Jij? De beste vriendin van Anne Frank?

Jacqueline van Maarsen zal de komende tijd veel kennissen verbazen met haar jeugdherinneringen. Monique Snoeijen sprak met haar over joodsAmsterdam in de jaren dertig en de erfenis van een beroemd vriendinnetje.

De dag nadat de familie Frank was ondergedoken ging Jacqueline van Maarsen met een vriendin naar het verlaten huis aan het Merwedeplein in Amsterdam. Ze zochten er naar het dagboek van Anne Frank. ,,Anne deed altijd erg geheimzinnig over haar dagboek. Ze zei dat alle kinderen van school erin stonden. We waren erg nieuwsgierig naar wat Anne over ons had geschreven. Natuurlijk had ze haar dagboek meegenomen.''

Vandaag de dag weten alleen Jacqueline van Maarsens intieme vrienden over haar vriendschap met Anne Frank. Ze heeft er nooit graag over gesproken. Ze wilde niet voortdurend aan de oorlog worden herinnerd. Bovendien wilde ze niet dat mensen haar aardig vonden vanwege een vriendinnetje dat in een concentratiekamp was omgebracht. Toch stuurde ze op 73-jarige leeftijd een pak papier met haar herinneringen aan Anne Frank naar uitgeverij Cossee. Daar wilden ze het meteen uitgeven. In twee delen. En het boek moest ook over het leven van Jacqueline van Maarsen zelf gaan. ,,Ik dacht: wie wil dat nou lezen?'', zegt Van Maarsen in haar appartement in de Beethovenstraat in Amsterdam-Zuid. ,,En hoe moest ik een heel boek vol krijgen?'' Ze praat aarzelend, de handen gevouwen in haar schoot. Alsof ze iets op te biechten heeft, iets vreselijks: ze heeft haar leven en dat van haar ouders op straat gelegd. Maar haar zorgen zijn onterecht. Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank is een mooi, ingetogen levensverhaal geworden. Over de haute couture in de jaren dertig, ontsnappen aan deportatie en een puberende Anne Frank. Met een glansrol voor haar Franse moeder.

BUITENSTAANDER

In haar spiksplinternieuwe Burberry regenjas kwam de Parisienne Eline begin jaren twintig naar Amsterdam. De schoenen die ze droeg zou ze diezelfde avond nog in de prullenmand gooien: op een ervan zat een diepe kras, opgelopen aan de steile Amsterdamse stoep. Eline was gekomen om – tijdelijk – leiding te geven aan de afdeling haute couture van het deftige Amsterdamse warenhuis Hirsch aan het Leidseplein. Door haar werk ontmoet ze haar toekomstige man, de joodse Nederlander Hijman. Ze trouwen in Parijs waar de katholieke Eline zich door een rabbijn laat inwijden in het geloof en de cultuur van het jodendom. Niet lang daarna verhuizen ze naar Amsterdam. Eline en Hijman krijgen twee dochters, Jacqueline is de jongste.

,,Ik heb me altijd een buitenstaander gevoeld'', zegt Van Maarsen. ,,Niet Frans, niet Nederlands, niet katholiek, niet joods.'' Haar Franse oom maakte kwaakgeluiden als ze bij het eten geen wijn maar water dronk: water was voor kikvorsen. En haar joodse oom uit Den Haag pestte haar omdat ze niets van de joodse rituelen en gebruiken wist. ,,Ik vond dat vreselijk. Als ik dan in huilen uitbarstte, lachte hij me uit.''

,,Ik merkte er thuis niet veel van dat mijn vader joods was'', zegt Van Maarsen. ,,Elk jaar vierden we bij mijn oom en tante in Den Haag Seideravond, de herdenking van de uittocht van het joodse volk uit het Egypte van de farao's. Maar dat was het wel zo'n beetje.'' Toch deed haar vader er intussen alles aan om zijn vrouw en dochters ingeschreven te krijgen bij de Joodse Gemeente. ,,Mijn vader was – net als ik eigenlijk – erg introvert. Hij sprak nooit met ons over zijn gevoelens. Maar ik denk dat de druk van zijn orthodox joodse familie voor hem heel groot was. Traditie telde zwaar. Daarom was het voor hem belangrijk dat zijn vrouw en kinderen ook tot de orthodox joodse gemeenschap zouden behoren.''

