Unilever beticht van kinderarbeid

Unilever (voeding, wasmiddelen) is mede-verantwoordelijk voor kinderarbeid in de Indiase katoenteelt. Ruim 20.000 kinderen produceren katoenzaden voor een Indiaas bedrijf, waarin Unilever een belang heeft.

Dit zeggen de Landelijke India Werkgroep, mensenrechtenorganisatie Amnesty International, vakbond FNV en ontwikkelingorganisatie Novib op grond van onderzoek naar de katoenteelt in de Indiase deelstaat Andra Pradesh. Deze niet-gouvermentele organisaties eisen, dat het Brits-Nederlandse Unilever nu iets gaat ondernemen tegen de kinderarbeid en heeft een brief gestuurd aan de Nederlandse bestuursvoorzitter A. Burgmans. ,,Het wordt tijd dat er wat gebeurt'', zegt coördinator G. Oonk van de Landelijke India Werkgroep.

In Andra Pradesh wordt veel katoenzaad geproduceerd. Kinderen veelal meisjes worden door de boeren ingehuurd, omdat zij goedkoper zijn dan hun ouders en bovendien veel productiever. Dat is een doorn in het oog van een organisatie als MV Foundation, die kinderen probeert weg te halen bij de boeren en naar school laat gaan. De boeren werken daarbij niet altijd mee, omdat zij geen volwassenen willen inhuren.

De boeren hebben vaak ook geen keus, blijkt uit het rapport Child labour and trans-national sees companies in hybrid cottonseed production in Andra Pradesh. Volgens de opsteller ervan, prof. V. Davuluri, krijgen de boeren een te lage prijs voor hun katoenzaden en hebben zij onvoldoende garantie dat hun zaden worden afgenomen. Met een ruimere afnamegarantie en een prijs die ongeveer eenderde hoger ligt zouden boeren wel volwassenen in dienst kunnen nemen.

De belangrijkste afnemer van de katoenzaden in Andra Pradesh is Paras Extra Growth Seed, waarin Unilever-dochter Hindustan Lever sinds maart 2002 een belang heeft van 26 procent. ,,Via de ketenaansprakelijkheid is Unilever mede-verantwoordelijk voor de productie van katoenzaad door kinderen'', zegt Oonk van de India-werkgroep. ,,Wij willen dat Unilever de voorwaarden schept voor het in dienst nemen van volwassenen en dus onder de inkoopprijs verhoogt.''

Een gesprek met een Nederlandse Unilever-directeur heeft volgens Oonk vorig jaar niets opgeleverd, reden waarom de eisen nu publiekelijk worden herhaald. Unilever zegt in een reactie bereid te zijn tot een gesprek, maar een woordvoerster gaat niet in op de vraag of het concern zich mede-verantwoordelijk voelt: ,,Wij willen bijdragen aan het oplossen van het probleem. Verder kunnen we niets zeggen tot het gesprek heeft plaatsgehad.''