W.F. Hermans

Het is wel jammer dat na dertig jaar nog altijd de grootst mogelijke onzin wordt verkondigd over de nadagen van W.F. Hermans in Groningen. Zijn overplaatsing naar de subfaculteit geologie blijft de gemoederen bezighouden waarbij het blijkbaar nog altijd nodig is de man te veroordelen zonder de feiten te kennen, zoals weer in NRC Handelsblad van 23 april door Maarten Huygen.

Huygen wekt in zijn artikel valse suggesties. Ten eerste over karakter.

Tijdens de bijeenkomsten met studenten was Hermans zeker niet de kankerpit die Huygen suggereert. Hermans was juist altijd een zeer aimabel, soms bijna verlegen mens waarin je de scherpe polemist zeker niet zou herkennen. Dat hij toen al niet veel zag in de subfaculteitsraad was in zoverre modern dat de studentenmacht uit die dagen nu al weer jaren geleden is teruggedraaid. Tijdens de door Huygen genoemde busreis in maart 1973 hebben we bijvoorbeeld Hermans leren kennen als een aangenaam causeur, iemand die 's avonds bij een drankje uit zijn hoofd verhalen van Poe en Kafka kon vertellen.

En over zijn eigen vak was hij zeker niet negatief. Over geomorfologische verschijnselen kon Hermans bijvoorbeeld tijdens deze excursie met smaak vertellen.

Dit brengt me tot de opmerkingen van prof. Van Straaten die hier volledig uit de context zijn gehaald. Nee, natuurlijk wist de geograaf Hermans weinig van geologie. Waarom zou hij? Wij als lezers eisen toch ook niet dat een journalist iets over literatuur weet.

Hoe dan ook, wij zagen een man die zwaar was aangeslagen door zijn perikelen bij geografie, een mens met ernstige gezondheidsproblemen.

Tijdens dezelfde excursie is Hermans namelijk bijna verdronken omdat hij vanwege evenwichtsproblemen niet snel genoeg liep om de opkomende vloed voor te blijven bij een wandeling langs een van de rotskusten. Enkele studenten hebben hem nog gered door hem een zeer steile helling op te slepen.

Drs. Fokko van Hulten, geoloog, lid subfaculteitsraad geologie 1973 te Groningen.