Taboes de polder uit

Een jaar geleden, op 6 mei, werd Pim Fortuyn vermoord door de milieuactivist Volkert van der G. Zijn partij, de LPF, won een week later 26 Kamerzetels. De coalitie ging binnen drie maanden ten onder aan politiek gekrakeel van een on-Haagse soort.

Maar wat is er met Fortuyns ideeën gebeurd? Wat is er over van zijn erfenis?

Het woord Ausweis viel niet, toen het kabinet vorig jaar een verplicht identiteitsbewijs voorstelde. Er was wel discussie over het voornemen om de identiteitsplicht al vanaf het twaalfde jaar te laten ingaan, maar niemand begon over de ss'ers die nodig zouden moeten zijn om de kaart te controleren of over mogelijke trauma's die de gecontroleerden zouden kunnen oplopen. Vóór 2002 konden met verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog politieke voornemens nog worden gesmoord, ministers aan de schandpaal worden genageld en ongewenste maatregelen worden tegengehouden. Dat lijkt inmiddels haast wel in zijn tegendeel verkeerd: in discussies is de vergelijking met gebeurtenissen in de oorlog nu even taboe als de identiteitsplicht vroeger was.

Jarenlang hebben verhalen over verzet en collaboratie in de oorlog dienst gedaan als de seculiere bijbel van het land, waaraan hedendaagse gebeurtenissen konden worden afgemeten. De moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 heeft daar een definitief einde aan gemaakt.

Volgens lpf-aanhangers was die moord het gevolg van het demoniseren van Fortuyn tot een figuur die fout zou zijn geweest in de oorlog. De weerzin tegen de oorlog als morele maatstaf is symptomatisch voor de grote verschuiving die vorig jaar heeft plaatsgehad. Voor nieuwe generaties is de oorlog lang geleden, laat staan dat ze na de oorlog in verzet zouden gaan.

Sinds de terreuraanslagen van 11 september signaleren meldpunten meer klachten over verbaal racisme tegen moslims en tegen joden. Ook Fortuyn heeft aan het verbale geweld bijgedragen met zijn oproepen tot 'oorlog tegen de islam' en zijn uitspraak in de Volkskrant dat er van hem geen islamiet het land meer in zou mogen, als hij het juridisch rond zou krijgen. Het toenemende antisemitisme komt van moslims die van huis uit geen boodschap hebben aan de Tweede Wereldoorlog en zich identificeren met de strijd van de Palestijnen. Maar ook autochtone niet-moslims maken zich er schuldig aan. Het antisemitisme heeft in Nederland zo langzamerhand zijn status van het absolute kwaad verloren en wordt nu eerder beschouwd als een van de vele vormen van racisme. En dat terwijl Fortuyn een fervent aanhanger van Israël was.

De voornaamste erfenis van Pim Fortuyn is een grotere verbale vrijmoedigheid, zowel ten goede als ten kwade. Zijn politieke voorstellen zijn nooit aan de werkelijkheid getoetst, maar hij is er wel in een paar maanden tijd in geslaagd de polderconsensus te doorbreken over wat goed is of kwaad, extreem of gematigd. Het politieke centrum is het afgelopen jaar een flink eind naar rechts opgeschoven, met name op het gebied van immigratie en integratie.

Nederland wordt niet langer beschouwd als een vreedzaam eiland in Europa, dat gespaard zou blijven voor de spanningen die massale immigratie oproepen. De toon wordt niet meer alleen bepaald door de kosmopoliet die bij zijn bezoek aan de grote stad geniet van alle nieuwe soorten restaurants en andere culturen. Er is ook aandacht voor de mening van de oorspronkelijke bewoners van de oude wijken die zich overvallen voelen door alle snelle veranderingen van de afgelopen decennia. Er ligt een groter politiek accent op de plicht voor nieuwkomers om zich aan te passen. Zonder Fortuyn zou dat waarschijnlijk langer hebben geduurd.