In 1938 is het zover. Eline werd als jodin erkend en Jacqueline en haar zus konden worden ingeschreven bij de Joodse Gemeente. De Amsterdamse tramlijn 24 – die vanaf het Centraal Station door de Beethovenstraat reed – heette in de volksmond toen al `de Berlijn-expres', omdat er zoveel uit Duitsland gevluchte joden in Amsterdam-Zuid waren komen wonen. ,,Mijn vader was altijd optimistisch. Hij zag het gevaar niet naderen.'' Twee jaar later vallen de Duitsers binnen.

Als joods meisje gaat Jacqueline in 1941 naar het Joods Lyceum. ,,Het was daar zo gezellig. Leuke, bevlogen leraren. Een grote sfeer van verbondenheid. Ik voelde me er helemaal thuis.'' Toch kwam ook hier het moment dat Jacqueline zich, als dochter van een katholieke moeder, buitengesloten voelde. ,,Het was tijdens de les geschiedenis van Jaap Meijer, de vader van Ischa Meijer. We behandelden de klassieke oudheid. Maar Jaap Meijer ging ineens over op de Spaanse inquisitie en hoe de joden in de vijftiende eeuw te lijden hadden gehad onder de katholieken. Dat deed hij zo fel. Zo agressief. Ik voelde me weer helemaal ineenschrompelen.''

In de herfst van 1942 begint Jacqueline's moeder te beseffen dat het voor haar joodse kinderen een zaak van leven of dood zou gaan worden: haar oudste dochter was bijna zestien en kon ieder moment opgeroepen voor `het werkkamp'.

Op een dag ging ze in volle glorie de deur uit, perfect gekleed in zuinig bewaarde kleren, een mooie hoed op. Wat grijzer, wat magerder maar goed opgemaakt was ze weer op en top de Française die ze voor de oorlog was geweest. (...) Ze baarde opzien in de tram op weg naar de Euterpestraat, de tegenwoordige Gerrit van der Veenstraat. De meeste mensen waren in de oorlog schamel gekleed. In de Euterpestraat meldde ze zich bij de dienstdoende wachtcommandant van de SD en zei hem dat ze met een hoge officier wilde spreken die de Franse taal machtig was. (...) `U moet me helpen', zei ze. `Mijn man, een jood, heeft me zonder mijn medeweten laten inschrijven en nu lopen mijn twee kinderen gevaar.' (Fragment uit het boek)

,,Toen mijn moeder zich ermee ging bemoeien, wist ik dat het goed zou komen'', zegt Van Maarsen. ,,Ik had een blind vertrouwen in mijn moeder.'' In de kerstvakantie van 1942 kon Jacqueline de ster van haar kleding halen. Inmiddels was het duidelijk geworden dat de Duitsers bezig waren met een totale genocide. ,,Er kwamen steeds meer huizen in Amsterdam-Zuid leeg te staan.'' In oktober 1943 werd Jacquelines vader van de deportatielijst afgevoerd: joden met `arische' echtgenoten moesten zich laten steriliseren. ,,Zo konden gemengd gehuwde joden zich niet meer voortplanten. Mijn vader wist een valse verklaring van deze ingreep te bemachtigen.''

BH MET WATJES

Op het Joods Lyceum was Jacqueline in de klas gekomen bij Anne Frank. In haar dagboek schreef Anne: `Intussen heb ik Jacqueline van Maarsen op het Joodse Lyceum leren kennen. Wij zijn veel samen en zij is nu mijn beste vriendin.' Uit de herinneringen van Jacqueline van Maarsen komt Anne Frank naar voren als een vrijmoedig, levendig meisje dat dweepte met jongens en verliefdheden. ,,Anne dacht altijd dat alle jongens verliefd op haar waren. Maar dat was echt onzin'', zegt Van Maarsen. Samen spaarden ze plaatjes van filmsterren en lazen ze elkaar keer op keer voor uit de boeken van Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt. Dan waren ze om de beurt Joop en Leo van Dil en speelden ze dat Leo verwoede pogingen deed een zoen te krijgen van Joop die hem probeerde af te schepen met een kersenbonbon. ,,Later ontdekte ik dat Anne zich voor haar dagboek had laten inspireren door de boeken van Joop ter Heul'', zegt Van Maarsen. Bij het herschrijven van haar dagboeken in het Achterhuis werd Jacqueline Jopie, naar de hoofdpersoon Joop. Haar dagboek noemde ze Kitty, naar de beste vriendin van Joop ter Heul. Soms wist Jacqueline zich geen raad met haar extraverte, veeleisende vriendin. Zelf schreef Anne Frank in haar dagboek: `Ik vroeg Jacque of we als bewijs van onze vriendschap elkaars borsten zouden bevoelen. Jacque weigerde.' ,,Anne vond borsten erg interessant en was altijd in de weer met watjes en een bh van haar oudere zus Margot'', zegt Van Maarsen.

