Sterren kijken

Maartje Duin woont in Hollywood. Ze schrijft een tweewekelijkse column over de sterren en gewone stervelingen die ze daar ontmoet.

Hoe maak je het beste kennis met Hollywood? Niet door een bezoek aan Universal Studios, voor een kijkje achter de schermen van Jurassic Park en Jaws. Ook niet door het bijwonen van een opname van de Tonight Show voor een eigen Amerikaans televisiedebuut, of een wandeling naar de reflecterende Hollywood-letters op de heuvels. Beter is het voor vijf dollar een `starmap' aan te schaffen bij een Mexicaan op een krukje aan de kant van de weg in Beverly Hills. Een verrekijker – of liever: sterrenkijker – gaat mee in de tas en we kunnen op stap.

De mensensafari waarop wij ons begeven, appelleert aan twee essentiële gevoelens die de bezoeker van Los Angeles overvallen. Het eerste: Hollywood claimt je herinneringen. Hier zit je niet op het strand, je zit tussen Baywatch en het decor van de film over The Doors. Je gaat er niet winkelen op Rodeo Drive – welbeschouwd niet veel excentrieker dan de PC Hooftstraat – nee, je loopt er langs de winkels die Julia Roberts weigerden in Pretty Woman. Kinderen van Marshall High bij mij om de hoek hebben gymles op het grasveld van de grand finale in Grease.

En overal duiken de starwagons op: mysterieuze witte bastions op wielen die aangeven dat hier gefilmd wordt. Ze lijven steeds een nieuw stukje stad in – zo verdwijnt je favoriete café of de kiosk waar je elke ochtend de krant haalt, voorgoed in het collectieve geheugen van miljoenen filmbezoekers.

Als inwoner van Los Angeles kun je je vrijwillig bij dit complot laten betrekken: huiseigenaren kunnen zich laten registreren op een website, waar location scouts op afkomen. De eigenaar houdt er geld aan over of wordt betaald in de vorm van een frisse schilderbeurt.

Natuurlijk zijn de kasten van huizen in de Hollywood Hills, waar alle filmsterren wonen, gewilde objecten. Zo doet zich op zo'n tochtje langs de sterrenvilla's de mindtwisting situatie voor dat je huizen kunt zien van mensen die spelen dat ze in diezelfde huizen wonen. In theorie, tenminste. Op het kruispunt van Eden Way en Crescent Heights ben je de draad helemaal kwijt: hier is de scène uit Get shorty opgenomen waarin John Travolta een `starmap' gebruikt om het huis van Danny De Vito te vinden.

Je moet op zo'n tour, net als op een gewone safari, een beetje geluk hebben. Het huis van Winona Ryder is onvindbaar. De openbare wc waar George Michael werd opgepakt voor onzedelijk gedrag (`WHAM!' grapt de starmap) is grotendeels verscholen achter het groen. En voor het openmaken van de vuilniszakken van sterrenchefkok Wolfgang Puck op zoek naar etensrestjes zijn we net te bescheten.

Alleen op Doheny Road worden we op onze wenken bediend. Kunst: dat is nu net een huis waarvan we het interieur dagelijks op MTV kunnen zien. Een groepje mensen heeft zich voor Ozzy's huis verzameld.

`Forget about the dog, beware of owner!' waarschuwt de starmap. Eén fan laat zich daar niet door afschrikken. Hij is niet voor niets all the way from Alaska gekomen, in een roestige, zwartgespoten Chevrolet. En warempel, Ozzy himself is thuis. Of gaat die luxaflex vanzelf naar beneden? De jongen sluipt naar de intercom, triomfantelijk achterom kijkend naar de rest van de menigte. Hij schreeuwt net zo lang tot Ozzy de tuinsproeier aanzet. Wanneer hij afdruipt, doorweekt, maken wij ons uit de voeten, verteerd door plaatsvervangende schaamte.

Zo komen we bij het tweede gevoel terecht dat de toerist in LA bekruipt: zijn eigen voyeurisme. Want op de stoep van de Osbournes zien wij Ozzy niet. We zien de jongen die zich voor zijn deur onder de tuinsproeier laat natspuiten – en opeens zien we onszelf.