Olietechnocraat Irak

De Verenigde Staten hebben twee Irakezen en een Amerikaan voorlopig de leiding gegeven over de Iraakse olie. Zij staan voor de taak om de export weer op gang te brengen, cruciaal voor de wederopbouw van Irak.

De benoemingen van de Irakezen laten zien hoe precair het onderwerp olie is. Om te voorkomen dat er weer beschuldigingen komen dat zij alleen geïnteresseerd zijn in de olie, hebben de Amerikanen de leiding aan een Irakees gegeven en zelf alleen een adviserende rol op zich genomen.

De nieuwe leider van de olie-industrie is Thamir Abbas Ghadhban, een ervaren technocraat met een jarenlange staat van dienst op het ministerie van Olie. Een analist in Irak zei dat Ghadhban respect geniet, zowel binnen het ministerie als bij de olieconcerns.

Ghadhban heeft in Groot-Brittannië gestudeerd en heeft veel ervaring in de exploratie- en productie-sector. Hij was een adviseur van de voormalige olieminister Amer Rasheed – onlangs opgepakt door de VS – en was hoofd van de afdeling studie en planning van het ministerie. Tevens zou hij mede-auteur zijn van het plan voor de wederopbouw van de Iraakse oliesector. Dit plan werd gemaakt na de eerste Golfoorlog, maar kon door de sancties van de Verenigde Naties niet worden uitgevoerd.

De eerste prioriteit van Ghadhban, die voorlopig zal aanblijven tot de installatie van een nieuwe regering, is het starten van de Iraakse olieproductie. De productie, de voornaamste bron van inkomsten, ligt sinds het begin van de oorlog stil. Tot dan toe produceerde Irak rond de 2,5 miljoen vaten per dag, waarvan 1,7 miljoen werden uitgevoerd. De sector verkeert in een abominabele staat, veroorzaakt door drie oorlogen en jarenlange VN-sancties. Verder zal Ghadhban de eerste gesprekken moeten gaan voeren met de organisatie voor olie-exporterende landen (OPEC). Irak is lid van het kartel, maar heeft jarenlang niet meegedaan aan de productiequota die OPEC vaststelde, omdat de olie-export werd gecontroleerd door de VN. De overige OPEC-leden vrezen dat Irak zo snel mogelijk de productie zal verhogen om de wederopbouw van het land te financieren, een ontwikkeling die de olieprijs verder onder druk kan zetten. De olieprijs stond voor de aanval op Irak boven de 30 dollar, maar is inmiddels gezakt tot 23,52 dollar voor een vat Brent-Noordzee-olie.

Ghadhban zal ter zijde worden gestaan door de Philip Carroll, de voormalige topman van Shell Oil, de Amerikaanse tak van het Nederlands-Britse energieconcern. Carroll krijgt de leiding over een adviescommissie. Het is nog onzeker hoeveel invloed hij zal krijgen. Ghadhban zelf reageerde schouderophalend op geruchten dat de commissie meer zou gaan doen dan alleen adviseren. ,,Voorzover ik begrijp is het puur een adviescommissie, maar de details zijn nog niet uitgewerkt.''

Een woordvoerder van het Amerikaanse leger zei gisteren dat de commissie in geen geval een veto heeft over Ghadhbans beslissingen.

Carroll zal op zijn beurt worden bijgestaan door Fadhil Othman, een Irakees met 20 jaar ervaring in de nationale organisatie die de marketing van olie regelde.