`Nog altijd de pest aan voetbal'

In de Tweede Wereldoorlog werkte in de Haagse bakkerij van de familie Vreken verzetsman en ADO-fan Wim Dolleman. Bakkerszoon was Gerrie Vreken, aanvaller van ADO en NSB'er. Op de dag dat ADO in 1942 met hem de afdelingstitel won, werd Dolleman geëxecuteerd door de Duitsers. Een reconstructie.

Het leven van Wim Dolleman stond sinds zijn geboorte in 1894 in het teken van de socialistische revolutie. Alle politieke partijen en organisaties waartoe Dolleman zich aangetrokken voelde, waren links revolutionair. Hij was bevriend met Henk Sneevliet, die zich wereldwijd bemoeide met de opbouw van het communisme. Niet de variant die op Stalin was georiënteerd, maar op Trotski. Er was waarschijnlijk geen Nederlander die wereldwijd door meer geheime diensten in de gaten werd gehouden dan Sneevliet.

Het hele gezin Dolleman deed mee: vrouw Meta Mater en de drie zonen Andries (1919), Willy (1921) en Frans (1926). Officieel werd Willy op 1 mei geboren, maar omdat dat de Dag van de Arbeid is, werd hij op 2 mei geregistreerd. Dus vierde het gezin twee dagen achter elkaar feest. Dolleman verrichtte arbeid in de bakkerszaak van de familie Vreken. Misschien was Willy daarom wel ADO-fan, vermoedt zijn zoon Frans, de enige nog levende uit dit gezin. ,,Wellicht wilde hij een wit voetje halen bij de baas, wiens zoon speelde voor ADO. In ieder geval bezocht hij elke thuiswedstrijd, samen met mij. Verschrikkelijk vond ik dat. Ik heb nog de pest aan voetbal.''

Die zoon Gerrie en vader Dolleman zullen regelmatig over hun club hebben gekletst. Minder aannemelijk is dat de twee politieke discussies hebben gevoerd. Gerrie droeg een NSB-speldje en werkte voor de Arbeidsdienst, een aan de NSB gelieerde organisatie. Al dan niet vrijwillig werd gezamenlijke arbeid verricht, vooral op het land. Frans Dolleman: ,,Wij wisten natuurlijk dat Gerrie bij de NSB zat, net als zijn oom. Dus kan ik me niet voorstellen dat mijn vader over het verzet sprak. Maar ze moeten het hebben geweten.''

Vreken: ,,Wij wisten niet dat Dolleman werd gezocht, maar we wisten wel dat hij in de oppositie was. Zijn partij is een linkse partij. Overal stond zijn naam op. Sneevliet, Dolleman, al die plakkaten met de verkiezingen. Iedereen in de bakkerij wist dat hij in die partij zat. Het was een aardige man.'' Politiek was niet besteed aan Gerrie Vreken. Zijn leven stond sinds zijn geboorte in 1923 geheel in het teken van voetbal. Zijn keuze om sympathiserend lid te worden van de NSB had dan ook weinig – misschien wel niets – te maken met politiek. Vreken bleef erop hameren dat hij werd gedwongen door de omstandigheden, die zijn leven tot vandaag negatief beïnvloeden.

In 1942 werkte hij bij een radiozaak toen hij hoorde dat hij binnen tien dagen naar Duitsland moest om te werken in een fabriek. ,,Dat is leuk als ze dat zeggen.'' Thuis overlegde hij met zijn ouders. Het eerste idee was onderduiken bij boer Pasman in het Gelderse Laag-Soeren. De boer was bereid mee te werken. ,,Maar onderduiken?'', zegt Vreken nu. ,,Als ik moest onderduiken en ze pikten me, schoten ze me dood. En als ze mij oppikten, pikten ze de familie Pasman ook op. Ik moest ook aan hen denken.'' Ook van belang was dat hij dan kon voetballen en zijn familie niet kon zien. Niet naar Duitsland gaan én niet willen onderduiken, maakte de zaak ingewikkeld. Onverwacht dook een ADO-fan op, die lid was van de NSB. Vreken: ,,Hij bood mij een oplossing. Ik kon de Arbeidsdienst in.'' Hoewel dit een aan de NSB gelieerde organisatie was, stemde Vreken ermee in. ,,Wat moest je doen'', vraagt hij zich nu af. Vreken bleef in Nederland, in Drenthe, en speelde mee met ADO.

