Strijden voor dode kameraden

Tien jaar geleden verloren achttien spelers van het nationale elftal van Zambia hun leven bij een vliegtuigramp. Aanvoerder Kalusha zat niet in het vliegtuig. Hij strijdt nu voor een passende piëteit van zijn voetbalmaten.

Uiterlijk is Kalusha Bwalya (39) niet veranderd, innerlijk wel. De oud-voetballer van onder meer PSV draagt al tien jaar de pijn van een ramp met zich mee. De Zambiaan verloor op 28 april 1993, tijdens een nachtelijke vlucht naar Senegal, achttien ploeggenoten van het nationale elftal bij een vliegtuigongeluk voor de kust van Gabon. Afgelopen maandag ontbrak Kalusha om studieredenen bij de herdenkingsbijeenkomst in de hoofdstad Lusaka, maar vanuit Nederland deelde hij via een open radiolijn van de BBC de smart met zijn landgenoten ter plekke.

Het kost Kalusha tien jaar na dato nog steeds moeite herinneringen aan zijn achttien omgekomen vrienden op te halen. Hij had als aanvoerder van de nationale ploeg een hechte band met de spelers, die hij een decennium na de mysterieuze verdwijning van het vliegtuig in de Atlantische Oceaan nog allemaal kan uittekenen.

In zijn gedachten leven ze nog voort, de jongens die een gouden generatie werden genoemd. ,,De lichting van toen was buitgewoon talentvol'', vertelt Kalusha. En dan denkt hij aan dierbaren als doelman Efford Chabala, Derby Makinka, Easton Mulenga, Wisdom Chansa en hét talent van Zambia, spits Kelvin Mutale. Vrijwel alle internationals waren, net als Kalusha, afkomstig van de `Copperbelt', de noordelijke provincie waar de kopermijnen en de voetbalclubs nauw met elkaar verbonden zijn. De clubs uit de streek waaronder Kalusha's oude club Mufulira Wanderers maken de dienst uit in Zambia.

Het waren spelers met wie volgens Kalusha de wereld kennis had zullen maken, omdat zij op het punt stonden hun land voor het eerst in de geschiedenis te bevorderen tot deelnemer aan het wereldkampioenschap (Verenigde Staten, 1994). Zambia, dat de kwalificatiereeks met Senegal en Marokko na de ramp noodgedwongen met een B-elftal moest voortzetten, zou voor plaatsing uiteindelijk één doelpunt tekort komen.

Kalusha behoorde tot de drie overlevenden doordat hij samen met zijn voor het Zwitserse Sion spelende landgenoot Johnson Bwalya rechtstreeks vanuit Parijs naar de Senegalese hoofdstad Dakar zou vliegen. De begaafde middenvelder Charles Musonda van Anderlecht dankt zijn leven aan een knieblessure, die hem dwong tot afzegging voor de interland.

Hoewel het onderzoeksrapport naar de vliegramp tot woede van de nabestaanden nog steeds niet openbaar is gemaakt, veronderstelt Kalusha dat de slechte staat waarin het militaire vliegtuig verkeerde de oorzaak was. Het Zambiaanse elftal maakte uit kostenoverwegingen vaker gebruik van de `Havilland Canada DHC-5D Buffalo', een toestel dat door verschillende incidenten reeds voor de fatale crash de bedenkelijke reputatie van een vliegende doodskist had opgebouwd.

Kalusha's (Nederlandse) vrouw had haar echtgenote na enkele slechte ervaringen zelfs verboden ooit nog met die rammelkast te vliegen. Eén keer negeerde hij dat verzoek: in december 1992 voor een wedstrijd op het eiland Madagaskar. En zoals bijna gebruikelijk met de Buffalo verliep ook die reis allerminst vlekkeloos. Kalusha: ,,We werden gedwongen in Malawi te landen, omdat de Zambiaanse autoriteiten hadden vergeten toestemming te vragen van het luchtruim gebruik te maken. In Malawi geloofden ze niet dat voetballers met een militair vliegtuig vervoerd werden en vreesde men een vijandige daad van een buurland. Als bewijs moesten we onze voetbalspullen laten zien en werd ik wegens mijn bekendheid speciaal getoond. Na in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, te hebben bijgetankt, moesten we vervolgens tijdens de oversteek van de Indische Oceaan naar Madagaskar de zwemvesten omdoen. Dan praat ik over een reis die vijf maanden voor de ramp plaatsvond.''

