Marokkanen ontdekken `4 mei'

Dodenherdenking is niet langer een `witte aangelegenheid', zeggen Marokkanen. Gisteren herdachten zij in Zeeland negentien gesneuvelde Marokkaanse militairen.

Tot voor kort had Karim Elkhettabi (13) er nog nooit van gehoord dat ook Marokkanen hebben deelgenomen aan de Tweede Wereldoorlog. ,,Ik vind het moedig dat de Marokkanen hebben meegevochten terwijl zij niet eens hun eigen land verdedigden.''

Het is 4 mei, even voor acht uur. Karim staat, net als ruim 150 andere Marokkanen, op de Franse militaire begraafplaats in het Zeeuwse Kapelle. Hij wilde de stenen met eigen ogen zien. Zijn zusje Hajar Sghiri (9) heeft rozen gelegd bij de graven. Ook zij is trots op haar landgenoten. ,,Als Marokkanen er niet waren geweest, was er nog steeds oorlog.''

De 150 Marokkanen zijn in vier touringcars vanuit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Nijmegen naar Zeeland gereisd om hun gesneuvelde landgenoten eer te bewijzen. De inwoners van Kapelle die, na afloop van een kerkdienst, de Franse militairen komen herdenken, tonen hun belangstelling. Saïd Ouama, een kleine man van middelbare leeftijd uit Den Haag zegt: ,,We moeten onze kinderen laten zien dat Marokkanen niet alleen gastarbeiders zijn.''

In de Tweede Wereldoorlog kwamen onder Franse vlag in Nederland negentien Marokkanen om het leven, de meesten in de buurt van Kapelle. In het Franse leger dienden ruim 110.000 Marokkanen. Naar schatting zijn 70.000 Marokkaanse militairen om het leven gekomen.

,,Dodenherdenking is van oorsprong een witte aangelegenheid'', zegt El-Houssine Moutahid, PvdA-gemeenteraadslid in Den Haag. ,,Maar het aantal Marokkanen dat de oorlog herdenkt groeit elk jaar, ook op andere plaatsen in Nederland.''

De Marokkaanse bijdrage aan de oorlog in Nederland was tot voor kort bij de meeste Marokkanen onbekend. Dit jaar zijn ze voor het eerst in groten getale naar de Franse begraafplaats in Kapelle gekomen. Marokkaanse organisaties in heel Nederland hebben zo veel mogelijk leden opgetrommeld voor de herdenking van de oorlogsstrijders. Sinds 1985 organiseren Marokkaanse verenigingen op dodenherdenking een busreis naar Kapelle.

,,Je merkt nu dat er van beide kanten begrip ontstaat voor elkaars verleden, doordat mensen met elkaar in discussie gaan'', vertelt Moutahid. ,,Ik sprak vandaag met bewoners van Kapelle die mij vroegen waarom dodenherdenking belangrijk voor mij is. Het antwoord is dat ik op zoek ben naar de gemeenschappelijke dingen die Nederlanders en Marokkanen binden. Wij maken deel uit van de Nederlandse geschiedenis. Als Marokkanen de oorlog herdenken beseffen ze dat ook zij onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving. Dan pas kan er een einde komen aan de discussie van wij tegen zij'', aldus Moutahid.

Marokkanen moeten ook een eigen gedenkplaats krijgen, vindt het PvdA-raadslid. Hij is een van de initiatiefnemers van de oprichting van een nationaal monument ter gedenking van de Marokkaanse slachtoffers.

Moutahid heeft een aanvraag ingediend bij het college van B en W en hoopt het monument volgend jaar mei in Den Haag te kunnen onthullen. Het afgelopen weekend heeft hij contacten gelegd tussen Marokkaanse verenigingen uit het hele land. ,,De reacties zijn positief'', laat Mouttahid weten. Hoe het eruit moet komen te zien is nog niet bekend. [Vervolg HERDENKING: pagina 7]

HERDENKING

'Gedenken van leed is universeel'

[Vervolg van pagina 1] De Marokkaanse organisaties hebben dit jaar in het bijzonder de kinderen uitgenodigd om de graven van hun voorouders te bezoeken.

Volgens Mouttahid is het voor hen belangrijk om zich te kunnen identificeren. ,,We willen onze kinderen laten zien dat ze trots kunnen zijn op hun voorouders. Zij hebben geholpen om Europa te bevrijden.''

Abdelilah Sghiri, de vader van Karim en Hajar, woonde vorig jaar voor het eerst de 4 mei herdenking bij. Negen jaar geleden kwam hij naar Nederland. Sghiri: ,,Nu zijn wij Nederlanders. Wij moeten de Nederlandse geschiedenis leren kennen en participeren aan de vrijheid.''

Er zijn geen nabestaanden van militairen onder de Marokkaanse bezoekers. Toch beleeft Ahmed Bouali, voorzitter van de Marokkaanse vereniging uit Den Haag, een onverwachte ontmoeting. Bouali wijst op een van de Marokkaanse grafzerken, waar in het witte steen onder een halve maan de naam El Achir Ben Bouali staat geschreven. ,,Hij heeft dezelfde familienaam als ik'', zegt Bouali lachend. ,,Ik had geen idee dat ik misschien een voorouder had die in de oorlog heeft gevochten. Ik ga onderzoeken of wij van dezelfde familie zijn.''

Fractievoorzitter van het CDA in Kapelle Cees Toorenaar vindt het een goede zaak dat Kappellenaren en Marokkanen samen herdenken. Er is hard gevochten in Kapelle en in deze tijd van het jaar worden in het dorp veel herinneringen opgehaald.

Toorenaar: ,,Het gedenken van leed is universeel. Op deze militaire begraafplaats zijn alle mensen met elkaar verbonden en kunnen ze elkaar vinden.'' Volgens Toorenaar is deze herdenking voor de jeugd een vorm van erkenning, omdat Marokkanen in de media vaak op een negatieve manier in beeld worden gebracht. Tooretaar: ,,De jeugd is op zoek naar een eigen identiteit. Je voelt hier dat zij trots zijn op de Marokkaanse gesneuvelden.''