Mogelijk noodwet voor SARS

De ministeries van Justitie en Volksgezondheid onderzoeken of noodwetgeving noodzakelijk is om mensen die verdacht worden van een besmetting met de longziekte SARS desnoods gedwongen op te nemen in een ziekenhuis.

Dat heeft het ministerie van Volksgezondheid gisteren in Den Haag op een voorlichtingsbijeenkomst over SARS bekendgemaakt. Op basis van de wet Infectieziekten kunnen nu alleen mensen die daadwerkelijk aan een virusziekte lijden en die weigeren zich te laten behandelen met `drang en dwang' naar een geïsoleerd deel van een ziekenhuis worden overgebracht. Voor SARS geldt dat ter voorkoming van verdere besmetting ook mensen van wie men vermoedt dat ze de ziekte hebben opgenomen dienen te worden. Het is nog onduidelijk of de wet bij verdenking van SARS genoeg mogelijkheden voor gedwongen opname biedt.

Wereldwijd zijn inmiddels ruim 400 mensen aan SARS overleden sinds de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) op 12 maart alarm sloeg. In Europa zijn 32 gevallen van SARS geregistreerd, waarvan nog niemand is overleden. Het ministerie acht de kans groot dat zich binnenkort een geval van SARS zal voordoen in Nederland. Daadwerkelijke verspreiding verwacht men niet, wel veel publieke onrust.

Gemeenten zijn op grond van de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid verantwoordelijk voor de bestrijding van infectieziekten. Dezelfde wet gebiedt burgemeesters om op te treden tegen mensen die lijden aan een infectieziekte met gevaar voor derden en die zich niet vrijwillig willen laten behandelen. Als zich daadwerkelijk een verdenking van SARS voordoet in ons land, zijn scherpere bevoegdheden noodzakelijk, aldus het ministerie.

Met ingang van 1 mei mogen mensen die uit een SARS-gebied zijn terugkomen, vier weken lang geen bloed geven. Er zijn geen concrete bewijzen dat SARS via bloed overdraagbaar is, maar deze maatregel wordt uit voorzorg genomen.