`Trek uw gretig zwaard voor God en vaderland'

,,Het varken botst op onze moed! We kunnen niet verliezen, de zege valt ons morgen in de schoot voor eeuwig!'' Tom Lanoye schreeuwde de woorden de zaal van de Stadsschouwburg in. Zowel boodschap als performance van Lanoye deden op dat moment sterk denken aan de voormalige Iraakse minister van Informatie, Mohammed Said al-Sahhaf. Ivo Michiels - dit jaar tachtig geworden - en Lanoye vervolgden in koor: ,,Trekt uw gretig zwaard voor God, voor vaderland en Christus koning.''

Het Vlaamse auteursduo las een selectie voor van oorlogsteksten uit hun eigen werk en uit dat van landgenoot Louis Paul Boon. De middagvoorstelling begon en eindigde met de eerste pagina uit Mijn kleine oorlog van Boon, waaruit de motivatie van de voorstelling kon worden afgeleid: ,,De ene mens vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop tegen de muren stuk. Gij schrijft uw Kleine Oorlog.'' Van optimisme zijn in de voordracht weinig sporen te vinden, eerder van cynisme. ,,Nooit trok die waanzin eens over de wereld weg,'' sprak Michiels. En Lanoye: ,,Het was iedere keer schoner om te zien hoe de zon achter de afgebroken huizen wegzakt.''

De voordrachtstijlen van Lanoye en Michiels waren goed op elkaar afgestemd. Lanoye ging steeds verzitten, stond op, liep rond, schreeuwde soms. Voorgelezen vellen tekst wierp hij achteloos op de grond. Michiels verroerde zich niet, maar slaagde erin om met zijn stem het publiek – helaas maar een man of veertig groot – in vervoering te brengen. Een enkel licht- en muziekfragment gaf de voordracht, die precies een uur duurde, wat extra accenten. Verwarrend detail was de grote grijze koelkast, die redelijk pontificaal aan de linkerkant van het podium stond, maar waar gedurende de voorstelling niets mee gebeurde.

Toepasselijk was een fragment over het herdenken van doden van de verschillende oorlogen. De woorden over het gedenkteken, de kransen en de ontblote hoofden vormden een prelude op de dodenherdenking in Nederland, diezelfde avond. Zelfs op de toespraak die Job Cohen een paar uur later op de Dam zou houden, werd al vooruitgeblikt. ,,De mensen luisteren aandachtig. Ze vinden dat hij mooie woorden kent.''