Het is allemaal snel gegaan. In het voorjaar van 2001 was er nog enorme ophef over een intern rapportje van de politie van Groningen dat concludeerde dat er in een naburig asielzoekerscentrum vijf keer zoveel criminaliteit voorkwam als normaal. De Groningse burgemeester Jacques Wallage, die de cijfers verklapte, wilde hier maatregelen tegen nemen. Het ergerde hem dat asielzoekers die wegens een misdrijf waren veroordeeld, gewoon in de asielprocedure bleven. De reactie van de politiek was stereotiep: PvdA-Kamerlid Bert Middel vroeg de regering niet om te onderzoeken of deze ruwe schatting van de politie klopte, maar wilde dat de regering actie ondernam tegen de regiopolitie die dergelijke cijfers durfde te laten circuleren. Dat was immers slecht voor het 'draagvlak' voor asielzoekers.

'Draagvlak' is typisch een uitdrukking die sinds Fortuyn uit het vocabulaire is geschrapt. Men doelde met die term op de binnenlandse politieke steun voor een beleid dat het kleine Nederland als asiel-opvangland een internationale koppositie bezorgde. Slecht nieuws zou die politieke steun ondergraven en appelleerde alleen maar aan 'onderbuikgevoelens', een andere term die lange tijd werd gebruikt om kritiek te smoren.

Al vóór de komst van Fortuyn waren hier en daar kleine revoltes uitgebroken. In het Friese Kollum werden burgemeester en wethouders op een inspraakavond bekogeld door burgers die niet wilden dat het lokale asielzoekerscentrum werd uitgebreid. Rijke burgers in Vught kochten voor 3,7 miljoen gulden schaamteloos een voormalig blindeninstituut op om te voorkomen dat de gemeente er asielzoekers in zou huisvesten. In Slochteren werden burgers op een bijeenkomst over de plannen voor een asielzoekerscentrum met de gemeente door de rijksrecherche gefilmd om ze te controleren op racistische uitspraken. De racismebestrijding van justitie richtte zich meer op ongewenste woorden dan op discriminerende daden.

Kamerlid Janmaat van de Centrumdemocraten was jarenlang het vaste aambeeld, waarop de antiracisten bleven hameren. Er zijn wel verschillen tussen Janmaat en Fortuyn, ook in aanhang, maar de uitspraken waarvoor Janmaat destijds werd veroordeeld, worden nu niet langer vervolgd. Ook Justitie gaat met zijn tijd mee.

In 1995 trok vvd-Kamerlid Zijlstra onder dreiging van een justitieel onderzoek schielijk een uitspraak in over het verband tussen immigratie en criminaliteit. In 1997 werd Janmaat nog door het Arnhemse Gerechtshof veroordeeld omdat hij in een demonstratie had gezegd 'vol is vol' en 'Wij schaffen, zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af'. Toen Fortuyn van zijn toenmalige partij Leefbaar Nederland niet meer mocht zeggen 'Nederland is vol', sarde hij zijn critici met zijn ironische nuancering ' Nederland is druk'. Vervolgens overtroffen cda-politici hem met de uitspraak 'Nederland is overvol'. In januari vorig jaar plaatste cda-leider Jan Peter Balkenende in een toespraak 'vraagtekens bij de veronderstelde zegeningen van de multiculturele samenleving'.

Toen het cda en Fortuyn geen blad meer voor de mond namen, hoefden andere mensen dat ook niet meer te doen. Als een buurtbewoner zich wilde beklagen omdat hij niet meer kon praten met zijn nieuwe buren, die alleen Turks of Berbers spraken, hoefde hij niet eerst de jurisprudentie te raadplegen of zijn uitspraken strafbaar waren. Voortaan 'luisteren' politici naar hun eigen kiezers, zonder ze meteen in de hoek van de onderbuikgevoelens te plaatsen. Zelfs voormalig fractieleider Paul Rosenmöller heeft na zijn aftreden toegegeven dat de progressieve partijen te weinig rekening hebben gehouden met de zorgen van autochtone burgers over de snelle sociale veranderingen.

