VERZET tegen Übervater Amerika

Bondskanselier Schröder sprak namens Duitsland een ferm `nee' uit tegen de oorlog in Irak. Het tekent de nieuwe houding van Duitsland tegenover de bevrijder Amerika. Dankbaarheid tegenover de Verenigde Staten: ja. Samenwerking: graag. Ondergeschiktheid: nee.

Zelfs mevrouw Rumsfeld was tegen de oorlog. Margarete Rumsfeld is 85 en woont in het dorpje Weyhe-Sudweyhe bij Bremen. In de buurt maakte ze graag goede sier met het verre Amerikaanse familielid Donald. Maar sinds `Irak' moet ze niet veel meer van hem hebben. ,,Voor ons is dat nog slechts de minister van Defensie'', zei ze in februari tegen Der Spiegel. En: ,,dat hij in godsnaam geen oorlog begint.''

Donald Rumsfeld voerde zijn oorlog toch, ook al sprak het land van zijn voorvaderen er schande van. In hun afkeer van de oorlog toonden de Duitsers een verbluffende eensgezindheid. Leraren en scholieren, ouders en kinderen, dominees en atheïsten, iedereen was het erover eens: oorlog is in dit geval geen oplossing. Ongeveer 70procent van de bevolking wees de militaire expeditie tegen Saddam Hussein van de hand.

Kanselier Gerhard Schröder volgde het sentiment in zijn land en forceerde daarmee een kentering in het buitenlands beleid. Voor het eerst in 55 jaar verzette Duitsland zich tegen de Verenigde Staten. Luid en duidelijk. In een vraagstuk van oorlog en vrede nog wel, in een kwestie van leven en dood. Van Amerikaanse levens, ook. `Irak' heeft niet alleen de sfeer in de Rumsfeld-clan verpest. De Amerikaanse president en de Duitse kanselier hebben elkaar al in geen maanden gesproken.

De gevechten zijn voorbij. In Bagdad probeert Rumsfeld – Roemsfeld, zegt Margarete – nu ook nog de vrede te winnen. In Berlijn en Washington wordt de balans opgemaakt. Na acht maanden ijstijd probeert men voorzichtig weer tot elkaar te komen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, maakt halverwege deze maand weer eens een tussenstop in de Duitse hoofdstad. Zijn Duitse collega Joschka Fischer noemt de transatlantische verhouding weer een hoeksteen van het Duitse buitenlands beleid. De oude banden worden weer aangehaald, maar wordt daarmee ook de oude orde hersteld?

Want wat was dat opzienbarende Duitse `nee'? Het begon als een doorzichtige poging van een politicus in nood om een bijna verloren verkiezingsrace alsnog in zijn voordeel te beslissen. Het leidde kortstondig tot een internationaal isolement, toen Duitsland als enige hardop tegen de oorlogsplannen fulmineerde. En het eindigde in een curieuze alliantie tussen Berlijn, Moskou en Peking, onder aanvoering van Parijs.

Een halve eeuw had Duitsland consequent geweigerd te kiezen tussen de rivalen Parijs en Washington. De Amerikanen bevrijdden Duitsland van het nazisme, steunden de wederopbouw, boden bescherming tijdens de Koude Oorlog en stimuleerden de hereniging. Niemand legt het aan met zijn beschermheilige. Samen met Frankrijk zette Duitsland zich onderwijl in voor een vreedzaam en geïntegreerd Europa. Dat ging niet altijd van harte en de arbeidsdeling was ook niet altijd evenwichtig: Frankrijk had wensen, Duitsland moest betalen. Maar vriendschap met de vijand van weleer was de Duitsers wel iets waard. Kiezen tussen beschermheilige en buurland, dat kon niemand van Duitsland verlangen.