Voor zover hij zich kan herinneren heeft Kalusha voor een zevental uitwedstrijden met de Buffalo gevlogen. Hij kon toen niet bevroeden dat de morbide grappen onder de spelers over het tegemoet vliegen van de dood ooit bittere realiteit zouden worden. ,,Maar je gaat nu eenmaal'', zegt Kalusha. ,,Dat doe je, omdat je denkt dat het wel goed zal gaan. Je wist dat de Zambiaanse voetbalbond over weinig geld beschikte en om die reden vaak een beroep op het ministerie van Defensie deed. Nee, ik neem niemand de ramp kwalijk. Maar ik vind wel dat het onderzoeksrapport zo snel mogelijk boven tafel moet komen. De minister van Sport, Gladys Nyirongo, heeft maandag tijdens de herdenkingsbijeenkomst openbaarmaking beloofd, maar ik moet nog zien of dat gebeurt. Ik heb mijn twijfels, omdat er al tien jaar overheen is gegaan.''

De laksheid van de regering bij de rapportage over de ramp kan een gevolg zijn van de negatieve conclusies voor de Zambiaanse overheid. Bij ernstige nalatigheid is de vrees voor juridische procedures over smartengeld alleszins opportuun. In dat geval is haar belang niet gediend bij openbaarmaking. Het gerucht dat het vliegtuig als een `vijandig militair object' uit de lucht zou zijn geschoten, vindt geen gehoor bij Kalusha, hoewel de mysterieuze verdwijning van ooggetuigen nog steeds woede bij hem opwekt. ,,Maar ik verwacht niet dat we de ware toedracht ooit te weten komen'', zegt hij met enige berusting.

Mede om die reden moet er volgens Kalusha meer gebeuren om de dertig slachtoffers de nationale piëteit te geven die ze verdienen. De oud-voetballer, die in Zambia een Cruijffiaanse reputatie geniet, wil 28 april tot herdenkingsdag benoemen. ,,Dat is het minste wat de regering kan doen'', vindt Kalusha. ,,Minister Nyirongo heeft gezegd dat de slachtoffers geëerd zullen worden tijdens de jaarlijkse nationale `heldendag' in juli. Maar daar ben ik het niet meer eens. Ik vind dat de voetballers apart herdacht moeten worden, omdat ze veel voor Zambia hebben betekend. Dat er bij het nationale Independence Stadium een monument Heroes Acre voor de slachtoffers is ingericht vind ik belangrijk, maar de herinnering moet in mijn ogen ook levend worden gehouden door 28 april tot Heroes Day uit te roepen. Die erkenning, dat gevoel van trots, verdienen de jongens; opdat zij niet zinloos zijn gestorven.''

Bij zijn eerstvolgende bezoek aan Zambia wil Kalusha overleg voeren met president Levi Mwanawasa en de minister van Sport. Hij heeft de status die hem toegang tot het presidentieel paleis en het ministerie verschaft en als oud-aanvoerder van de nationale ploeg voelt hij het als zijn morele plicht daar gebruik van te maken. Kalusha: ,,Er is een nieuwe regering, die ik niet goed ken. Ik hoop met een goed gesprek begrip voor mijn wensen te krijgen. Het is toch vreemd dat minister Nyirongo afgelopen maandag bij de herdenkingsbijeenkomst niet officieel de regering vertegenwoordigde, maar op persoonlijke titel aanwezig was. Dat zegt iets over de houding van de overheid tegenover de slachtoffers van de voetbalramp. En het zegt mogelijk ook iets over haar belofte tot publicatie van het rapport. Is die toezegging dan wel iets waard, vraag je je af.''