Vóór het Fortuynjaar bleef kritiek op de multiculturele samenleving beperkt tot kleine kring. Wie zich te luid uitsprak, kreeg het zwaar te verduren. Toen vvd-leider Frits Bolkestein bij de verkiezingen van 1992 de noodzaak tot integratie van moslim-immigranten op de agenda zette, werd hij naar huidige maatstaven 'gedemoniseerd'. Voormalig PvdA-voorzitter Felix Rottenberg kreeg veel kritiek toen hij de moeizaam verlopende integratie van nieuwkomers in oude wijken bij zijn partij aan de orde probeerde te stellen. De wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid (wrr) produceerde rapporten over de sociale gevolgen van immigatie en gebrekkige integratie. In 1989 schreef de cultureel antropoloog prof. Han Entzinger mee aan een rapport over verplichte taallessen en werk voor immigranten. Onmiddellijk drongen zijn wetenschappelijke collega's in Utrecht bij de decaan van de faculteit aan op zijn ontslag en het scheelde niet veel of dat werd hem verleend.

In zo'n klimaat durfden de meeste politieke partijen niet veel te ondernemen. Neem de nieuwe Vreemdelingenwet, die de komst van asielzoekers moest indammen door de proceduremogelijkheden te beperken. De wet werd door PvdA-staatssecretaris Job Cohen achter de schermen uitonderhandeld met zijn eigen partij, d66 en de vvd. Volgens de voorstanders van onbeperkte immigratie had het geen enkele zin te proberen de groeiende aantallen hoofdzakelijk economische asielzoekers terug te dringen. Toen de instroom van asielzoekers na de invoering van de wet daalde, durfden PvdA-politici in de verkiezingscampagne op dat succes nauwelijks te tamboereren, alsof ze zich er heimelijk voor schaamden.

Op 29 januari 2000 beschreef publicist Paul Scheffer de noden in de volkswijken in zijn paginagrote essay Het multiculturele drama in NRC Handelsblad. Scheffer sprak een ander publiek aan dan Bolkestein, want hij was vroeger staflid geweest van het wetenschappelijk onderzoeksbureau van de PvdA. Zijn essay had een enorm effect en het debat ging weken door in tv-talkshows, essays, politieke reacties. Toch wist zijn verhaal de patstelling bij de PvdA niet te doorbreken.

De terreuraanslagen van 11 september in Amerika vestigden de aandacht op de gevaarlijke rol van sommige orthodoxe islamisten. In 2001 was Bolkestein al van het Nederlandse toneel verdwenen en dus plukte Fortuyn de eerste electorale vruchten van de aanslag door bovenop de islam te springen. Hij had al een boek gewijd aan moslim-immigranten die met de rug naar de Nederlandse samenleving zouden staan. De islam was volgens hem 'een achterlijke cultuur'. Als homoseksueel werd hij door veel moslims gediscrimineerd, dus hij kon zich met recht slachtoffer noemen. De Rotterdamse imam El Moumni had homoseksualiteit zelfs een besmettelijke ziekte genoemd. Dat maakte de uitspraken van Fortuyn tegen de islam aanvaardbaarder dan de aforismen van Janmaat. Pim beschermde immers de klassieke Nederlandse tolerantie tegen de moslim-orthodoxie.

Hoe moesten Marokkanen en Turken trouwens integreren als driekwart voor een bruidsschat trouwde met piepjonge partners uit het eigen geboorteland die nauwelijks Nederlands spraken? Een paar jaar eerder hadden ambtenaren nog gefilosofeerd over de vraag of de minimumleeftijd voor Marokkaanse importbruiden, rekening houdend met de lokale cultuur, niet verlaagd moest worden. Nu maakt het kabinet plannen om de minimum-leeftijd waarop buitenlandse partners mogen trouwen te verhogen en om strengere eisen te stellen aan het inkomen van de uitnodigende partij.