In het dossier-Irak heeft de Duitse regering die keuze gemaakt. Mét Frankrijk, tegen de Verenigde Staten. Grote vraag is nu: zou Duitsland die keuze weer maken? Stond `Irak' op zichzelf of is er in Duitsland iets veranderd dat met Irak-conflict voor het eerst zichtbaar werd? Welke geest liet Schröder hier uit de fles?

Standvastig nee

Schröders `nee' tegen de oorlog was resoluut, helder en is – tot veler verrassing – standvastig gebleken. Ook nu Saddam gevallen is, blijft Schröder bij zijn standpunt dat oorlog niet de juiste weg was. Schröder onderbouwde zijn `nee' met politieke argumenten; tegelijk leunde hij op sentimenten die maar weinig van doen hadden met de herschikking van Mesopotamië.

Schröder had inhoudelijke bezwaren tegen de oorlog. Het risico is te groot, niemand weet wat er met Irak moet gebeuren na Saddam, oorlog in Irak is een brandende lont in een explosieve regio, de mogelijkheden voor vreedzame ontwapening zijn nog niet uitgeput. Later kwam daar het juridische argument bij: de oorlog is niet gelegitimeerd door het volkenrecht.

Vanaf dag 1 had Schröder nóg een motief. ,,Duits beleid wordt in Berlijn gemaakt'', riep hij in de zomer op verkiezingstournee in Münster zelfbewust, ,,en nergens anders!'' In de Münsterhalle kreeg hij voor die opmerking een staande ovatie. `Irak', dat was voor Duitsland ook emancipatie.

,,We hebben de mogelijkheden en de plicht om volwassen te worden'', zei Wolfgang Thierse, lid van de SPD en voorzitter van de Bondsdag tegenover buitenlandse journalisten. ,,Het proces van `Selbstfindung' speelt beslist een rol'', beaamt ook een hoge medewerker van Schröders kanselarij. ,,Duitsland is op weg naar een zelfstandiger positie in de wereld. Het is een proces van volwassenwording.''

Nobelprijswinnaar Günter Grass, hogepriester van de Selbstfindung en graag geziene gast in de kanselarij, legde zelfs een direct verband tussen Schröders `nee' en het recente debat over het leed dat Duitsers in de Tweede Wereldoorlog ondervonden. Sinds twee jaar is er in Duitsland aandacht voor het eigen lijden tijdens de oorlog. Een netelig vraagstuk, dat in het land van de daders om voor de hand liggende redenen nooit veel ruimte kreeg. Grass' eigen roman Im Krebsgang, over vluchtelingen uit Oost-Pruisen die aan het eind van de oorlog hun dood vonden, past in die trend. Evenals het boek van historicus Jörg Friedrich over de verschrikkingen van de geallieerde bombardementen op Duitse steden. Nu is de tijd blijkbaar rijp om zelfbewust met het eigen leed om te gaan.

Bij adolescentie hoort verzet. Verzet in dit geval tegen `Übervater Amerika', zoals Schröders medewerker het formuleert. De Verenigde Staten proeven nu wat eind jaren '90 al eens in Parijs tot verbijstering leidde: Schröder eist voor Duitsland een prominentere en zelfstandigere rol op het wereldtoneel. Duitsland is een land als alle andere, dat zich niet meer laat chanteren met zijn belaste verleden. Het nazisme is ver weg, de Koude Oorlog is voorbij, dus is het niet meer dan logisch dat ook de internationale verhoudingen worden aangepast. Dankbaarheid tegenover de Verenigde Staten: ja. Samenwerking: graag. Ondergeschiktheid: nee.

De samenstelling van Schröders rood-groene kabinet is in dit verband van belang. Schröders ministers zijn in hun jonge jaren beïnvloed door de protestbeweging ten tijde van de Vietnam-oorlog, de `generatie '68'. Joschka Fischer behoorde in die dagen tot de prominentere stenengooiers. De Fischer van toen is niet de Fischer van nu, niet elke jeugdzonde vertaalt zich in buitenlands beleid. Toch is er iets uit die tijd overgebleven, taxeert Schröders medewerker de Duitse ministersploeg. ,,De generatie '68 is al bij voorbaat sceptisch tegenover de Verenigde Staten. Het is de arrogance of power waar ze beslist niet tegen kunnen.''