De verwijten van Kalusha hebben ook betrekking op de internationale voetbalfederatie FIFA, die in zijn ogen weinig medeleven met de slachtoffer heeft getoond. ,,Terwijl ze een kwalificatiewedstrijd onder auspiciën van de FIFA speelden. Ik had van de FIFA op z'n minst een benefietwedstrijd verwacht. Bij het afscheid van Nelson Mandela als president van Zuid-Afrika organiseerde de FIFA een wedstrijd tussen Afrikaanse voetballers tegen de `rest van de wereld'. Daaraan heb ik nog meegedaan. Maar Zambia telt als klein land schijnbaar niet mee. Het zou van respect getuigen als de FIFA alsnog een erewedstrijd laat spelen. Het kan nog; het is nog niet te laat.''

Tien jaar na het fatale ongeluk kan Kalusha beter met zijn emoties omgaan dan voorheen. Kort na de ramp verklaarde hij tegenover een Nederlandse televisieploeg een gebroken man te zijn, die er vrede mee had kunnen hebben als hij samen zijn vrienden in het vliegtuig de dood zou hebben gevonden. Inmiddels verwoordt hij zijn verdriet genuanceerder, hoewel er geen dag voorbijgaat of hij denkt aan de ramp. ,,En dat zal de rest van mijn leven zo blijven'', weet Kalusha, die recentelijk de banden van de tien jaar oude tv-opnamen pas heeft kunnen bekijken. ,,Het was bij elkaar drie uur film, die ik volledig heb uitgezeten. In zeker zin heeft het me goed gedaan; ik ben er rustiger door geworden.''

De vliegtuigramp is er volgens Kalusha de oorzaak van dat het Zambiaanse voetbal er slecht voor staat. ,,Er is tien jaar geleden in één klap een generatie verdwenen, waarvoor geen opvolging was'', weet hij. ,,Het zal enige jaren duren voordat Zambia weer een goede nationale ploeg heeft. Voorzitter Evaristo Kasunga van de Zambiaanse voetbalbond heeft tijdens de herdenkingsbijeenkomst van maandag gezegd dat plaatsing voor het WK van 2006 in Duitsland de beste manier is om de doden te herdenken. Maar dat is kretologie; er moet een wonder gebeuren wil Zambia zich plaatsen voor `Duitsland'. Op zijn vroegst kunnen we er bij zijn in 2010, als het WK in een Afrikaans land wordt gehouden.''

Wie weet aan de hand van trainer Kalusha, want de oud-speler volgt momenteel bij de KNVB de cursus `Oefenmeester 1', waarna hij zo snel mogelijk hoopt te kunnen doorstromen naar de cursus `coach betaald voetbal'. Want Kalusha heeft de uitdrukkelijke ambitie om trainer te worden, bij voorkeur in Nederland en mogelijk ooit in Zambia. Kalusha heeft bewust voor een opleiding in Nederland gekozen, omdat het niveau hier hoog is en de voetbalcultuur hem aanspreekt. Tijdens zijn verblijf in Mexico, waar hij na zijn PSV-periode in een tijdsbestek van negen jaar bij achtereenvolgens Club América (onder Leo Beenhakker), Nexaca en Vera Cruz speelde, heeft hij ook een cursus gevolgd, maar dat was niet het opleidingsniveau dat hij zocht. Bovendien wordt het Nederlandse diploma, in tegenstelling tot het Mexicaanse papiertje, overal ter wereld erkend.

In de tussentijd praktiseert hij zijn kennis met een stage bij de jeugd van zijn oude club PSV. ,,Het gaat goed'', zegt hij. ,,Ik heb tot nu toe alle proeven gehaald hoewel studeren in het Nederlands me zwaar valt. Maar ik zet door, zoals ik dat ook altijd in mijn voetbalcarrière heb gedaan.''