Van mythische bromsnor tot symbool van veiligheid

Hij leek een maatje te klein, toen hij in 1999 burgemeester van Rotterdam werd. Maar na de moord op Pim Fortuyn werd Ivo Opstelten symbool van het harde veiligheidsbeleid van de stad.

Op 6 mei 2002 staan aan de Coolsingel in Rotterdam de deuren van het stadhuis de hele avond open. In de hal tafels met brandende kaarsen, pennen en papier: een geïmproviseerd condoléanceregister. Op de eerste verdieping, toegankelijk voor het publiek, raadsleden en wethouders van het twee weken daarvoor geïnstalleerde college, sommige met roodomrande ogen van het huilen.

Het initiatief voor het samenzijn komt van de burgemeester, die twee maanden eerder net als iedereen schrok van de verkiezingsuitslag (,,Ik had nog niet meegemaakt dat ik na raadsverkiezingen buitenlandse media op bezoek krijg en ik vind het geen goed teken'), maar deze wel meteen serieus nam. Puttend uit zijn Utrechtse ervaring met de Leefbaren van Henk Westbroek hoorde Opstelten bij de (weinige) politici die Pim Fortuyn niet schoffeerden. Sterker, door het benoemen van een resultaatgerichte informateur stond hij aan de wieg van het nieuwe college mét Fortuyns Leefbaar Rotterdam.

De avond van de moord op Fortuyn gaat Opstelten in de fractiekamer van Leefbaar Rotterdam voor in gebed. De volgende dag loopt hij voorop in de stille tocht ter ere van de vermoorde politicus. De menigte scandeert leuzen als Pim-mie be-dankt en Nooit meer P-v-d-A, maar mede dankzij de aanwezigheid van de burgemeester, die samen met zijn vrouw voorop loopt in de stoet, verloopt de tocht zonder incidenten.

Daarna wordt er weer gewoon gewerkt (,,Het is, denk ik, de kracht van dit nieuwe college dat we er met veel energie tegenaan gaan'). Weliswaar met een gemeenteraad die vaker harde en ruwe taal uitslaat dan de raad van voor de verkiezingen, maar zonder dat er noemenswaardige problemen ontstaan. Opsteltens college van Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD lijkt in niets op het vechtkabinet van CDA, LPF en VVD. Onderlinge ruzies blijven uit, evenals grote onenigheid over het beleid.

Opstelten deed ervaring op als crisismanager bij het debat over de `bonnetjesaffaire' van zijn voorganger Bram Peper. Voormalig PvdA-wethouder Els Kuijper: ,,Er was toen ook allemaal pers. In het hele stadhuis zag je camera's, iedereen was gespannen. Dus wat deed Ivo? Hij maakte een rondje langs alle wethouders, posteerde zich in de deuropening en vroeg dan zoiets als: `Hier ook alles goed?' Hij wordt sterker naarmate een crisis acuter wordt.'

Werd Opstelten in de maanden na de verkiezingsuitslag en de moord vooral geassocieerd met zijn vermogen mensen samen te binden (Els Kuijper: ,,Hij weet dat je dat doet door iedereen even fatsoenlijk te behandelen. Correct zijn, je aan de sociale spelregels houden: dat zit in zijn genen'), het afgelopen half jaar is daar een opvallend kenmerk bijgekomen: de burgemeester is het boegbeeld van het nieuwe college geworden. Hij persoonlijk, niet zijn wethouders, staat symbool voor het nieuwe, harde veiligheidsbeleid in de stad.

Het werd waarschijnlijk voor het eerst openlijk gezegd door Pim Fortuyns opvolger Ronald Sørensen. Bij de behandeling van de begroting, half november, vroeg hij het de burgemeester in elk geval op de man af: ,,Hoe komt het toch dat u zo'n metamorfose hebt ondergaan? U lijkt wel de Giuliani van Rotterdam.' Opstelten antwoordde dat hij niet was veranderd. ,,Maar de omstandigheden, de sense of urgency, die zijn wel anders.'