Losrukken van vaders hand is één. Heelhuids een drukke kruising oversteken stelt weer heel andere eisen. De balans van Schröders solotour is op zijn best gemengd, nog afgezien van het feit dat oorlog niet werd voorkomen.

Het diplomatieke handwerk viel op door beginnersfouten. Schröder scherpte zijn positie net zo lang aan, totdat hij geen exit-strategie meer had. In de zomer zei hij al dat hij niet aan een veldtocht in Irak zou deelnemen, ook al zouden de Verenigde Naties een aanval sanctioneren. Daarmee toonde hij weinig respect voor de VN en zette hij zichzelf al buitenspel op een moment dat de rest van wereld nog met nadenken moest beginnen.

Het toeval wilde dat Duitsland op 1 januari tijdelijk toetrad tot de VN-Veiligheidsraad. Toen de onderhandelingen in januari net goed op gang kwamen, zei Schröder al dat Duitsland, ongeacht de uitkomst van het debat, nooit voor een VN-resolutie zou stemmen die een oorlog legitimeert. Frankrijk hield op dat moment nog een slag om de arm. Daarmee kon Schröder alleen nog maar bidden dat Chirac tot heldendom in staat was.

Van regelrecht amateurisme getuigde de blauwhelm-affaire. Half februari streek het defensie-establishment uit Europa en Amerika voor een weekend neer in Hotel Bayerischer Hof in München. Voor de Amerikanen geen eenvoudig bezoek. In de stad werd gedemonstreerd, onder aanvoering van Oberbürgemeister Christian Ude (SPD). Donald Rumsfeld moest van er Joschka Fischer horen: ,,Excuse me, maar ik ben niet overtuigd!'' En op zaterdagmiddag verraste Der Spiegel met een coverstory over een alternatief Frans-Duits plan om Irak te ontwapenen. Het plan voorzag in vervijfvoudiging van het aantal wapeninspecteurs, eventueel te beschermen door VN-blauwhelmen.

De Amerikanen waren perplex. Een alternatief plan? Welk plan? Voor de zekerheid begonnen ze het meteen te demonteren. ,,Het is een public relations-truc'', zei de Republikeinse senator John McCain. Ook de Duitse en Franse ministers van Defensie leken niet op de hoogte te zijn en hielden zich op de vlakte.

De primeur van Der Spiegel was ontstaan in het Kanzerleramt. Onder het genot van een glaasje rode wijn had Schröder er met een redacteur over de Irak-kwestie gefilosofeerd. Uit een geheim gedachtespel groeide vervolgens een artikel op een hoogst ongemakkelijk tijdstip. In Parijs was men over het lek niet te spreken. Berlijn kreeg een ultimatum: of jullie ontkennen het zelf of wij doen het. Het kostte de kanselarij vervolgens twee dagen om het verhaal te relativeren. Er werd nooit meer van vernomen.

Moeilijker te duiden is wat er precies is misgegaan tussen George W. Bush en Gerhard Schröder. Bush heeft veel redenen om verbolgen te zijn over Schröder. De Duitser fulmineerde tegen zijn oorlog, noemde zijn missie voor wereldvrede een `avontuur'. Toen de Duitse minister van Justitie, Herta Däubler-Gmelin, het bestaan had het presidentiële beleid met de methoden van Adolf Hitler te vergelijken, werd ze niet per onmiddellijk ontslagen. (Het was één week voor de verkiezingen, in het nieuwe kabinet kwam Däubler-Gmelin niet terug.)

