Leve Cor!

Vijf wedstrijden schorsing voor Zlatan Ibrahimovic. Drie duels op nonactief voor Cristian Chivu. Twee speeldagen bij moeder thuis voor Pierre van Hooijdonk.

In dezelfde week werd Cor Boonstra vrijgesproken.

Hoe moet het verder met het rechtsgevoel in Nederland? Van handel met voorkennis bestaan geen televisiebeelden, van een elleboogstoot wel. Handel met voorkennis is voor Boonstra renteniersgeluk. Tegenslag is bij voorbaat ingecalculeerd. Zes wedstrijden aan de kant is voor een voetballer broodroof. De aanwezigheid van zowel Van Hooijdonk als Ibrahimovic kan beslissend zijn voor een Champions League-ticket. Dan hebben we het over veel geld. Sterker, een carrière is in het geding.

Met dank aan scheidsrechter Luinge. Met dank ook aan de aanklager van de KNVB. Wie zich een voorstelling probeert te maken van het reptiel dat de gekozen burgemeester zou kunnen zijn, moet denken aan de aanklager van de KNVB. Een krijtpak waarin geen mens te ontdekken valt. Van top tot teen status en prestige. Zo'n omhooggevallen provinciaal met een internaatsneurose die, jaren te laat, heeft ontdekt dat macht erotisch is. Dat geluk een institutionele zelfkant heeft.

Bonden horen dienaren te zijn van hun onderdanen. Een goed georganiseerde service-club. Met regels en reglementen, maar ook met heel veel begrip voor de koorts van een wedstrijd, voor de grilligheid van een talent, ja zelfs voor de onbesuisdheid van een speler met killersinstinct. Sport parasiteert tenslotte op de wil om te doden.

Roelof Luinge heeft alleen de wil om op te vallen. Het liefst zou hij zich, tot ornament verheven, van het veld laten dragen. Als een sacrament in de processie. Geflankeerd door vier hogepriesters. Luinge is de Caligula van het scheidsrechtersgild. Wreed, ijdel, narcistisch, achterdochtiger dan de neten. Zijn leven is gereduceerd tot het motto: ,,Ik fluit, dus ik besta.'' Zo vind je ze ook in Den Haag: De Hoop Scheffer. Maar daar gaat het om de parafernalia van het leven, in het voetbal gaat het om recht en onrecht.

Wat had Pierre van Hooijdonk nou misdaan? Een stuiterende bal was op zijn voet geland. Hij trok zijn voet een beetje te wild terug en zette zich daarbij af tegen het reusachtige lijf van Jelle van Damme.

Drie wedstrijden schorsing.

In Irak kregen spelers nauwelijks minder dan de doodstraf na een beroepsfout. Dat begrijp ik van Irak. Prestige is in meer ontwikkelingslanden voedsel voor de natie. Maar in Nederland? Hier hebben we toch de SGP. Hier beslist niet een scheidsrechter uit een rijtjeshuis over lust en last, maar een hoog verheven God. Een ongezegend onbenul als Luinge kan in het beste geval fluitist zijn van zijn eigen ego. Niet van normen en waarden. En ook niet van het koninkrijk `Voetbal'.

Nog schunniger is de egotripperige gezelligheid van heidenen onder elkaar in de KNVB. Na weken van dubieuze beslissingen werd Luinge tijdelijk op rust gesteld. De brave man moest maar even bekomen van de stress.

Prima, maar dan laat je het oordeel van een getourmenteerde patiënt ook niet meewegen in de strafbepaling voor zijn gele en rode kaarten. Dan zeg je: Luinge, spons erover; je was op die treurige zondagen vol misverstand, schim met een fluitje. Weg dus met dat rapport.

Helaas, helaas, voor de KNVB is een rapport groter dan het leven. Wat niet in een proces-verbaal gevat is, bestaat niet. Ja, op het ereterras van PSV, Ajax en Feyenoord worden wel eens idealen gewisseld, maar die mogen geen naam hebben. Dat is peptalk voor aanhorigen. Recht en onrecht doen uiteindelijk niet terzake. Het gaat om de machtsvraag.

Van die machtsvraag is vooral Pierre van Hooijdonk het slachtoffer. En met hem Feyenoord. Eigenlijk begrijp ik niet waarom Jorien van den Herik zo rustig blijft. Hij was toch de preses die de ontleende autoriteit van de KNVB tot op het bot wilde bestrijden. Nu zwijgt hij. En waarom dan? Heeft Jorien mentaal afscheid genomen van Pierre van Hooijdonk? Zou het kunnen dat zelfs hij ineens denkt: `Ach, het leven van een voetbalclub is een constructie, geen strijd waardig.' Wil hij de enige echte mythe zijn?

Zeg het dan.

De preses van een grote voetbalclub hoort niet alleen in beroep te gaan tegen een onverdiende straf voor een van zijn spelers, hij hoort moord en brand te schreeuwen. Genadeloos in het verdriet.