Voorbeeld Boonstra

,,Opmerkelijk'', maar geen wettig en overtuigend bewijs van voorwetenschap. Dat is het oordeel van de rechtbank in Amsterdam over de geruchtmakende transactie in aandelen Endemol van de inmiddels gepensioneerde Philips-topman Boonstra. Dit proces moest de terugkeer markeren van het openbaar ministerie (OM) na een periode van relatieve afwezigheid in het erkende juridische mijnenveld van de voorwetenschap. Het OM had ook nog eens een lastige variant gekozen, namelijk die waarin sprake zou zijn geweest van een tip in de privé-sfeer. Anders dan bij samenspanning in een bedrijf is de aanklager dan welhaast per definitie afhankelijk van indirect bewijs.

Onmogelijk is deze opgave niet. Wanneer iemand een ander een klap geeft en dat oprecht beschouwt als een ongeluk, kan de rechter uit de omstandigheden toch afleiden dat er sprake was van opzet. In de zaak-Boonstra was de rechter het met het OM eens dat er een aantal verdachte omstandigheden was, maar hij vond dit onvoldoende voor een veroordeling. Ons strafrecht bindt een veroordeling aan de overtuiging van de rechter die objectiveerbaar (beredeneerd) moet zijn. Dat laatste is naar zijn aard moeilijk bij de afwezigheid van een overtuiging. Zeker omdat iedere verdachte voor onschuldig wordt gehouden tot het tegendeel is bewezen.

De grote vraag is wat deze vrijspraak betekent voor het aanzien van het Nederlandse bedrijfsleven in het buitenland. Dat was in 1989 een belangrijke reden voor de strafbaarstelling van voorkennis. Dit aanzien heeft deuken opgelopen door World Online en Ahold. Bij voorwetenschap speelt echter een rol dat dit ook in andere landen een harde noot voor toezichthouders en justitie is gebleken. Zozeer zelfs dat de vraag rijst of voorwetenschap zich wel leent voor de strafrechtelijke aanpak, die immers speciale eisen stelt aan de bewijsvoering. Aan de Nederlandse strafwet kan het moeilijk liggen, want deze is na 1989 zo aangescherpt dat er kritiek is dat normale zakenmethoden in de gevarenzone zijn gekomen.

Boonstra had een voorbeeldfunctie. Hij is er niet ongeschonden van afgekomen. Hij werd veroordeeld in een tweede zaak, het niet melden van een transactie in waardepapieren Ahold, waar hij commissaris was. Daarvoor hebben de rechters een maximale geldboete opgelegd, ondanks de schade die Boonstra door alle publiciteit heeft opgelopen. Een niet mis te verstaan signaal aan het adres van topondernemers.

Voor het OM is de Amsterdamse uitspraak niet de spectaculaire nederlaag die er wel van wordt gemaakt, maar wel een reden te meer zich te bezinnen op zijn strategie in de financiële wereld.