Vertrouwensbreuk

Sinds de eindfase van de Duitse verkiezingsrace in september zijn Schröder en Bush niet meer on speaking terms. Bush stuurde Schröder geen felicitatietelegram toen de kanselier de verkiezingen won. Wel heeft Schröder sindsdien twee brieven aan het Witte Huis gestuurd en Bush in november telefonisch gefeliciteerd met de Republikeinse winst bij de Congresverkiezingen. Op een topconferentie in Praag gaven ze elkaar een hand. De contacten tussen Powell en Fischer en de staven van Witte Huis en Kanzleramt liepen in die periode overigens gewoon door.

,,Er is sprake van een vertrouwensbreuk op het persoonlijke vlak'', zegt Jeffrey Gedmin, directeur van de Amerikaanse denktank Aspen Institute in Berlijn. Gedmin geldt als kenner van de Duits-Amerikaanse betrekkingen en groeide in de afgelopen maanden in Duitsland uit tot de belangrijkste publieke pleitbezorger van de operatie Iraqi Freedom.

Volgens Gedmin hebben Bush en Schröder mei vorig jaar in Berlijn een herenakkoord gesloten. Inhoud: Bush zou tijdens de Duitse verkiezingsstrijd niets doen dat Schröder dwingt publiekelijk een standpunt over Irak in te nemen. ,,Bush is diep gekrenkt, omdat Schröder die afspraak heeft geschonden.''

Gedmin was niet bij het gesprek tussen de regeringsleiders aanwezig. Hoe goed zijn zijn bronnen? ,,Ik hoorde het in september in het Witte Huis. Later in Schröders kanselarij hoorde ik dat men weet dat Bush er zo over denkt, maar dat Schröder zegt zich niet bewust te zijn van zo'n deal.'' Hoe dan ook, veel politieke commentatoren gaan ervan uit dat het tussen beiden niet meer goed komt. De eerstvolgende ontmoeting is eind deze maand in Sint Petersburg, de volgende begin juni op de G8-conferentie in Evian.

Voor de Duits-Amerikaanse relatie is het uiteraard goed als de lucht tussen beide heren geklaard wordt. Zorgwekkender voor de langere termijn is dat `Irak' heeft aangetoond dat het Atlantisch gehalte van het politieke establishment in Berlijn niet meer bijzonder hoog is. Neem Hans-Ulrich Klose, lid van de Bondsdagfractie van de SPD, atlanticus in hart en nieren en de enige in de 251-koppige fractie die Schröders resolute `nee' tegen een aanval op Irak van de hand wees. Toen Klose de baas in een fractievergadering tegensprak, werd de 65-jarige sociaaldemocraat als een schoolkind in de hoek gezet. Niemand schoot hem te hulp. ,,De drang tot disciplineren is enorm'', zei hij later onderkoeld en gekwetst.

,,De SPD is een partij van talloze -ismen'', zegt Gedmin. ,,Je hebt er pacifisme, nationalisme, isolationisme en Europa-éérst-isme. Het enige wat je er niet hebt is atlanticisme.'' Het traditionele gevecht in de partij tussen atlantici en anti-Amerikaans gekleurde pacifisten is voorbij. ,,De atlantici hebben de strijd om de ziel van de SPD verloren.''

Behalve Klose kent Gedmin nog maar één andere prominente atlanticus uit de SPD: Karsten Voigt, coördinator voor Duits-Amerikaanse betrekkingen op het ministerie van Buitenlandse Zaken. ,,Een functie zonder beslissingsbevoegdheid, vervuld door een politicus aan het eind van zijn carrière.''