Jacqueline zou haar vriendinnetje na de oorlog niet meer terugzien. Annes vader Otto Frank zocht Jacqueline vaak op om de herinnering aan zijn dochter levend te houden. Maar Jacqueline wilde de oorlog het liefst zo snel mogelijk vergeten. Na de oorlog trouwde ze met een joodse man. ,,In joodse kringen is Anne Frank ook geen geliefd gespreksonderwerp. Nog steeds heb ik joodse kennissen die absoluut niet over Anne Frank willen praten. Als ik een enkele keer laat vallen dat ik een boek over haar schrijf, wordt er stil gezwegen. Al die aandacht voor één zo'n meisje. Alsof zij niet ook zijn ondergedoken. Veel van hen hebben hun ouders verloren. Ik begrijp dat wel.''

ANTI-SEMITISME

Dat Van Maarsen na de oorlog een joodse man trouwde was geen toeval. ,,Ik was erg gevoelig voor het antisemitisme na de oorlog, veel meer dan mijn man. Tegen joden maakte men die opmerkingen niet, maar ik klapte dicht als iemand tegen me zei: `hee, daar loopt die jood nog'. In joodse kringen werd ik natuurlijk – net als mijn moeder – niet helemaal voor vol aangezien, maar dat vond ik minder erg dan steeds discriminerende opmerkingen te moeten horen. Nog steeds ben ik veel gevoeliger voor antisemitische opmerkingen dan mijn man.'' Toen haar jongste zoon zestien werd, koos Van Maarsen voor het vak van boekbindster. ,,Dit doe ik tot mijn laatste snik, dacht ik. Boekbinden is zoiets heerlijks. Het had ook helemaal niets te maken met de legende van Anne Frank, waarvan ik toch onderdeel was geworden. Het was een wereld helemaal alleen van mij. Dat vond ik fijn.''

Maar hoe Jacqueline van Maarsen het ook wendt of keert: zonder Anne Frank zou ze niet zijn wie ze nu is. In 1979 liet ze zich voor het eerst interviewen, op de Duitse televisie. Otto Frank had het haar gevraagd. Het was ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Anne Frank. ,,Vooruit dan maar, dacht ik. In de uitzending reageerde een Duitse scholiere: `waarom hebben wij nooit iets geweten van de jodenvernietiging?' Toen wist ik: het is goed om erover te spreken. Om de boodschap van Anne Frank over te brengen. Een boodschap gericht tegen discriminatie en vooroordelen.''

Ze ging ook lezingen op Amerikaanse scholen geven. ,,Ik vind reizen vreselijk. Ik hou niet van hotels. Het liefst ben ik thuis. Maar ik zie het als mijn plicht.'' Haar man maakte een foto van haar voor een zaal met 1.700 Amerikaanse scholieren. `Als u Anne Frank nu een vraag mocht stellen, wat zou u dan van haar willen weten?', had een scholiere haar gevraagd. ,,Ik hoorde mezelf antwoorden: `Nou Anne, wat vind je nou van je introverte vriendinnetje die voor een volle zaal staat te praten?' Ik denk dat ze heel tevreden was geweest. Anne zelf had dat allemaal heerlijk gevonden.''

En dan nu dit boek. ,,Het moest geschreven worden'', zegt ze. ,,De laatste jaren groeide mijn frustratie over de manier waarop iedereen bezit nam van het kind Anne Frank. Het is zoiets geks: Anne Frank was geen heilige of godin, maar gewoon een klein meisje, een lief vriendinnetje. En dat de hele wereld dan haar naam kent. En dat zoveel mensen dan opeens zogenaamd met haar bevriend zijn geweest.''

Dan zegt ze: ,,Weet je wat voor kleur ogen Anne Frank had? Vraag het aan al die vriendinnen-tussen-aanhalingstekens: `Wat voor kleur ogen had Anne?' Ze antwoorden blauw, bruin of groen. Alleen het meisje dat naast haar in de schoolbank zat, heeft het ook gezien: die bijzondere stippen. Anne had lichtbruine ogen met donkere stippen. Dat heb ik altijd voor me gehouden. Anders zouden anderen daar maar weer mee aan de haal gaan. Maar wie Anne Frank echt in de ogen heeft gekeken, die weet het.''