Voor turnsters draait alles om teamprestatie

Zonder Van de Leur en Endel is de nationale turnploeg kwetsbaar. Bij de mini-WK in Groningen bleek dat Nederland door de toenemende concurrentie op zijn tellen moet passen.

Het achtlandentoernooi in Groningen was voor de Nederlandse turnsters een nieuw ijkpunt voor hun internationale positie. Vijf maanden voor de wereldkampioenschappen in Anaheim en ruim een jaar voor de Olympische Spelen van Athene kan de balans van twee dagen turnen onmogelijk positief zijn. Het optreden bij de landenwedstrijd was zaterdag weliswaar goed voor een derde plaats, maar gemiddeld waren de prestaties minnetjes. Die lijn zette zich gisteren door bij de toestelfinales, waar niet één Nederlandse turnster een medaille won.

In Groningen werd de van een gekneusde voet herstellende Verona van de Leur node gemist. Nederlands beste turnster is namelijk de persoonlijkheid die de ploeg op sleeptouw kan nemen; in haar schaduw is het voor de anderen relaxed turnen. Nu moesten de uitzonderlijk hoge scores verzameld worden door turnsters die daarvoor noch de kwaliteiten hebben noch over de mentale bagage beschikken, al kon dat aanstormende talenten als Berber van den Berg en Mayra Kroonen onmogelijk verweten worden.

De mini-WK zoals het toernooi in Martiniplaza met enige allure werd gepresenteerd onderstreepte dat Nederland buiten Van de Leur, en de eveneens absente brugspecialiste Renske Endel geen topturnsters heeft. Dat openbaarde zich zaterdag in de landenwedstrijd uitgerekend op brug, het toestel waar Van de Leur en Endel doorgaans hoog scoren. Nederland verspeelde op dat onderdeel de zilveren medaille aan Australië, doordat Gabriëlla Wammes, Suzanne Harmes en Berber van den Berg opzichtig in de fout gingen.

Bondscoach Frank Louter legde in zijn analyse na afloop niet zonder reden de nadruk op de ploegprestatie, omdat hij zich terdege realiseert dat, gelet de actuele kwetsbaarheid van Van de Leur en Endel, bij de WK in augustus alle kaarten op de meerkamp moeten worden gezet. Met een plaats bij de eerste twaalf plaatst Nederland zich namelijk als ploeg voor de Olympishe Spelen.

,,We moeten ons volledig op het team richten'', zei Louter. ,,Tegen die achtergrond ben ik blij dat we in de meerkamp al twee jaar steady presteren. Dat heb ik ook altijd gezegd: we moeten ons niveau vasthouden. En dat valt niet mee, want in deze olympische cyclus heb ik het team noodgedwongen moeten omgooien, omdat Rikst Valentijn, Monique Nuijten en Fieke Willems als gevolg van blessures hun programma niet hebben kunnen onderhouden. Voordeel is dat aanstormende talenten als Van den Berg, Kroonen en Loes Linders versneld kansen hebben gekregen, met als negatief effect dat zij onvoldoende tijd hebben gehad aan oefeningen met hoge uitgangswaarden te werken. Desondanks is de breedte onze kracht. Zodanig dat ik de stelling durf te verdedigen, dat Nederland zich bij de WK zelfs zonder Van de Leur kan kwalificeren voor de Spelen.''

Die laatste opmerking maakte Louter niet zonder reden, want door haar blessure heeft Van der Leur behoorlijke achterstand opgelopen. En dat baart de bondscoach met het oog op de WK zorgen. Van de Leur heeft dit jaar namelijk nog maar één toernooi geturnd. Dat was in Thessaloniki, waar ze wegens de voetkneuzing voortijdig moest stoppen. Van de Leur is als gevolg daarvan al vijf maanden uit competitie; vrij lang met een WK voor de deur. ,,Het zal voor haar moeilijk worden in Anaheim haar topniveau te halen'', zegt Louter. ,,Zij is weliswaar een dieseltje dat haar vorm lang kan vasthouden, maar om haar hoge niveau te bereiken heeft ze veel wedstrijden nodig.''

De huidige stand van zaken leert dat Louter voor de WK op papier vijftien turnsters tot zijn beschikking heeft, maar in werkelijkheid beperkt in zijn keuze is. Op grond van kwaliteiten, ervaring en beschikbaarheid is hij gedwongen te kiezen voor het vijftal Van de Leur, Endel, Harmes, Wammes en Van den Berg. Voor de zesde plaats komen dan Laura van Leeuwen, Mayra Kroonen en Loes Linders in aanmerking, tenzij over zes weken bij de Nederlandse kampioenschappen in Nijmegen blijkt dat Rikst Valentijn na een revalidatieperiode terug is op haar oude niveau of Monique Nuijten haar virusziekte en motivatieproblemen heeft overwonnen.

Het achtlandentoernooi bevestigde dat in het laatste traject naar de Olympische Spelen de concurrentie zal toenemen. Waar Roemenië een jaar geleden bij de Europese kampioenschappen in Patras geen team op de been kon brengen, presenteerde de turnnatie bij uitstek zich in Groningen met een nieuwe generatie topturnsters. De Roemen wonnen de landenwedstrijd met overmacht en gingen bij de toestelfinales met zes van de twaalf medailles aan de haal. Alexandra Eremia, Monica Rosu en Florica Leonida zijn de nieuwe namen met hoogwaardige programma's. Aangevuld met de Verenigde Staten, Rusland en China staat normaal gesproken de topvier van de WK vast. Nederland zal naar verwachting daaronder strijd moeten voeren om een plaats bij de topacht, die recht geeft op de finale van de landenwedstrijd. De concurrenten zijn vrijwel zeker Italië, Frankrijk, Oekraïne, Brazilië, Spanje en Australië.

Nu de de komende maanden de druk op de turnsters toeneemt, heeft Louter met steun van sportkoepel NOC*NSF een beroep gedaan op Bauke de Boer, die de selectie aan neurolinguïstisch programma onderwerpt. De bondscoach heeft De Boer leren kennen bij de cursus Mastercoach van NOC*NSF en was dusdanig onder de indruk van diens werkwijze, dat hij heeft besloten ter voorbereiding op de WK hem aan de mentale weerbaarheid van zijn ploeg te laten werken.