De gekozen burgemeester lijkt binnen... maar door getreuzel...dreigt tweede nacht van Wiegel

De gekozen burgemeester is binnen denkt menige D66'er over de coalitieonderhandelingen tussen CDA, VVD en D66, en zo staat het ook in het tussenverslag van de informateurs. Is het ook waar? Door getreuzel van het kabinet-Balkenende is ongewis of in de komende kabinetsperiode nog wel een noodzakelijke wijziging van artikel 131 in de Grondwet kan worden doorgevoerd, die bepaalt dat de burgemeestersbenoeming bij gewone wet kan worden geregeld en niet langer bij koninklijk besluit plaatsvindt.

Een nieuwe `nacht van Wiegel' ligt op de loer naar analogie van de manier waarop in 1999 de door D66 in het paarse regeerakkoord bedongen invoering van het correctief wetgevingsreferendum sneuvelde in de Eerste Kamer, omdat een deel van de VVD-senaatsfractie zich ertegen keerde. Referendum en gekozen burgemeester zijn voorbeelden van hoe sedert decennia in Nederland staatkundige hervormingen verzanden in discussies en staatscommissies of stranden in het parlement.

Korte inhoud van het voorafgaande: het tweede paarse kabinet (1998-2002) diende bij de Staten-Generaal een aantal grondwetsherzieningen in, dat door Tweede- en Eerste Kamer `in eerste lezing' is aanvaard met enkelvoudige meerderheid (helft van de stemmen plus minstens één). De wet schrijft voor dat na de volgende verkiezingen zulke grondwetswijzigingen in beide Kamers `in tweede lezing' aan de orde moeten komen. Voor aanvaarding is dan in elk der Kamers een tweederde meerderheid vereist.

Maar het vorig jaar zomer aangetreden kabinet-Balkenende heeft nogal getreuzeld met het aanhangig maken van de `tweede lezing'. Als eerste ging de grondwetswijziging ten aanzien van het referendum naar de Kamer. Dat was eenvoudig, want die kon worden voorzien van de toelichting dat het zittende kabinet daar tégen was, zodat zij dus niet moest worden aanvaard.

De grondwetswijziging over de burgemeestersbenoeming ging daarentegen pas naar het parlement toen het kabinet al weer demissionair was gevolgd door een tot niets verplichtende verkennende notitie van minister Remkes (Binnenlandse Zaken) over hoe een gekozen burgemeester vorm zou kunnen krijgen. De Tweede Kamer maakte een begin met de behandeling, maar besloot na het schriftelijk deel van de tweede lezing om het mondelinge deel uit te stellen tot na de verkiezingen van januari en de kabinetsformatie.

In dat uitstel zit hem de kneep. Dat mag niet betoogt PvdA-senator en staatsrechtgeleerde Erik Jurgens. De Grondwet zegt dat tussen de eerste en tweede lezing van een grondwetswijziging Kamerverkiezingen moeten plaatsvinden. De achterliggende gedachte is dat grondwetswijzigingen zó belangrijk zijn dat de kiezer zich erover moet kunnen uitspreken. De Tweede Kamer is sinds de eerste lezing echter niet één maar twee keer opnieuw verkozen, in mei 2002 en januari 2003.

In de Tweede Kamer hebben tot nu toe SP en SGP zich aangesloten bij Jurgens' opvatting dat de Tweede Kamer bezig is ,,de Grondwet te schenden'' en dat het precedent dreigt te ontstaan dat een regering net zo vaak de Kamer kan ontbinden totdat een meerderheid voor een gewenste grondwetswijziging ontstaat. Er moet maar eens een advies van de Raad van State over deze zaak komen, vinden Jurgens, SP en SGP.

De wijziging van artikel 131 zou volgens hen opnieuw in eerste lezing aan de orde moeten komen. Dat betekent echter ook dat het gewijzigde artikel in tweede lezing pas na de volgende Kamerverkiezingen kan worden aanvaard. In dat geval kan de gekozen burgemeester niet meer in de komende kabinetsperiode bij gewone wet worden ingevoerd.

Geen vuiltje aan de lucht, heeft minister Remkes de Kamer inmiddels geschreven: naar zijn mening heeft de vorige Tweede Kamer aan de grondwettelijke eisen voldaan door de tweede lezing wél (schriftelijk) te beginnen. De Grondwet bepaalt niets over het verloop in dit geval dus uitstel van die tweede lezing, aldus Remkes.

Maar of onder deze omstandigheden de wijziging van artikel 131 straks in de Eerste Kamer wel op de vereiste tweederde meerderheid kan rekenen? De Eerste Kamer ziet zichzelf als de controleur van de kwaliteit van wetgeving en zal de gelegenheid om de Tweede Kamer wegens ongrondwettelijk gedrag op de vingers te tikken niet aan zich voorbij laten gaan te meer daar de bestraffing onder leiding staat van een PvdA-senator die nota bene zelf warm voorstander is van de gekozen burgemeester. CDA, VVD en D66 beschikken in de volgende maand te kiezen Eerste Kamer samen over 41 zetels, geen tweederde meerderheid.

Jurgens is niet noodzakelijkerwijze uit op verwerping van artikel 131 in de Eerste Kamer. ,,In Nederland wordt de Grondwet uitgelegd door Staten-Generaal en regering en we kunnen dus zeggen dat we de Grondwet zó uitleggen dat de behandeling over een nieuwe Kamerontbinding kan worden hooggetild. Wel moeten we ons dan voornemen die eis van Kamerontbinding uit de Grondwet te halen ik zou daar voor zijn, want het is al langer een wassen neus.''

Ernstiger is misschien de zeer smalle politieke basis binnen CDA en VVD voor de direct gekozen burgemeester. Het verzet ertegen komt vooral uit de `bestuurdersvereniging' van beide partijen: gemeenteraadsleden en andere lokale bestuurders die geen heil zien in opschudding van de procedures.

De bestuurdersvereniging van het CDA was fel tegen de direct gekozen burgemeester toen het onderwerp daar in 1999 voor het laatst aan de orde kwam. CDA-voorzitter Van Bijsterveldt wil het debat nu weer vlot trekken. In de VVD heeft politiek leider Zalm vorig jaar te elfder ure een nederlaag in de ledenvergadering van zijn partij weten te voorkomen, toen deze zich tegen de gekozen burgemeester wilde uitspreken. Zalm zelf verklaard voorstander wist toen uitstel van de beslissing te bedingen. Los nog van de grondwetsdiscussie wanneer Balkenende en Zalm nu D66 de gekozen burgemeester gunnen, hebben zij hun partij straks véél uit te leggen.

De Tweede Kamer is deze week op reces.