Zwaarden

Met veel interesse las ik in de bijlage W&O van 26 april het artikel over `zwaarden in het moeras' (`Alle bronzen'). Met de auteur van het artikel intrigeert ook mij het `verschrikkelijke open einde' over het waarom. De idee echter, dat toen het praktisch denken niet centraal zou staan en men gemakkelijker afstand zou doen van een kostbaar voorwerp dan nu het geval is, lijkt mij enigszins gekunsteld.

Is het niet veel logischer te veronderstellen dat het wegwerpen voor dergelijk kostbaar voorwerp uit pure, zij het misschien primitieve drang tot lijfsbehoud gebeurde? Dit is voorstelbaar als men ervan uitgaat dat de mens toen vermoedelijk een sterk religieus besef had, althans zich zeer bewust was van zijn nietigheid, en dat offeren een zeer aanvaarde manier was om de goden gunstig te stemmen.

Het zou goed kunnen zijn dat een zwaard moest worden geofferd als men er een zonde mee had bedreven zoals het doden van iemand van het eigen volk. Dat alleen dan een groot onheil zou kunnen worden voorkomen voor de familie of voor misschien de dader zelf.

Wat betreft het snel verdwijnen van de deposities van zwaarden in de ijzertijd lijkt het mij dat een banale verklaring voor de hand ligt. Een ijzeren zwaard is veel scherper en zal het bronzen zwaard snel hebben verdrongen, maar roest snel en zal vermoedelijk na duizenden jaren in het water volledig zijn vergaan.