Rechtsgeleerdheid 2

In W&O van 12 april (`Geléérd zijn jullie wel') pleit prof.mr. Carel Stolker voor een wetenschappelijker rechtsgeleerdheid en voor een bredere discussie over ons recht. Uit vele verontrustende feiten blijkt dat diepgaand onderzoek naar het doen en laten van vooral advocaten, maar ook van andere hoeders van ons recht hard nodig is. Hetzelfde geldt voor de deelname van niet-juristen aan die discussie.

De vraag of het recht, in de woorden van prof. Stolker, voldoet aan de eisen van rechtvaardigheid, doelmatigheid en rechtszekerheid is voor een aanzienlijk deel afhankelijk van de kwaliteit van het werk van advocaten, die immers de rechter dienen te informeren. Collega-wetenschappers van Stolker zoals prof. R. Brenninckmeijer stelden al een decennium geleden dat vele burgers geen toegang krijgen tot de rechter door het doen en laten van de commerciële advocatuur. Met name in gevallen waarin burgers slachtoffer worden van schadelijke fouten van advocaten of van met geld, macht en reputatie omklede personen, blijkt het enorm moeilijk of zelfs onmogelijk een advocaat te vinden.

De uitspraak van prof. Stolker: iedereen loopt om het geringste naar de rechter, is dan ook discutabel en zou onderwerp moeten zijn van onderzoek. Gedegen, wetenschappelijk onderzoek, geënt op de ervaringen van justitiabelen, naar de kwaliteit van het werk van advocaten in het bijzonder is er opmerkelijk genoeg zo goed als niet. Op de vraag of die kwaliteit door de dekens/raden van toezicht en het tuchtrecht voor advocaten gewaarborgd wordt, bestaat geen wetenschappelijk antwoord.

Advocaten, maar ook andere hoeders van ons recht ontbreekt het aan de door prof. Stolker bepleite reflexie op het eigen doen en nalaten. Voor een representatief oordeel daarover dient de rechtswetenschap ook kennis te nemen van de feiten, die verontruste leken/burgers aandragen. Dat zou bijdragen aan het wetenschappelijk onderzoek en aan de verbreding van de openbare discussie, die prof. Stolker voorstaat.