Mens-nummer-moord

In Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom 1940-1945 citeert J. Presser uit het verslag van dr. A. Lehmann `prominent' in kamp Vught: ,,Nooit echter zullen buitenstaanders ten volle het leed kunnen begrijpen, dat alleen reeds door het gevoel van vernedering en uitgestoten zijn, door het verlies van bewegingsvrijheid en van het gevoel van veiligheid ontstaat. Waarbij nog de zorg, ja, angst om het lot van de familieleden in andere kampen komt.''

Inderdaad. Je kunt als buitenstaander nog zoveel lezen over of luisteren naar verhalen van overlevenden van de Duitse concentratie/vernietigingskampen – echt begrijpen, laat staan voelen wat zij hebben ondergaan, is onmogelijk. Zo zijn ook de ervaringen van acht overlevenden van het concentratiekamp Vught die vanavond in de documentaire Tussen hemel en hel aan het woord komen, niet te bevatten. Hun verhalen zijn stuk voor stuk aangrijpend en het is daarom jammer dat de documentaire wordt ontsierd door de ietwat lijzige muziek. Ook miste ik, buitenstaander, de stem van een commentator om `Vught', in de woorden van hoogleraar genocidestudies J. Houwink ten Cate `een amalgaan van kampen' te duiden en het geheel van meer achtergrondinformatie te voorzien.

Kamp Vught, dat, anders dan de kampen Westerbork en Amersfoort onder het SS-Wirtschaftsverwaltungs-Hauptamt in Berlijn viel, werd in januari 1943 in gebruik genomen en in september '44, onder druk van de geallieerde opmars, ontruimd. De nog aanwezige mannen werden gedeporteerd naar Sachsenhausen, de vrouwen naar Ravensbrück. In Vught hadden ze kennis mogen maken met de manier waarop bewakers, en lang niet altijd Duitse, gevangenen behandelen: fysieke terreur, vernedering, ontmenselijking: ,,Je werd van mens tot nummer'', zegt een overlevende. En al die nummers werden tijdens de urenlange appèls geteld. Viel iemand om tijdens zo'n appèl: zíjn probleem, want als jij hem te hulp schoot, had jíj een probleem met de bewaker. En dan de transporten, meestal in de avonduren, naar bestemmingen die niemand kende. ,,Maar dat het elders beter was, geloofden we niet.''

Dokument: Tussem hemel en hel, NCRV, Ned.1, 22.58-23.50u.