Omstandigheden of niet, het thema veiligheid, met maatregelen als fouilleeracties, cameratoezicht en extra politie-inzet op hot spots, lijkt hem op het lijf geschreven. En dat terwijl hij bij zijn benoeming vier jaar geleden werd gekarakteriseerd als een bekwaam bestuurder, niet een man die een stempel drukt. Els Kuijper: ,,In het begin maakte hij er zelf wel eens een grapje over. Dat hij natuurlijk anders was dan Bram Peper. Niet visionair. Dat soort grapjes maakt hij niet meer.'

Tegenwoordig presenteert Opstelten op Radio en TV Rijnmond het programma Met wie? Met Ivo!, waarin hij vragen van stadsbewoners beantwoordt. Eerder dit jaar hing de stad enkele weken vol affiches met daarop Opstelten en wethouder Rabella de Faria (Leefbaar Rotterdam, Veiligheid) samen op de foto die de bevolking opriepen kandidaten aan te melden voor een prijs voor burgerzin. Wat is er gebeurd?

Wanneer Ivo Willem Opstelten (59) begin 1999 burgemeester van Rotterdam wordt, heeft hij een indrukwekkende bestuurlijke carrière achter de rug. Op zijn 28e wordt hij in de Drentse gemeente Dalen de jongste burgemeester van Nederland. Daarna volgen Doorn, Delfzijl, Utrecht (en tussendoor een directoraat-generaal openbare orde en veiligheid). Bij elk afscheid dezelfde lovende woorden: nauwelijks bij te houden, een topper (Dalen), 's morgens als eerste op het gemeentehuis, 's avonds de laatste die weggaat (Doorn), een stimulator, iemand die keihard werkt (Delfzijl), een krachtig bestuurder, die de stad weer zichtbaar heeft gemaakt (Utrecht).

Maar in het Rotterdam waar Feyenoord-fan Opstelten opgroeide als zoon van een vader die bankdirecteur was en een moeder afkomstig uit een koopmansfamilie, is hij tweede keus. Een meerderheid in de raad had liever de Eindhovense PvdA-burgemeester Welschen gewild. ,,Wij vonden hem een maatje te klein', zegt Manuel Kneepkens (Stadspartij Rotterdam).

Kneepkens kent Opstelten sinds zij samen op het Leidse studentencorps Minerva zaten. Opstelten was er commissaris meubilair van de commissie voor de sociëteit: met zijn zwaar gebouwde lichaam ,,en zijn natuurlijke overwicht' (Olaf Penn, hartchirurg en jaargenoot) was hij uitermate geschikt om te voorkomen dat er elke nacht om een uur of drie een stoel door een ruit ging.

Zowel Penn als Kneepkens, drie jaar eerder lid van het corps geworden, kunnen een goede imitatie geven van de vaak wat plechtstatige Opstelten. Penn: ,,Ivo wilde altijd burgemeester worden, maar moest daar zelf tegelijk om lachen, bijvoorbeeld wanneer hij vertelde wat zijn taken waren als kabinetsmedewerker, z'n eerste baantje. (Imiteert Opstelten:) Dan roept de burgemeester me tijdens zo'n vergadering bij zich en dan zeg ik: Ja, burgemeester? En dan zegt de burgemeester: Opstelten! Zou er nog een tweede kopje koffie inzitten?'

Manuel Kneepkens : ,,Dan komt hij op de nieuwjaarsreceptie op het stadhuis op me af en zegt: Manuel! Je hebt me nog geen gelukkig nieuwjaar gewenst. Dan zeg ik: Dat is waar, Ivo. Maar voor jou ben ik ouderejaars. En dan zegt hij (staat op, knoopt zijn jasje dicht en zet een zware stem op:) Manuel, je hebt gelijk. Gelukkig nieuwjaar.'

Maar toen Opstelten solliciteerde voor Rotterdam vond Kneepkens hem ,,een regent uit de regentenschool'. Kneepkens: ,,Hij is de mythische bromsnorfiguur. En een stad als deze heeft meer nodig.' Fractieleider Theo Cornelissen van de SP: ,,Ivo Opstelten is een ouderwetse burgemeester. Hij heeft geen politieke agenda in de zin van een visie op de stad. Dat vonden wij toen niet genoeg.' Toenmalig PvdA-wethouder Els Kuijper: ,,Het was spijtig, ja. En hij begreep dat wij dat vonden. Na de benoeming zochten we hem met het hele college op bij hem thuis. Ivo vertelde dat hij met Rein Welschen in Eindhoven had gebeld. Hij viel mij meteen mee.'

In Rotterdam wordt Opstelten voorzitter van een college met uitgesproken wethouders en een collegeprogram van enkele tientallen beleidsprogramma's, uitvoeringsprogramma's en doelstellingen: over veiligheid, onderwijs, werkgelegenheid, armoede en huisvesting.

Tijdens de collegevergaderingen wordt over al deze onderwerpen regelmatig inhoudelijk gediscussieerd. Opstelten zit de vergaderingen soepel voor. Els Kuijper: ,,Maar hij zei niet: zullen we dit eens zus of zo doen. En dat was kenmerkend, dat hij niet degene was die in eerste aanleg de toon zette. Hij maakte een rondje en koos dan een positie.'

Wel valt zijn ervaring als collegevoorzitter meteen op. Opstelten kan tegelijk luisteren naar degene die aan het woord is en praten met wie naast hem zit. Heeft hij haast, dan gaat de vergadering meteen sneller. Irritatie over wethouders die te lang het woord voeren of naar zijn mening onvoldoende inbreng hebben, houdt hij moeilijk verborgen: zijn lichaamstaal spreekt boekdelen.

Er is één uitzondering op de relatieve terughoudendheid van de nieuwe burgemeester: het vijfjarenplan veilig, op zijn initiatief opgesteld na een aantal brainstormsessies. Maar dat hij zich voor dit thema sterk maakt, past ook bij zijn positie als korpsbeheerder. Rotterdam voert in die tijd (en nog) veel verkeerde lijstjes aan, waaronder een relatief hoge criminaliteit. Het gemiddeld inkomen en opleidingsniveau zijn er lager dan in andere grote steden, de werkloosheid ligt hoger.

,,Aan dat soort dingen wilde hij wat doen, dat stond ook in het collegeprogram', zegt Theo Cornelissen van de SP. ,,En veiligheid viel onder zijn wettelijke plicht.' Els Kuijper: ,,Zonder hem tekort te willen doen: hij past zich aan aan de thema's die spelen. Ivo wordt nu geassocieerd met veiligheid. Maar toen Rotterdam in 2001 Culturele Hoofdstad werd, ging hij daar ook met z'n volle gewicht in. Aan het begin van het jaar organiseerde hij bij hem thuis een etentje voor het stichtingsbestuur. Aan het einde had hij gezorgd voor een paar voor de gelegenheid gemaakte onderscheidingen.' Op 6 maart 2002 blijkt veiligheid toch wel een bijzonder raak gekozen thema. Pim Fortuyns Leefbaar Rotterdam wint er 17 (van de 45) raadszetels mee. Er komt een akkoord tussen de Leefbaren, CDA en VVD, waarin zinnen staan als: ,,Straatroof, onveiligheid, inbraak, moorden, misdrijven, overtredingen: Het moet ophouden! Rotterdam is het zat!' De nieuwe partij levert drie wethouders, onder wie één voor veiligheid. Geen van drieën heeft politieke ervaring. Van de vier andere wethouders hebben er twee ook in het vorige college gezeten, de andere twee zijn gemeenteraadslid geweest.

