Nerveus?

Dammer Ton Sijbrands wordt naar eigen zeggen nerveuzer naarmate hij ouder wordt. Geldt dat ook voor andere sporters op leeftijd?

Coen Moulijn, oud-Feyenoorder en oud-international: ,,Ik begrijp Sijbrands wel, ik heb een vergelijkbare periode meegemaakt. Ik heb tot mijn vijfendertigste gevoetbald, de laatste twee seizoenen ging het minder. Mijn spieren werden strammer, ik raakte sneller vermoeid en kon me minder concentreren. Ik haalde mijn oude niveau niet meer, terwijl de supporters dat wel verwachtten. Daardoor zette ik mezelf meer onder druk. Mensen reageerden ook op mijn vormverlies in de trant van `hij wordt toch de oude niet meer'. Dan wordt voetballen vermoeiend. Sijbrands is gewend met zijn geest te werken, maar die raakt steeds meer vermoeid. Ofschoon de geest frisser kan blijven dan het lichaam, komt voor Sijbrands een moment dat hij stopt met dammen.''

Harm Wiersma, ex-dammer: ,,Bij mij is het anders dan bij Sijbrands. Ik ben met de jaren minder nerveus geworden. Als je ouder wordt, is je verantwoordelijkheidsbesef groter. Dan kan het twee kanten op: of je krijgt meer zelfvertrouwen, of je gaat juist aan jezelf twijfelen. Vroeger had ik wel eens last van spanningen, op een gegeven moment zocht ik zelfs een psycholoog op. Ik heb veel gedaan om minder nerveus te worden: hypnotherapie, ontspanningsoefeningen en anticiperen op lichamelijke reacties. Lichaam en geest overlappen elkaar. Dammen is een denkspel bij uitstek, je moet voortdurend keuzes maken. De snelheid van denken is erg belangrijk, dan moet je geen last hebben van zenuwen.''

Joris van den Bergh in zijn boek uit 1941: `Mysterieuze krachten in de sport': ,,Vervoering, spanning, is de superieure nervositeit, de bezielende nervositeit, de scheppende nervositeit, de nervositeit welke levendigheid van geest verwekt, welke de waakzaamheid verscherpt, kwikzilverachtige reacties teweeg brengt, de daadkracht mede verhoogt doordat zij de nauwkeurigheidsdrang aanwakkert en het nauwkeurigheidsvermogen doet toenemen. De inferieure nervositeit doet den athleet in de strijd velerlei domme dingen begaan, hij zondigt bijvoorbeeld op het gebied der taktiek en technisch is hij zeer onzeker. Maar de superieure nervositeit, de nervositeit der spanning, deze prikkelt de intelligentie, zij maakt de geest vaardig en zuivert het kunnen.''

Hardy Menkehorst, sportpsycholoog: ,,Nervositeit of faalangst is niet gerelateerd aan een bepaalde leeftijd en evenmin persoonsafhankelijk. Goed presterende sporters proberen de lat steeds hoger te leggen. Aan de ene kant stimuleren ze zo hun ontwikkeling, aan de andere kant kunnen ze frustraties opbouwen. Zenuwachtig zijn heeft niets te maken met een bepaalde sporttak. Het is wél zo dat individuele sporters bevattelijker zijn voor faalangst dan teamsporters. Kinderen met faalangst wordt geadviseerd deel te nemen aan een teamsport. Faalangst is niet gebonden aan een bepaalde activiteit. Er zijn sporters die last hebben van faalangst tijdens het sporten, maar niet in het gewone leven. Het kan ook andersom werken: de atleet die in de maatschappij bang is om te falen, maar tijdens de sportbeoefening juist uitblinkt als het om mentale kracht gaat. Oudere topsporters die ik over de vloer krijg, hebben weinig last van spanningen. Daarvoor zijn ze te ervaren.''

Cees van Rootselaar, oud-basketballer: ,,Ik ben vorig jaar gestopt met basketballen. Ik was 36 jaar en had negentien seizoenen op het hoogste niveau gespeeld. De laatste jaren deed ik alles op routine, van nervositeit was geen sprake. Ik was nooit op van de zenuwen, maar bespeurde meestal wel een gezonde spanning vóór de wedstrijd. Gaandeweg bouwde ik een soort ritueel op: tijdens de warming-up deed ik bijvoorbeeld geen lay-ups of dunks. Daaraan kwam ik in de wedstrijd ook nauwelijks aan toe, dus waarom zou ik erop trainen? Sijbrands moet het vooral hebben van zijn mentale kracht. Hij moet nadenken en analyseren, op een gegeven moment kan zijn geest zich ook tegen hem keren. Hij kan dan niet terugvallen op teamgenoten, wat bij basketbal wel mogelijk is.''