De Arbeidsdienst beviel hem goed. ,,Je hebt geen geweer, geen revolver. Het enige dat je had was een schep. Een soort sociale dienstplicht. Ik was er niet tegen. Ik hield van buitenwerken. Als ik naar Duitsland was gegaan, had ik niet gevoetbald. En als je in een fabriek gaat werken, die Engelsen en die Amerikanen, wat deden ze het eerst? Die bombardeerden die fabrieken, waar ze misschien kanonnen maakten.'' In zijn tweede jaar bij de Arbeidsdienst zou Vreken zijn gedwongen lid te worden van de NSB. Om het zorgvuldig uit te drukken: hij werd één van de 30.000 sympathiserende leden. Hij had dezelfde verplichtingen als gewone leden, maar nam niet aan de werkzaamheden deel. Hij stond niet in het stamboek van de NSB.

Vreken vertelt wat hem was overkomen, als hij niet bij de NSB zou zijn gegaan. ,,Of ik moest uit de Arbeidsdienst of ze stuurden me naar Duitsland.'' Dus droeg hij het speciale NSB-speldje dat bij zijn status paste. ,,Er stond zo'n Germaans teken op, zo'n `S' zoals bij de SS was geschreven. Een sympathiserend lid mocht geen speldje dragen van de NSB.'' Oud-keeper en teamgenoot Dolf Niezen heeft een vermoeden waarom Vreken zich toen aansloot bij de NSB. ,,Hij was makkelijk te beïnvloeden.'' Hoe dan ook, Vreken stond vanaf dat moment bekend als NSB'er. De hele familie, die niets van de NSB wilde weten, had hier last van.

En juist in die bakkerij werkte een man van het verzet. Uit aantekeningen van zijn zoon Andries, die enkele maanden na de inval krijgsgevangene was geweest, blijkt dat Willy Dolleman wist dat het heel gevaarlijk was. ,,Gelukkig hebben de nazi's ons nog met rust gelaten'', zei hij. ,,Geloof gerust, Dries, als ze komen, als ze me pakken, dan kost dat mijn kop! Kijk Dries, je moet weten dat we in de illegaliteit zijn gegaan. We hebben ons MLL-front genoemd, naar Marx, Lenin en Rosa Luxemburg.''

Toen Rotterdam werd gebombardeerd, brandde de kachel in huize Dolleman. Andries: ,,Die zomerse meidagen van 1940 loeide de schoorsteen; brullend verzwolg de haard enorme hoeveelheden gevaarlijk papier. Terwijl vader bovendien nog grote pakken papier aan de oven in de bakkerij toevertrouwde.'' Veel mensen in Den Haag aten in die tijd brood dat was gebakken op de as van de administratie van de plaatselijke revolutionaire beweging. Tot zijn arrestatie in maart 1942 combineerde Willy Dolleman zijn verzet met het werk in de bakkerij. Een vermoeiende bezigheid, want de bijeenkomsten thuis duurden lang. Dan stond moeder Dolleman opeens aan tafel. `Nu moeten jullie gaan, Willem moet slapen want hij moet om drie uur in de bakkerij zijn', zei ze dan.

Als Vreken een echte NSB'er was geweest, zou hij Dolleman hebben aangegeven. De Duitsers waren zo hard op zoek naar leden van het MLL-front dat ze Gerrie wellicht hadden ontslagen van tewerkstelling. ,,Zoiets ligt niet in mijn aard'', repliceert Vreken. ,,Dat had ik nooit gedaan. Het was een aardige man.''

Op een ochtend in maart stond opeens mevrouw Dolleman in de bakkerij. ,,Onze Wim is niet gekomen'', zei ze. ,,Want de Duitsers hebben hem gegrepen.'' Sneevliet was gepakt, Dolleman en nog een aantal leden van het front, die allemaal ter dood werden veroordeeld. Op 13 april 1942 stierven ze voor het vuurpeloton, dezelfde dag dat het ADO van Vreken de afdelingstitel won.

De familie Dolleman hield zich daarna niet meer zo bezig met het verzet. De twee verraders van Willy en de zijnen kregen na de oorlog relatief lichte straffen. Gerrie Vreken kreeg een lichte veroordeling van het Bijzonder Gerechtshof. Hij vluchtte in 1946 naar Frankrijk om te voetballen en te leven. Hij woont daar nog, met pijn in zijn ziel. Hij staat nog steeds achter zijn keus. ,,Ik vond het ook niet leuk. Ik was liever blijven werken in Nederland. Ik kan niet begrijpen dat de anderen het niet konden begrijpen.'' Om vervolgens een traan weg te pinken. ,,Ik zeg, ik laat iedereen, of hij nou communistisch of nationaal-socialist is, voor mij bleef alles hetzelfde, bleef alles hetzelfde.''

De NOS zendt morgen de documentaire `ADO en de NSB' uit. Robbert Meeder en Jurryt van de Vooren spraken met Gerrie Vreken. De uitzending is van 22.00 tot 23.00 uur op Radio 1.