Bloemen op het balkon terwijl de stad zwijgt

Het is zonnig en heerlijk rustig op straat als wij van onze meivakantie gebruik maken om planten voor het balkon in te slaan. Je hoeft helemaal niet meer op te passen waar je fietst, en op de plantenmarkt zijn de prijzen stevig gezakt omdat de meeste mensen zich er niet meer durven te vertonen. Verreweg het grootste deel van de Pekinese bevolking gaat het huis alleen nog maar uit om eten in te slaan. Aan plezierig op terrasjes zitten doen vrijwel alleen de buitenlanders nog.

Als we bij de ingang naar onze woonwijk blijven wachten op de man die de planten met een bakfiets komt brengen, staat er behalve de gebruikelijke militair die de ambassade bewaakt ook een jonge man met een wit mondkapje en bijpassende handschoentjes. Hij stond er vroeger niet, maar hij staat er nu alweer een aantal dagen. ,,Waarom staat u hier eigenlijk?'', vraag ik. ,,Nou gewoon, ik sta hier even te wachten, net als jullie'', zegt hij eerst ontwijkend.

Maar dat klopt toch niet? We zien hem hier nu elke dag. ,,Nou ja, eigenlijk ben ik een agent in burger'', bekent hij. ,,Staat u hier om mensen van de straat te rapen als ze SARS krijgen?'' ,,Dat ook'', geeft hij na enige aarzeling toe. En als je het eenmaal weet, dan zie je ze door de hele wijk: keurig geklede, meestal jonge mannen die rustig de boel in de gaten houden.

Gelukkig hebben we nog niemand tegen de vlakte zien gaan, maar op ons blommige balkon horen we vooral 's avonds wel veel meer sirenes van ambulances dan vroeger. Of zou je dat nu beter horen, nu het in de hele stad verder zo stil is?

We moeten denken aan vorig jaar, toen we rond 1 mei met het openbaar vervoer naar buiten de stad zijn gereisd. Vooral over de terugweg hebben we uren gedaan, want je kwam de bussen gewoonweg niet in gedrongen, zo zwart zag het van de mensen. Nu hoef je zo'n uitstapje naar buiten niet meer te proberen, want de dorpen rondom Peking willen ons stedelingen niet meer zien: ze zijn veel te bang dat wij SARS meebrengen, en rondom de stad zijn zowel formele als informele barricades opgeworpen.

Veel fietsen dan maar, want de sportscholen zijn nu ook zo goed als allemaal gesloten. Ik zie een man met een heus gasmasker op. Waarom laat hij het niet bij een monddoekje? ,,Hier zit een koolstoffilter in, dat is veel veiliger'', legt hij uit terwijl hij moeizaam door het benauwde masker heen probeert te praten. Ook een keurige kantoormevrouw steekt even later elegant in mantelpakje en met gasmasker op de straat over. De meeste jongens die voor privé-bewakingsdiensten werken, hebben inmiddels ook een mondkapje gekregen. Ik zie hoe een jongen bij het einde van zijn dienst zijn kapje af doet om het vriendelijk over de oren van de jongen die hem komt aflossen te schuiven: mondkapjes zijn immers schaars.

Onze werkster komt nog steeds twee keer in de week de boel doen. Vindt ze het niet eng om met de bus te reizen? ,,Ja, dat wel, maar de laatste tijd zitten er zo weinig mensen in dat ik het wel durf. De ramen staan open, dus het tocht goed door.'' Het is wel door haar hoofd gegaan om terug te gaan naar de provincie waar ze vandaan komt, maar zo makkelijk gaat dat niet. ,,De mensen waar ik de rest van de week werk, zijn de stad ontvlucht naar een plek waar minder SARS is. Ze hebben hun zieke vader hier gelaten, want die kan niet reizen. Die moet ik verzorgen, want wie doet het anders?''

Ze vertelt ook dat ze niet erg welkom zou zijn in haar geboortedorp, omdat de mensen zouden weten dat ze uit Peking terugkomt. ,,Dan ontloopt iedereen je, niemand wil meer met je praten.'' Haar familie vertelt dat veel hotels bij haar in de buurt nu vol zitten met mensen die de SARS in Peking ontvlucht zijn, en dat de dorpelingen dat nog maar ternauwernood tolereren.

Wij praten ondertussen veel met vrienden over blijven of gaan. Het yoga-clubje dreigt uiteen te vallen omdat een vrouw met een jong kind niet wil riskeren dat het kind in quarantaine zou moeten. ,,Wij kunnen zoiets nog wel begrijpen en accepteren, maar aan zo'n jong kind kan ik dat nooit uitleggen.'' Ze is een paar dagen terug met haar zoontje vertrokken, haar man blijft voorlopig nog wel hier.

Veel buitenlanders vertellen dat het rustig wordt op hun werk, niet doordat de mensen thuis blijven uit angst om SARS te krijgen, maar gewoon omdat het gebrek aan werk en het gebrek aan bezoekende zakenlieden en delegaties de bedrijven en instellingen parten begint te spelen. En hoe lang blijft het leuk om nog in een stad te zitten waar het openbare leven vrijwel is stilgevallen? Voorlopig genieten wij nog maar van de rust, van het prachtige weer en van een goddelijk balkon.