Psychologen worden gék van de bureaucratie

Het is mijn vak mensen te behandelen die kampen met psychische problemen. Ik doe dat met plezier, maar het hindert mij dat steeds meer ambtenaren zich met mijn werk bemoeien en in toenemende mate bepalen hoe ik, de psycholoog, mijn werk moet doen.

Om mijn werk te kunnen doen zal het op de één of andere manier ook georganiseerd moeten worden. Ik heb een praktijkruimte nodig, een systeem van betalingen en een administratie. Zo ontstaan organisaties met niet-vakgenoten die mij in mijn beroepsuitoefening ondersteunen. Maar zij gaan al gauw meer doen – bijvoorbeeld beleid maken. Zo geven zij antwoord op de vraag wat er zoal aan behandelingen nodig is en hoe die hulp eruit zou moeten zien.

Het aantal te stellen beleidsvragen is praktisch eindeloos en de hoeveelheid antwoorden evenzo. Er kunnen dus heel veel mensen aan het werk worden gezet die zich met beleidszaken bezighouden en dat gebeurt dan ook want hun aantal wordt nauwelijks gelimiteerd door de kosten. Zij worden betaald uit belastingen en sociale verzekeringsgelden die worden beheerd door organisaties die zélf beleid maken en die zélf oordelen over hun eigen nut of dat van aanverwante organisaties.

Het resultaat van de beleidsijver is dat mij in gedetailleerde mate verteld wordt hoe ik mijn werk moet doen. Bijvoorbeeld hoe ik met patiënten om moet gaan, op welke wijze ik de patiënt moet onderzoeken of wat voor soort conclusies ik geacht word te trekken en welke behandelingen ik mag overwegen.

De bemoeienis gaat ver en dat komt deels door de aard van mijn werk. Probleem met mijn vak is dat zo veel mensen er een mening over hebben. Iedereen heeft wel een vriend of familielid met psychische problemen en bijna allemaal willen ze graag zeggen hoe je met die problemen om zou moeten gaan. Wat dat betreft heeft een chemicus het beter. Je laat het wel uit je hoofd je met zijn werk te bemoeien. Voor je het weet heb je een ontploffing of een milieuramp.

Mijn pech is ook dat ik geen exact vak heb. Beweringen over mijn werk zijn nooit geheel waar of onwaar. Wat je er ook over zegt, er zit altijd wel iets in. Zelfs al zeg je dingen die ieder weldenkend mens onzin zou noemen. Bijvoorbeeld dat je psychische problemen die al jaren bestaan kunt oplossen met vijf gesprekken van drie kwartier. Een enkele keer lukt dat. Dus heeft iedere bureaucraat die wat dan ook beweert over mijn werk altijd wel een beetje gelijk.

Maar het gaat ze natuurlijk niet om hun gelijk. Zij willen vooruitgang in de hulpverlening die te vergelijken is met de vooruitgang in de techniek. Het is echter zeer de vraag of dit mogelijk is. Er wordt wel veel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van diverse behandelingen en factoren die van invloed zijn op de geestelijke gezondheid, maar dit zijn sociaal wetenschappelijke studies waarvan de uitkomsten zelden eenduidig en nooit direct toepasbaar zijn. Praktijkmensen nemen er graag kennis van als ze worden gepubliceerd in vaktijdschriften maar verder trekken ze zich er weinig van aan.

Dat wordt wel anders als een ambtelijke brigade de resultaten meent te moeten implementeren door er de verstrekking van de budgetten aan te koppelen. Dan staan er genoeg collega's klaar om zorgprogramma's en protocollen te maken. Onder hen zijn er die redeneren dat je dit maar beter zelf kunt doen voordat anderen het je opleggen. Zij hebben natuurlijk gelijk maar het effect is wel dat je in hoog tempo je professionele autonomie verliest. De bureaucratie krijgt het argument in handen dat de voorgestelde voorschriften en regels worden gedragen door de vakmensen zelf.

En zo ontstaan er standaarden die de vakmensen zelf niet willen maar die hun wel min of meer worden opgedrongen. Bijvoorbeeld alvast een minimale geprotocolleerde behandeling beginnen zonder goed te onderzoeken wat er aan de hand is. Dat werkt in de praktijk vrijwel nooit, maar je kunt daarna wel weer verder zien. Als de patiënt tenminste niet afhaakt.

Professioneel gezien vind ik zo'n manier van werken slecht en vele vakgenoten met mij. Het is slechts één van de gevolgen van de bureaucratisering waar ik van af wil. Politici en bestuurders kunnen mij helpen door alleen financiële middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van taken en het subsidiëren van de vele beleidsplannen te stoppen.

Lester Hoekstra is psycholoog en psychotherapeut.