorden: dat ze kwetsen, beledigen, misverstanden oproepen, maar ook verhelderen en verlichten. Voor migranten uit landen waar geen vrijheid van meningsuiting bestaat, zal het moeilijk zijn om met die vrijheiden om te gaan. Moeilijk maar noodzakelijk.

Wij hebben woorden nodig om ons heden te begrijpen. Wij hebben woorden nodig om ons verleden te verwerken. Woorden om onze inzichten te beschrijven over onze culturen en religies die mede de oorzaak zijn voor het verlaten van huis en haard.

Omdat ik migrant ben in Europa ben ik in staat mijn manier van leven in mijn land van herkomst te vergelijken met het land van mijn toekomst. Ik heb woorden nodig om mijn waarneming te delen met mijn lotgenoten. Tegen hen te zeggen: misschien zijn de normen en waarden van onze ouders en hun religie niet zo geweldig als wij altijd hebben gedacht.

Ayaan Hirsi Ali is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de VVD-fractie. Bovenstaande tekst is een ingekorte en bewerkte versie van de toespraak die zij op 4 mei in het perscentrum Nieuwspoort in Den Haag heeft gehouden.