Heel bewust zette Fortuyn immigranten, ja zelfs een moslim, op zijn lijst. Ook daarin onderscheidde hij zich van Janmaat. Anders dan tot dan toe gebruikelijk zocht hij ze niet in de hulpverlening of de ambtenarij, maar onder kleine ondernemers. Buiten de lijst Fortuyn woedde het debat nog heviger. Er waren moslims die zich openlijk uitspraken tegen fundamentalisme. De NederMarokkaanse schrijver Hafid Bouazza, strafrechtjurist Afshin Ellian, de Neder-Marokkaanse schrijfster Naima El Bezaz en zelfs de voorzitter van de Turkse moslimvereniging Mili Görüs, Haci Karacaer, wezen op de culturele afzijdigheid en vrouwvijandigheid van moslim-fundamentalisten. In talkshows zei toenmalig PvdA-medewerkster Ayaan Hirsi Ali dat de islam 'een achterlijke godsdienst' was. Met haar openlijk beleden afvalligheid doorbrak ze voor veel moslims een taboe. Ze werd bedreigd en ze heeft tot op de dag van vandaag persoonlijke beveiliging. Maar dat een afvallige als zij gewoon door kan blijven leven, is voor sommige moslims een openbaring.

De gevolgen van de verschuiving in het denken moeten niet worden onderschat. Moslims in Nederland zijn niet langer een monolitische groep van fundamentalisten of politiek correct denkende slachtoffers. De daling van het aantal asielzoekers is te danken aan de Paarse Vreemde-lingenwet, maar ook aan het besef dat bij vluchtelingenorganisaties is doorgebroken, dat de opvangcapaciteit van Nederland eindig is en dat een te grote toestroom de integratie belemmert. Ook Vluchtelingenwerk probeert vluchtelingen nodeloos lange procedures te ontraden en steekt minder juridische spaken in het wiel. En zie: nu de overheid de instroom beheerst, is het 'draagvlak' voor asielzoekers terug. Burgers protesteren nu als 'hun' asielzoekers uit lokale centra moeten vertrekken.

Pim Fortuyn wekte in februari 2002 de woede van bijna alle partijen met zijn uitspraak in de Volkskrant dat hij aan de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting de voorkeur gaf boven het discriminatieverbod. De tijd heeft hem gelijk gegeven. Het is makkelijker geworden je vrijelijk te uiten over immigratie en minderheden. Justitie komt minder gauw in het geweer. Zo zou Nederland zich kunnen ontwikkelen in de richting van de Verenigde Staten, waar op dit terrein grotere vrijheid van meningsuiting bestaat dan in Europa, maar waar geëmancipeerde minderheden zelf procederen tegen discriminerende praktijken.

Op een ander belangrijk onderwerp van Pim Fortuyn is minder bereikt. Van de beloofde extra invloed van de kiezer op de politiek is niets terecht gekomen. 'De oude politiek is weer terug, punt uit', concludeert de Rotterdamse hoogleraar policologie Rinus van Schendelen, die in Rotterdam bij de collegevorming met Leefbaar Rotterdam succesvol bemiddelde.

De wereld is veranderd: op de agenda staan een oorlog en economische problemen. Er moet fors worden bezuinigd. Onderwijs, zorg en veiligheid, de andere stokpaardjes van Fortuyn, zijn blijvertjes, maar alle voorstellen tot democratisering van het bestuur zijn gesneuveld. Het voorstel voor een gekozen burgemeester is getorpedeerd. Aan het halfslachtige burgemeestersreferendum wordt een einde gemaakt: bestuurders willen kans maken op een burgemeesterspost zonder daar de kiezers over te hoeven raadplegen.

Is daarmee de Fortuynrevolte voorbij? Volgens Paul Kalma van de Wiardi Beckmanstichting van de PvdA niet. Hij vindt dat de PvdA te snel terugvalt in oud bestuurdersgedrag. 'Er wordt onderschat wat er leeft onder de mensen. Het gevoel dat de PvdA nog slechts aan het begin staat van herstel, is zwak ontwikkeld', zegt hij. Zijn medewerker René Cuperus pleitte onlangs in de Volkskrant voor meer populisme bij de PvdA. De partij moet de taal van de 'echte werkelijkheid' spreken en niet die van de 'beleidswerkelijkheid' van professionals.