Hoezeer de burgemeester zich in de maanden daarna met het nieuwe collegeprogram identificeert blijkt een half jaar na de installatie van het college, tijdens een debat over het veiligheidsbeleid. De oppositie wil weten wat waar is van een kranteninterview met de korpschef, waarin deze zegt dat de politie prioriteiten moet stellen en niet toekomt aan zaken als vernieling en fietsendiefstal. PvdA-fractieleider Bert Cremers betoogt dat als dit klopt, er in de stad dus plekken zijn met cameratoezicht en preventieve fouilleeracties en andere plekken waar de politie de aangifte van een diefstal niet eens bekijkt: zero tolerance versus zero attention.

Opstelten is woedend. ,,Cynisch', noemt hij de redenering. ,,Onzin', bovendien. ,,Zelfs een fietsendiefstal, nee, juist een fietsendiefstal', betoogt hij, wordt door de politie serieus bekeken. Elke aangifte krijgt aandacht, ,,en dan niet in de sfeer van registreren en opbergen'.

Bert Cremers vindt Opsteltens uitval achteraf wel verklaarbaar. Vereenzelviging met het beleid, meent hij, in combinatie met de druk van het roerige politieke jaar. Cremers: ,,Het was een hectische tijd. En hij had de nieuwe politiek relatief veel ruimte gegeven, waardoor hij zich als voorzitter van de raad minder onafhankelijk op was gaan stellen. Daar werd over geklaagd. Hij had denk ik het gevoel dat hij onder vuur lag.' Zeker is dat in het dualisme dat vorig jaar landelijk is ingevoerd in de gemeentepolitiek, de burgemeester een lastige dubbelrol heeft gekregen: onafhankelijk voorzitter van de gemeenteraad zijn én de eenheid van het college bewaken.

Voor Opstelten viel de nieuwe dubbelrol samen met een omwenteling van de politieke verhoudingen in de stad: een tegen de oude politiek in opstand gekomen bevolking, een vrijwel onervaren college en een grotendeels gevloerde oppositie. Els Kuijper: ,,Hij voelt zich veel meer dan eerst de voorman van het college. Iemand moest de lead nemen, en toen niemand dat deed, deed hij het. In combinatie met het nieuwe dualisme heeft dat zijn positie politieker gemaakt.'

Ook zijn bestuurlijke ervaring, die in het vorige college wel opviel maar hem geen dominante rol verschafte, speelt een rol: zijn routine, fysieke uitstraling en een zekere jovialiteit verlenen hem er nu meer statuur dan voorheen. Theo Cornelissen: ,,Met sterke wethouders in het college zou hij minder zichtbaar zijn. Het zijn ook de omstandigheden.' Bert Cremers: ,,Hij speelt ook niet expres mensen weg, het gebeurt gewoon.'

Het valt ook anders te benoemen. Minerva-jaargenoot Olaf Penn: ,,Natuurlijk leiderschap: luchtig als het kan, serieus als het moet. En altijd met humor.' Drie jaar geleden bezochten Opstelten, Penn en andere leden van de toenmalige Minerva-commissie in de Verenigde Staten hun vroegere president Huib Vriesendorp. Aan de voet van de Rocky Mountains in Colorado, een zonnehoedje op het hoofd, liet de korpsbeheerder van de op een na grootste stad van het land zich lachend fotograferen naast het bordje Tresspassers will be shot on sight.

Gerectificeerd

Minerva

In het artikel Van mythische bromsnor tot symbool van veiligheid (5 mei, pagina 2) staat dat Rotterdams burgemeester Opstelten in de jaren zestig lid was van het Leidse studentencorps Minerva. Dit lidmaatschap betrof het Leidsch Studenten Corps – met sociëteit Minerva – dat in 1973 met de Vereniging voor Vrouwelijke Studenten te Leiden fuseerde tot de Leidse Studenten Vereniging Minerva.