`Mijn oom is vermoord op Grebbeberg'

Amateurhistoricus Jaap Kip onderzoekt de dood van zijn oom, die op 13 mei 1940 sneuvelde op de Grebbeberg. Een reservebataljon werd uit wraak vermoord door de SS, meent hij.

Rondvliegend artillerievuur, geschreeuw en een chaos van infanteristen uit verschillende legeronderdelen. Dat was de situatie langs de Grebbelinie op 13 mei 1940, een paar uur voordat de weg naar het westen van Nederland voor het Duitse leger open kwam te liggen.

Jaap Kip, neef van de in de strijd gesneuvelde Nederlandse korporaal Jaap Vermeer, staat op de voormalige stoplijn, waar de teruggedrongen eerste linies de Duitsers moesten tegenhouden. Op deze plek, gelegen op de grens van bos en omgeploegd akkerland halverwege de noordelijke helling van de Grebbeberg, werd zijn oom ,,doelbewust geliquideerd''.

Een groeiend aantal amateurhistorici, onder wie veel nabestaanden van gesneuvelden, onderzoekt de Tweede Wereldoorlog. Vaak in een poging de officiële geschiedschrijving te hérschrijven. Zoals Jaap Kip. Hij werkt aan een boek over het reservebataljon van zijn oom, dat volgens hem slachtoffer werd van schendingen van het oorlogsrecht op de Grebbeberg.

Net als drie van zijn neven werd Jaap Kip (1954) naar zijn oom vernoemd. Oom korporaal Vermeer kwam om tijdens de, volgens Kip, ,,meest dramatische gebeurtenis in de slag om de Grebbeberg''. Daarbij sneuvelden dertig tot vijfendertig mannen in een loopgraaf in de eerste linie. Het feit dat op één persoon na de hele bezetting werd gedood wijst vrijwel zeker op een wraakactie, zegt Kip. De SS'ers die deze grondlinie aanvielen schonden het oorlogsrecht. Iets wat de Waffen-SS (de militaire elite-eenheid van de Schutz Staffel)in het slagveld op de noordelijke helling systematisch deed, aldus Kip, maar nergens op zulke grote schaal.

Kip is niet de eerste die de schendingen van het oorlogsrecht in mei 1940 ter discussie stelt. In 2000 eisten oorlogsveteranen een rectificatie in de beoogde herdruk van het boek Mei 1940, De strijd op Nederlands grondgebied van prof.dr.H. Amersfoort en drs. P.H. Kamphuis. Volgens deze studie, verricht onder toezicht van de Sectie Militaire Geschiedenis van het ministerie van Defensie, was van systematische overtredingen door de SS geen sprake. Deze visie lokte heftige reacties uit bij de veteranen. In hun ogen stelde het boek de Nederlandse oorlogsmisdaden gelijk met die van de SS. De veteranen spanden een kort geding aan tegen de auteurs, maar de rechtbank stelde hen in het ongelijk. Wel heeft de rechter Amersfoort en Kamphuis gevraagd bij de totstandkoming van de tweede druk overleg te plegen met de veteranen. Sinds drie jaar doet Kip in zijn vrije tijd onderzoek naar de oorlogsverrichtingen van het reservebataljon jagers, waarvan zijn oom deel uitmaakte. Hij stuitte daarbij op enkele ongepubliceerde gevechtsverslagen en een dagboek van officieren uit nabijgelegen stellingen. Toch blijft het gissen naar wat er precies in de loopgraaf is gebeurd, omdat er niemand was die het na afloop kon navertellen. De enige overlevende, de invalide geraakte soldaat Alsemgeest, heeft nooit meer over de oorlog gesproken. Hij hield aan de slag een ernstig oorlogstrauma over en kampte de rest van zijn leven met psychische problemen. Alsemgeest overleed in 1980, waarmee de enige getuige van een mogelijke oorlogsmisdaad was verdwenen.

Ofschoon een feitelijke reconstructie van de gebeurtenis niet meer mogelijk is, is Kip ervan overtuigd dat de Duitsers de mannen in de loopgraaf hebben geliquideerd. Kip: ,,Over dit hele frontgebied is achteraf in verslagen gemeld dat SS'ers Nederlandse krijgsgevangenen met mitrailleurs voor zich uitdreven richting de nog vurende Nederlandse stellingen. Soms vuurde de SS na overgave nog op Nederlanders, of gooiden ze met handgranaten.'' Een ander argument is dat er vrijwel niemand meer in leven was in de loopgraaf. Kip: ,,Militairen verdedigen zich nooit tot de laatste man.''

Het was een wraakactie, denkt Kip. De SS'ers reageerden op het hevige verzet dat acht jagers, onder wie Vermeer, boden. Voordat de jagers de loopgraaf bezetten, hadden zij deelgenomen aan een gevecht bij de in het bos gelegen veldkeuken, waarbij aan Duitse kant waarschijnlijk meerdere doden waren gevallen. Er was verwarring opgetreden, omdat andere soldaten wel signalen van overgave hadden gegeven. Een van de jagers riep: ,,Ik laat me niet door die rotmoffen pikken.'' Kip: ,,Dit was typisch een uitspraak van mijn oom. Hij stond bekend als een fanatieke man met een driftig karakter. Daarnaast was hij scherpschutter. Ik kan me goed voorstellen dat hij zich tot het laatste moment heeft verdedigd.''

Om twaalf uur 's middags veroverden de Duitsers de geïmproviseerde keuken. Het groepje jagers vluchtte naar de in het akkerland gelegen stoplijn, op enkele tientallen meters afstand. Daar zochten zij dekking in een slecht bewapende loopgraaf, waar ongeveer vijfentwintig andere militairen standhielden. De in de keuken achtergebleven soldaten werden gevangen genomen en als menselijk schild in de richting van andere stellingen gedreven. Volgens Kip waren de Duitsers woedend en zinden zij op wraak. Nederlandse soldaten in een nabijgelegen stelling hebben SS'ers horen schreeuwen ,,Wo sind die Jägers?!'' Daarmee doelden zij op de groep van Vermeer, want zij waren de enige jagers in de omgeving. Vervolgens werd de aanval ingezet op de in het open veld gelegen loopgraaf. Rond half een werden de Nederlandse militairen overmeesterd. Zijn oom, concludeert Kip, is niet gesneuveld. Hij is vermoord.