Ook Spanje wordt zachtjesaan missiegebied voor paus

Deo volente is de paus vanmiddag begonnen aan zijn bezoek aan Spanje. Ook in dat land heeft de katholieke kerk het moeilijk.

`De paus komt je opzoeken'. Door heel Madrid was het te lezen op uithangborden met een foto van Karol Wojtyla. De hoofdstad stroomde de afgelopen dagen leeg in verband met de vrije dagen rond de eerste mei, maar vandaag en morgen zullen niettemin vele tienduizenden Spanjaarden de paus in het centrum van de stad verwelkomen. Een persoonlijke aanhankelijkheidsbetuiging die evenwel niet kan verhullen dat de verhouding tussen Spanje en katholieke kerk betere tijden heeft gekend.

Het is de vijfde maal dat de Poolse kerkvorst Spanje aandoet. Na het middagslaapje staat voor vanmiddag een ontmoeting met premier José María Aznar op het programma, gevolgd door een jeugdhappening waar de Flamenco-coryfee Niña Pastori het Ave Maria voor de paus ten gehore brengt. Morgen volgt een openluchtmis in het centrum, eten met de Spaanse kerktop en een bezoek van de koning en zijn gemalin. Om kwart voor zeven 's avonds zit het erop en keert de paus terug naar Rome.

,,We zullen de paus met open armen ontvangen'', zei een vrouw van middelbare leeftijd tijdens een van paasprocessies van afgelopen maand. De vriendinnenschare om haar heen knikte instemmend. Dat neemt niet weg dat hun kinderen zich minder enthousiast betonen. Die zijn met geen stok de kerk in te krijgen voor de zondagsmis. ,,Misschien dat ze later het belang gaan inzien'', verzuchtte een bezorgde moeder.

In Spanje noemt vrijwel iedereen zich katholiek, maar dat slaat eerder op een levenshouding dan op regelmatig kerkbezoek. Trendmatig zit het de heilige moederkerk niet mee. In minder dan dertig jaar is het misbezoek teruggevallen tot 19 procent van de bevolking. Onder de jeugd laat nog maar 10 procent regelmatig zijn gezicht in de kerkbank zien. Als dat zo doorgaat, zo is van bisschoppelijke zijde reeds verzucht, dan moet Spanje uitgeroepen worden tot missiegebied.

Wie het missiewerk daarbij moet verrichten is echter evenzeer de vraag, aangezien er nog maar 18.500 priesters in Spanje rondlopen, nog maar een kwart van het aantal vijftig jaar geleden. De seminaries kampen met een chronische onderbezetting, steeds meer kloosters kampen met leegstand. Dat het aan de vooravond van het pausbezoek plotseling opviel dat er grote groepen nonnen in de hoofdstad opdoken, was evenzeer een teken dat de kerk geen vanzelfsprekend deel meer uitmaakt van het straatbeeld.

Ook Spanje kende de afgelopen jaren kerkschandalen. Priesters die niet met hun handen van de misdienaartjes konden afblijven, geknoei met kerkbeleggingen: katholiek Spanje moest regelmatig een vuiltje verwerken. Fundamenteler schuilt het probleem evenwel in de conservatieve lijn die wordt gevolgd door de voorzitter van de Spaanse bisschoppenconferentie, de Madrileense kardinaal Antonio María Rouco Varela. Onthouding als beste voorbehoedmiddel, tegen homoseksualiteit en abortus: het zijn geen opvattingen die op veel bijval kunnen rekenen.

Met een eveneens conservatieve regering aan het roer lijkt er minder aanleiding tot polemiek dan tijdens het eerste bezoek van deze paus aan Spanje in 1982. De socialistische machtsovername onder leiding van Felipe González wekte toen de nodige onrust in Rome. Er stonden nog wat oude rekeningen open wegens de enthousiaste wijze waarop de kerk decennialang met de Franco-dictatuur had gecollaboreerd. De paus weerhield zich evenwel nadrukkelijk om een politieke boodschap uit te dragen en González ontzag op zijn beurt de kerk. De lopende kosten van het kerkelijke apparaat werden gul uit de staatskas betaald.

Met de huidige regering heeft de paus gemeen dat een deel van de entourage bestaat uit leden van de ultraconservatieve Spaanse Opus Dei-beweging. Opus Dei-oprichter José María Escrivá de Balaguer (1902-1975) werd vorig jaar heilig verklaard. Het recordtempo waarin dat geschiedde, die de nieuwe heilige in zijn geboorteland het predikaat van `turbosint' bezorgde, bewees andermaal de grote macht van deze Spaanse lekenbeweging in Rome.

Ook de regering Aznar kent onder zijn ministers Opus Dei-leden en sympathisanten. De ministers Trillo (Defensie) en Palacio (Buitenlandse Zaken) waren prominent aanwezig bij de heiligverklaring. Maar een en ander verhinderde de afgelopen jaren geenszins flinke aanvaringen.

Ondanks alle veroordelingen van terrorisme vindt Madrid dat Rome zijn Baskische bisschoppen wel eens steviger mag aanpakken wegens hun sympathie met het Baskische nationalisme. Ook een pauselijke oorveeg aan de traditioneel zeer katholieke Baskische nationalistische partij PNV bleef achterwege. Een aanbod van het Vaticaan om te bemiddelen in de Baskische kwestie – impliciet een bevestiging dat Madrid er zelf niet uitkomt – schoot al helemaal in het verkeerde keelgat.

Wat ook niet hielp was de expliciete veroordeling van het oorlogsgeweld in Irak door de paus. Een morele dolksteek in de rug voor een premier die juist meende zijn prestige aanzienlijk te hebben vergroot door toe te treden tot de Amerikaans-Britse oorlogsalliantie. Een smet die het korte bezoek aan Spanje een deel van zijn officiële glans doet verliezen.