NÒG EEN PLANTJE, MENEER

Brugklassers determineren planten met de cd-rom `interactieve flora'. Wie het eerste klaar is.

Nee, hij vindt dit `éch nie' speciaal voor meisjes, zegt Jim (12), terwijl hij zich met zijn loep over een klein wit bloemetje buigt om het aantal meeldraden te tellen. Determineren, daar is de brugklas havo/vwo van het Cambreur College in Dongen vanmiddag mee bezig. Achter de computer.

`De interactieve flora' was in 1998 de eerste cd-rom die werd geïntegreerd in een lesmethode. Bioloog en fysicus Jan Marijnissen ontwikkelde het schijfje met financiële steun van educatieve uitgeverij Malmberg bij de methode `Biologie voor jou'. Om het gebruik te stimuleren werden in het boek vragen opgenomen die alleen beantwoord konden worden met de cd-rom. Het werd een succes. Drie jaar geleden werkte al de helft van alle middelbare scholieren met `de interactieve flora', en dat zijn er alleen maar meer geworden, weet Marijnissen. Hij promoveerde op 26 februari aan de Katholieke Universiteit Nijmegen op het onderzoek naar de ontwikkeling en de evaluatie van zijn product.

Leren determineren is een kerndoel in de basisvorming, de onderbouw van het voortgezet onderwijs. ``Vroeger gebeurde dat uit een boekje, maar dat vereist veel meer achtergrondkennis'', aldus Marijnissen, die deze middag even terug is op het Cambreur College, dat meedeed aan zijn onderzoek. ``Want determineren uit een boekje gaat via een dichotome sleutel: er is maar één route die naar de juiste plant leidt. Als je één ding niet weet houdt het op. Dat is een nadeel, dat ik heb weten te ondervangen met de cd-rom. Die heeft een synoptische sleutel, waarbij je uit een grote verzameling naar een steeds kleinere verzameling gaat. Leerlingen kunnen daarbij zelf hun route kiezen en een docent kan op elk willekeurig moment kijken of de route nog klopt. Er zijn namelijk veel meer routes die naar dezelfde soort leiden. Dus als je iets niet weet kun je het omzeilen. Het gaat sneller.''

En dat is te zien. In een moordend tempo werken de leerlingen zich door de getekende en echte bloemen heen, die biologieleraar Erik van der Hoeven voor ze heeft klaargelegd. Het is de eerste keer dat de leerlingen met de cd-rom werken maar `de interactieve flora' lijkt voor hen geen geheimen te hebben. Van der Hoeven kan het niet bijhouden. Steeds weer roept een leerling om `nog een plantje, meneer, deze heb ik af'. ``Het is een spelletje voor ze'', zegt hij. ``Snel, snel, snel. Maar daardoor beklijft het niet.'' Dat blijkt aan het einde van de les, als de leerlingen op de vraag eens wat planten te noemen die ze net gedetermineerd hebben hun schouders ophalen. ``Kweenie.''

Uit het onderzoek van Marijnissen onder 215 brugklasleerlingen blijkt dat zij bijna 90 procent van de hen voorgelegde bloemen en planten probleemloos konden determineren. Luuk (12) en Mike (13) werken achter elkaar de Grote Kattenstaart, de Rode Schijnspurrie en het Herderstasje af. Ook de Pinksterbloem gaat nog vrij probleemloos. Maar de laatste bloem levert wat meer `tobben' op, zoals Mike het noemt. Het wittige bloemetje wil zich maar niet laten ontleden. Het begin van het zoekpad dat alle leerlingen aflopen begint met een keuze tussen de hoofdgroepen `ecotoop', `groeivorm', `blad', `bloeivorm', `bloem', `vrucht', `stengel'en `wortel'. Wie `bloem' aanklikt komt in een scherm vol gekleurde tulpen. Als een leerling er met zijn muis overheen gaat, verschijnen de namen van de kleuren. Het minimale gebruik van tekst maakt de cd-rom geschikt voor alle schooltypen. Maar de gebruikte terminologie ( zoals `ecotoop') is behoorlijk pittig.

Luuk en Mike klikken op `bloem' en vervolgens op de witte tulp. Door die actie loopt de teller rechtsboven in beeld terug van 505 (zoveel planten zijn er in de flora opgenomen) tot 146. Dan tellen de jongens het aantal meeldraden, kijken naar de bladvorm en bladstand. Bij iedere `klik' loopt de teller verder terug. Maar ergens gaat het mis, want ineens verschijnt de mededeling dat een aantal van de gekozen eigenschappen niet met elkaar verenigbaar is. Of er verschijnt een plant die het bij nadere bestudering echt niet kan zijn. ``Hmm'', zegt Mike en begint opnieuw. Dat doen alle leerlingen en dat hun 'oude zoekpad' daarbij verloren gaat kan ze niets schelen. ``Ik wil gewoon weten hoe dat plantje heet'', zegt Linda (12) in gevecht met de Rode Schijnspurrie, al weet ze dat op dat moment nog niet. Als er uiteindelijk nog tien plantennamen over zijn op de teller, klikt ze ze één voor één aan om te kijken welke de goede is. ``Ik heb 'm'', zegt ze tegen haar buurvrouw, als was het een prijsvraag. ``Meneer, mag ik een nieuwe?''

Wie de leerlingen beluistert hoort een overwegend positief oordeel over de cd-rom. Dat merkte ook Marijnissen, die voor zijn onderzoek 360 leerlingen ondervroeg. ``Ik heb meer moeite gehad om de docenten van het nut te overtuigen. Leerlingen doorzagen het programma moeiteloos. Docenten niet. In het eerste jaar dat de cd-rom op de markt was, bleek maar drie procent van de docenten er mee te werken, maar drie jaar was dat al de helft. We hebben natuurlijk het tij meegehad op computergebied.''

``Hij is lekker snel'', zegt Luuk over de cd-rom. En die plantjes bekijken vindt hij ``wel leuk''. Dat vindt ook Kim (13), maar zij vindt het ``irritant'' dat ze soms op het verkeerde bloemetje uitkomt. Ramona (13) vindt de les ``wel boeiend'', zegt ze. ``In ieder geval leuker dan geschiedenis ofzo.'' Geert (12) en Sydney (13) antwoorden iets als `mwah' op de vraag wat ze van de cd-rom vinden. Maar zij houden dan ook niet van de natuur. ``Dat scheelt misschien.'' Verderop klinkt gegiechel. Een meisje dat haar naam niet wil noemen komt niet meer bij als ze het woord `geslachtsverdeling' ziet staan. Ze vindt het `saaaaai', zegt ze. ``Wat moet ik hiermee? Ik koop wel gewoon in het tuincentrum een plant, dan staat op het kaartje wel hoe die heet.''

Leerlingen gebruiken de cd-rom vooral om plantjes te determineren die de leraar meebrengt. Echt het veld in gaan om zelf bloemen te plukken en dan te determineren blijkt zelden of nooit voor te komen. ``Het is de laatste opdracht in het boek'', zegt Marijnissen. ``Maar daar komen wij nooit aan toe'', repliceert Van der Hoeven. ``Dat kost te veel tijd.'' Bovendien bestaat de kans dat de leerlingen een plantje meenemen dat niet in `de interactieve flora' is opgenomen. Maar dat zal met ingang van volgend schooljaar niet meer voorkomen: dan verschijnt een vernieuwde editie met alle 1.400 wilde planten.

Jan Marijnissen: `Interactief leren determineren'. Uitgeverij Malmberg, Den Bosch. ISBN 90 208 21687.