In Europa hebben Nederland en Italië het meeste last van kiezers die van partij naar partij vlinderen. Volgens Van Schendelen was het Fortuyn die dat fenomeen als geen ander heeft blootgelegd. Van Schendelen noemt allerlei oorzaken voor het zweven van de kiezers, onder andere het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarbij het partijbestuur de kandidatenlijst vaststelt en de kiezer geen enkele band heeft met de kandidaten die daarop staan. In andere Europese landen hebben de Kamer-kandidaten meer binding met de kiezers uit hun eigen districten. Bij Binnenlandse Zaken wordt nog wel gefilosofeerd over een ander kiesstelsel. De enige concrete maatregel van de afgelopen jaren is volgens Van Schendelen dat de stemlokalen later sluiten.

De politiek mag dan niet veranderd zijn, de pers zou dat volgens deskundigen wel moeten doen. Volgens een adviesrapport van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling zou de politiek te veel het slachtoffer worden van de medialogica: het debat wordt bepaald door de mogelijkheden en de beperkingen van de media. Volgens sommigen is het aan die medialogica te danken dat de televisiegenieke politicus Fortuyn zo populair werd. De Raad wil dat de media zich voortaan verantwoorden voor een onafhankelijk Media-onderzoeksinstituut, visitatiecommissies, openbare hoorzittingen, kwaliteitshandvesten en een ombudsman. Volgens de commissie moet de overheid daarbij helpen.

In hun studie De puinhopen in het nieuws weten communicatiespecialisten van de vu onder leiding van prof.

J. Kleinnijenhuis het crisisgevoel van de kiezers in 2002 aan negatieve krantenartikelen en tv-bulletins over onderwerpen als zorg en immigratie. Met name NRC Handelsblad, de Telegraaf en tv-nieuwsbulletins van de nos, rtl en sbs zouden de paarse politiek en vraagstukken als zorg en immigratie negatiever afschilderen dan eerst. Volgens peilingen vóór en na het lezen of kijken had de berichtgeving over 'puinhopen' invloed. 'Het centraal benadrukken van de rechtse thema's en van de problematiek rond asielzoekers heeft aan de basis gestaan van de aardverschuiving', concluderen de onderzoekers. De vraag of de 'rechtse' berichtgeving klopte werd door de onderzoekers niet gesteld.

De campagnechef van Leefbaar Nederland, Kai van der Linden, heeft toegegeven dat Pim Fortuyn de journalisten met opzet op de hak nam en uitdaagde. Zijn bekendste provocatie was de uitval tegen nos-verslaggeefster Wouke van Scherrenburg: 'Gaat u toch gauw koken, mevrouw'. Hij voelde aan dat de media een dankbare schietschijf zijn. Fortuyn bedacht de term 'demoniseren' voor de felle kritiek die hij kreeg van journalisten en politici. De advocaten Hammerstein en Spong, die namens de overleden Pim Fortuyn zeggen te spreken, hebben een strafklacht ingediend tegen de politici en journalisten, waaronder de redactie van NRC Handelsblad, omdat ze parallellen hebben getrokken tussen Fortuyn en de Tweede Wereldoorlog. Veel van die vergelijkingen zijn indertijd fel bekritiseerd door mensen die er de buik vol van hebben en volgens Hammerstein en Spong zouden ze zelfs verboden moeten worden. Het is ironisch dat die eis wordt gesteld in naam van een vermoorde politicus op wiens graf staat geschreven: 'Laten we waken over de vrijheid van het spreken'.

Maarten Huygen is redacteur van NRC Handelsblad

Mariet Numan is freelance illustrator

[streamers]

Het politieke centrum is het afgelopen jaar een flink eind naar rechts opgeschoven.

'Draagvlak' is typisch een uitdrukking die sinds Fortuyn uit het vocabulaire is geschrapt.

Moslims zijn niet langer een monolitische groep fundamentalisten of politiek correct denkende slachtoffers.