Vrede in Ivoorkust, maar de strijd gaat door

Op papier is het weer vrede in Ivoorkust, maar in de praktijk is de oorlog nog lang niet afgelopen. Alleen al Abidjan tellen de milities vijfduizend jongeren.

Het is half acht 's ochtends. Het leven in de rouwdouwerige stadswijk Yopougon is al in volle gang. Tientallen jongens in rode T-shirts hangen rond op een zanderig terrein dat in de volksmond `het parlement' heet.

Vroeger werden hier verhitte openbare discussies gehouden over de Ivoriaanse politiek. Tegenwoordig is het parlement een verzamelplek voor milities, een soort para-militaire eenheden van jongeren met kaalgeschoren schedels die getraind worden om `hun land te verdedigen'.

Met gemengde gevoelens kijken buurtbewoners toe hoe ze een paar keer per week door de straat joggen. In groepen van vijftig man maken ze hun rondes, op het ritme van zangerige strijdkreten en voorafgegaan door een achterwaarts lopende militair met een fluitje in de mond. Een-twee-drie-vier, een-twee-drie-vier. Eind april heeft de regering van Ivoorkust de vorming van milities verboden. Maar de organisatoren trekken zich niets aan van het verbod. De trainingen gaan gewoon door.

Op papier is het weer vrede in Ivoorkust, na een maandenlang conflict tussen president Laurent Gbagbo en rebellen in het noorden en westen van het land. Negen rebellenleiders mogen zich nu minister noemen in de nieuwe regering van nationale verzoening.

In de praktijk is de oorlog echter nog lang niet afgelopen. Het noorden, dat in handen is van de rebellen, blijft afgesneden van het zuiden. Bijna dagelijks stijgen gevechtshelikopters op om het westen te bestoken, waar door de rebellen ingehuurde Liberiaanse vechters de bevolking terroriseren. Bijna wekelijks arriveert nieuw wapentuig bij defensie. Vrede sluiten terwijl je oorlog voert, wordt die strategie schertsend genoemd.

Veel wijst erop dat Gbagbo de voorkeur geeft aan een hardhandige oplossing van het conflict. Hij vertrouwt op een schimmig netwerk van haviken die dik aan het conflict verdienen. De aanvoerders van de pro-Gbagbo jeugdbeweging, de `jonge patriotten', zijn het meest zichtbaar.

Deze demagogen hebben van het mobiliseren van jongeren hun beroep gemaakt. Zij krijgen geld om protestdemonstraties te organiseren en zijn uitgesproken tegenstanders van verzoening. De invloedrijkste `patriotten', Charles Blé Goudé en Eugène Djué, zijn allebei leider van de radicale studentenbeweging geweest.

De universiteit vormt een van de fundamenten van Gbagbo's macht. Na de invoering van het meerpartijensysteem begin jaren negentig werd het een bolwerk van de oppositie. Toen de voormalige geschiedenisdocent Gbagbo in 2000 aan de macht kwam, benoemde hij twaalf prominente academici tot minister.

Ook de huidige voorzitter van de volksvertegenwoordiging, een havik, komt uit dat milieu. Met de leiders van de jonge patriotten staat de president op goede voet. Zij zijn uiterst bedreven in het maken van propaganda voor Gbagbo en voor de gewapende strijd tegen de rebellen.

Dit, en de nijpende werkloosheid, verklaart hoe zich alleen al in de havenstad Abidjan meer dan vijfduizend jongeren bij milities hebben aangesloten. Ze zijn vrijwel allemaal van de stam van de president. Ze zijn nog niet bewapend, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd.

Een van de weinige organisatoren die zich bekend hebben gemaakt is Eugène Djué. Waar het geld vandaan komt, is in nevelen gehuld. Maar de jonge patriotten hebben zo hun methodes. Ze gaan geregeld bij ministers langs om geld te `vragen'. Wie niet betaalt, zeggen ze, heult met de rebellen.

De eenheden gaan schuil achter benamingen als `Kinderen van Vrede voor het Vaderland' of `Vrijwilligers voor Veiligheid en Defensie', maar dat zijn eufemismen, vertelt de 23-jarige kleermaker Parfait N'Drin. De werkelijke namen van de milities, die de jongens onderling gebruiken, zijn natuurlijk veel stoerder.

In het huis van een vriend, achter gesloten deuren, legt Parfait uit waarom hij zich bij een militie heeft aangesloten. Zelf zit hij bij `Woudy', wat zoiets betekent als `volwaardige man'.

Het is ook de bijnaam van de president. Wie een rood T-shirt draagt, hoort bij de eenheid `Lion'. Anderen noemen zich cobra's, wespen of luipaarden.

,,Mijn ouders zijn het er niet mee eens'', zegt Parfait. Maar hij wil graag in het leger. Dit lijkt hem de beste opstap. Drie dagen per week bekwaamt hij zich in het sluipen door de bush. Daarvoor wordt hij niet betaald, maar binnenkort is hem een echte militaire training van anderhalve maand beloofd.

Etnisch zijn de milities eenzijdig samengesteld. Inderdaad, zegt Parfait, jongens die horen bij de etnische groep van de rebellen komen er niet in – als ze al zouden willen. Voor hem is dat geen reden tot zorg: ,,Ik wil gewoon mijn land verdedigen'', zegt hij op de gehoorzame toon van een leerling die een wiskundeformule opdreunt.