Gedmin is ook niet geheel gerust op het Atlantische gehalte van de christen-democratische zusterpartijen CDU en CSU. Fractievoorzitster Angela Merkel van de CDU en buitenlandspecialist en vice-fractievoorzitter Wolfgang Schäuble vertegenwoordigen de klassieke pro-Amerikaanse koers. Merkel, afkomstig uit Oost-Duitsland, reisde dan ook naar de VS om steun te betuigen aan de Amerikaanse oorlogsplannen. ,,Ik heb heel veel `new Europe' in me'', zou ze tegen Donald Rumsfeld, uitvinder van Europa's nieuwe tweedeling, hebben gezegd. De SPD sprak, uiteraard, schande van de reis, en ook bij het publiek vielen Merkels avances in Washington niet goed. Tijdens een carnavalsoptocht in het Rijnland was Merkel te zien met haar hoofd in het achterwerk van een Yankee. De foto haalde bijna alle kranten.

Maar in de CDU/CSU waren ook andere geluiden te horen. Geen anti-Amerikaanse slogans, maar wel twijfel. CSU-voorzitter Edmund Stoiber was eerst ambivalent en eiste later een VN-mandaat voor de oorlog. Peter Müller, minister-president in Saarland, was openlijk kritisch over de aanval op Saddam Hussein. Twee CDU-backbenchers togen vlak voor de oorlog nog naar Bagdad en de minister-president van Hessen, Ronald Koch, beslist geen backbencher, pleitte voor een multipolaire wereld. ,,Die klinkt opeens erg Frans'', sneert Gedmin.

Duitsland heeft twee grote volkspartijen. In de conservatieve CDU ontluikt een debat over de houding tegenover de VS, constateert Gedmin, de progressieve SPD is voor de Amerikaanse zaak verloren. ,,Op de korte termijn zullen de betrekkingen met de VS weer worden opgelapt, maar op de middellange termijn zul je zien dat `Irak' een keerpunt was.''

Van verstrekkende betekenis is mogelijk ook dat het imago van de VS ernstig heeft geleden onder het debat over `Irak'. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog heeft een politieke twist tussen de twee landen geleid tot een slechter imago van de VS in Duitsland. Sinds de jaren '50 was de waardering van de VS in Duitsland constant hoog, zelfs het emotionele debat over de plaatsing van kruisraketten in de jaren '80 deed daar geen afbreuk aan.

Aanzienlijk machtsverlies

Wat Reagan niet lukte, kreeg Bush jr. wel voor elkaar. In de jaren '90 zei ongeveer eenderde van de Duitsers in opinieonderzoek van het Instituut Allensbach een bijzondere affiniteit met de VS te hebben, slechts 6 procent had een uitgesproken negatief idee over de VS. In maart, voorafgaand aan de oorlog, zei 21 procent niets in de VS te zien en was het aantal fans gedaald tot 11procent. Steeds meer Duitsers vinden Amerikanen arrogant (66 procent), gewelddadig (54 procent), meedogenloos (54 procent). Steeds minder Duitsers vinden Amerikanen eerlijk (17 procent), vredelievend (18 procent) en verantwoordelijk (27 procent).

Losser van de VS, noodgedwongen in de armen van Frankrijk – zo rolde Schröder uit het `Irak'-avontuur. Gebrouilleerd met de hypermacht, veroordeeld tot samenwerking met een land waarmee hij tot half januari niet bijster veel affiniteit had.

De prijs voor de dubbele manoeuvre `mét Frankrijk tegen de VS' is een aanzienlijk machtsverlies. In Washington circuleert een korte formule voor de naoorlogse Amerikaanse diplomatie: Frankrijk bestraffen, Rusland vergeven, Duitsland negeren. Die slogan moet pijn doen in de kanselarij.

Duitsland heeft geen vetomacht in de VN en ontleende zijn politieke gewicht voorheen vooral aan de bemiddelingsrol tussen Parijs en Washington. Als Washington Berlijn niet eens belangrijk genoeg vindt om te straffen of te vergeven, is die rol, op zijn minst voorlopig, uitgespeeld. ,,Schröder heeft Duitsland in een gevaarlijke onbeduidendheid geleid'', concludeerde deze week de Süddeutsche Zeitung. Emancipatie heeft haar prijs.