Liedcyclus van Leos Janácek als een intieme opera

Het gaat goed met de kleinschalige opera in Nederland. Operaopleidingen presenteren regelmatig interessante voorstellingen, met de prachtige La Tragédie de Carmen van Peter Brookdoor Operastudio Nederland onder regie van Pierre Audi vorig jaar als een recent hoogtepunt.

En nu is er Opera C&F (costanza e fortezza), een samenwerkingsverband tussen regisseuse Jetske Mijnssen en vormgeefster Solita Stucken dat zich ten doel stelt intieme operavoorstellingen te maken voor kleine zalen.

Het jonge duo realiseerde rond kerst een liefdevol gemaakte serie voorstellingen van de kinderopera Pollicino van Hans Werner Henze bij de Nationale Reisopera. En op persoonlijke titel presenteren Mijnssen en Stucken nu tijdens een tournee langs een aantal theaters een geënsceneerde versie van Janáceks liedcyclus Dagboek van iemand die verdween (`Zápisník zmizelého').

Leos Janácek wist wat passie was. Hij wilde zijn `verlangens heel direct en ten volle vergieten' en deed dat in Dagboek van iemand die verdween.

De liedcyclus op gedichten van Josef Kalda over de liefde van een boerenzoon voor een zigeunermeisje was het eerste werk dat werd geïnspireerd door de vlammende liefde die Janácek in de herfst van zijn leven opvatte voor de getrouwde én achtendertig jaar jongere Kamila Stösslová.

Janácek onderkende ook zelf de theatrale mogelijkheden van de liederen. Hij noteerde enkele regieaanwijzingen in zijn partituur, en het Holland Festival bracht in 2000 met tenor Ian Bostridge een sensuele theatervoorstelling die op die aantekeningen was gebaseerd.

Diary of One Who Vanished was in die produktie een feest der zinnen, een wellustig kroelen en woelen in de kromming van de vleugel, gevolgd door evenzeer vlammende twijfel bij de boerenzoon.

In de enscènering van Jetske Mijnssen en Solita Stucken ligt de sensualiteit niet aan maar onder de oppervlakte. Het verlangen van Janek naar het zigeunermeisje Zefka blijft romantisch abstract, een fata morgana, onbereikbaar. Niet voor niets maakt Zefka – fraai uitgedost als lady-in-red – hier als een droombeeld haar opwachting achter een doorschijnend gaasscherm.

Mijnssen en Stucken zijn erin geslaagd in deze eerste eigen voorstelling van kleinschaligheid een deugd te maken. In plaats van een Nederlandse boventiteling van de Tsjechische teksten, worden de liedteksten in het Nederlands gedeclameerd door de drie zangeressen die anders een backstage-koortje vormen.

Tekstflarden lopen soms driestemmig door elkaar heen, waardoor de innerlijke verscheurdheid van Janek en de duizelingwekkende impact van Zefka wordt uitgediept.

Tenor Bernard Loonen geeft de extreme gemoedstoestanden van Janek tekstgevoelig, vocaal goed en zonder onnodige opsmuk gestalte. Zijn passie voor mezzosopraan Monique Scholte (Zefka) is door haar mooie timbre volkomen navoelbaar, al is het even wennen Scholte's hoogblonde schoonheid te associëren met de bezongen zigeunerinnensensualiteit.

Opera C&F maakt met Diary of One Who Vanished haar doelstelling duidelijk én waar. Je hoort de zangers ademen, zuchten en steunen, ziet pianist Peter Nilsson zwoegen en hoort zelfs knieën kraken als een zanger knielt.

Het leidt tot aantrekkelijk, dicht op de huid gezongen en gespeeld muziektheater en doet uitzien naar de volgende voorstelling van Opera C&F.

Voorstelling: Diary of One Who Vanished van Leos Janácek door Opera C&F met Peter Nilsson (piano), Bernard Loonen (tenor), Monique Scholte (mezzosopraan) e.a. Regie: Jetske Mijnssen. Vormgeving: Solita Stucken. Gezien: 2/5 De Meervaart, Amsterdam. Herhalingen: 6/5 Theater Orpheus, Apeldoorn; 11/5 Stadsschouwburg, Eindhoven; 16/5 Theater Odeon, Zwolle.