Moffrika

Moffrika. In de loop van het jaar hoor je het nog maar zelden, mof voor `Duitser' en Moffrika voor `Duitsland', maar begin mei neemt de frequentie toe. Er komen dan mensen aan het woord die dit óf nog altijd zeggen, óf zich er even toe laten verleiden, uit hernieuwde boosheid over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Over de lange en ingewikkelde geschiedenis van mof heb ik hier eerder geschreven. Het woord dateert uit de 16de eeuw en gaat waarschijnlijk terug op het Duitse muff, dat `knorrepot, niet spraakzaam, bars iemand' betekent – een betekenis die overeenkwam met de indruk die onze oosterburen indertijd op ons maakten.

Moffrika kwam hier niet eerder aan bod. Veel mensen denken dat die bijnaam, die natuurlijk is gevormd naar het voorbeeld van Afrika, tijdens de Tweede Wereldoorlog is bedacht, maar dat is niet zo. Zonder twijfel zullen veel mensen toentertijd met die naam hebben kennisgemaakt, maar Willem Bilderdijk gebruikte 'm al in 1820. In een gedicht schreef hij: ,,Ik zal in Moffrika nog wel een Vetter vinden.'' Moffrikaans voor `Duits' blijkt al voor te komen in het werk van Potgieter en van Beets (,,het brommend Moffrikaansch''), en ook Moffrikaan voor `Duitser' dateert uit de 19de eeuw. Opmerkelijk is dat het woordenboek van Koenen Moffrika en Moffrikaans – samen met onder meer mof – in 1942 uit het woordenboek schrapte, uit angst voor de Duitse bezetter. Moffrika keerde pas in 1952 in het woordenboek terug, Moffrikaans pas in 1960. De bewerkers van Van Dale hoefden wat dit betreft geen standpunt in te nemen; van dit woordenboek verscheen tijdens de oorlog geen nieuwe editie.

Jerrycan. Dat jerry de Engelse scheldnaam is voor `Duitser', is bij velen bekend. Veel minder bekend is wat de jerrycan daarmee te maken heeft.

Het is heel eenvoudig. Het platte benzineblik met handvat en tuit is een Duitse uitvinding. De Duitsers noemen zo'n ding een Kanister. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten ze er volop gebruik van. In 1942 maakte het Engelse leger in Noord-Afrika enkele van deze blikken buit op de troepen van Rommel. Ze waren diep onder de indruk van hun bruikbaarheid. De blikken werden naar Engeland gestuurd, waar ze al snel in productie werden genomen.

De Britse soldaten doopten het blik jerrycan, ofwel moffenblik. Later werd dit de officiële naam binnen de NAVO, behalve in Duitsland, waar ze nog steeds van Kanister spreken.

De scheldnaam jerry dateert overigens niet van de Tweede maar van de Eerste Wereldoorlog. Aanvankelijk werden er Duitse gevechtsvliegtuigen mee aangeduid. Maar al snel werd het ook de bijnaam voor Duitse soldaten, samen met onder andere Fritz en Hun. Hoogstwaarschijnlijk is het een verbastering van German, en in het begin schreef men dan ook wel Gerry. Een van de oudere betekenissen van jerry, dat in het Engelse slang onder meer `pispot' betekent, sloot goed aan bij deze scheldnaam.

,,Toen in de jaren vijftig de West-Europese wagenparken begonnen uit te dijen'', schreef de Vlaamse taalkundige Maarten van Nierop in 1979, ,,behoorde de jerrycan al spoedig tot de vaste hebbedingen van vele autobezitters.''

Als we onze woordenboeken moeten geloven, kun je in jerrycans alleen benzine vervoeren. In de praktijk worden ze voor van alles gebruikt. Zelfs de soldaten van Rommel deden er al water in.

Majokachel. Ik moet toch nog een keer terugkomen op het woord majokachel. De herkomst is alsnog achterhaald. De kachel blijkt in 1944 te zijn uitgevonden door Johan Bubberman, die indertijd bij de ijzerwaren- en gereedschaphandel Kramer en Röder in Rotterdam werkte. Majo komt van JOhan, de naam van de uitvinder, en van MArie, de naam van zijn vrouw. Voor meer informatie zie donderdag op www.nrc.nl/woordhoek.

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl