In Burundi groeien rozen op het slagveld

Rozen uit Burundi. Te koop in Nederland, maar geweekt in de frontlinie van de oorlog. Thierry probeert te overleven in een economie van de waanzin.

Een groepje in vodden gestoken soldaten houdt stil bij de poort van de rozenboerderij Timbo, iets buiten de Burundese hoofdstad Bujumbura. Hun dreigende blikken wekken angst bij de eigenaar Thierry Nzohabonayo. ,,Zijn het rebellen of regeringsmilitairen'', fluistert hij tegen zijn manager. ,,Nee, het is nog te vroeg voor de rebellen, die komen pas na vijf uur 's avonds'', lispelt de manager. Thierry haalt opgelucht adem, want met het regeringsleger weet hij om te gaan.

Op de frontlinie van de oorlog in Burundi groeien rozen. Vlak bij de boerderij staat op een heuvel verborgen tussen de bananenbomen een lanceerder voor mortiergranaten van het regeringsleger. ,,Na vijf uur kan ik hier niet meer komen, te gevaarlijk, dan zwaaien de rebellen de scepter'', vertelt Thierry. Hij is een Tutsi en lid van een van de invloedrijke zakenfamilies van het land. Zijn 120 vrouwelijke werknemers zijn vrijwel allen Hutu's. En weduwen, want hun echtgenotes sneuvelden in de rebellenbewegingen. Thierry trekt zich aan het einde van de dag terug in zijn villa aan het Tanganyikameer, beschermd door het door Tutsi's gecontroleerde regeringsleger. Zijn arbeiders brengen de nacht door in rebellengebied in de heuvels boven de stad.

Vandaag worden er vooral oranje rozen geplukt, voor Koninginnedag in Nederland. Alle rozen vertrekken naar Aalsmeer. Thierry wijst naar een groot gat in het dekplastic waardoor een mortiergranaat tussen de bloemen belandde. ,,We werken in één van de gevaarlijkste gebieden van het land'', zegt hij, ,,soms wordt er zo hevig geschoten dat de vrouwen plat op hun buiken tussen de bloemen moeten gaan liggen''.

Moed of waanzin? In het al tien jaar door oorlog geteisterde Burundi zijn beide karaktertrekken nodig om zaken te doen. Thierry en zijn vader begonnen als eersten in het land een bloemkwekerij en kregen daarvoor buitenlandse donorsteun. Maar het ministerie van Landbouw betaalde dit geld nooit uit, want Thierry's vader had twee jaar geleden zijn steun uitgesproken voor een andere presidentskandidaat dan die later zou winnen. Uit de gratie vallen betekent in Burundi kansloos worden, zoals de overgrote meerderheid van de bevolking die niet tot een kleine kliek van de Tutsi gemeenschap behoort al vele jaren ervaart. ,,Het conflict in Burundi is niet zozeer een stammenstrijd tussen Hutu's en Tutsi's'', zegt een Burundese econoom, ,,het draait om wie er toegang heeft tot het staatsapparaat en de winst daarvan opstrijkt''.

Burundi heeft altijd de naam gehad het smokkelparadijs van Midden-Afrika te zijn. Tot vijftien jaar geleden exporteerde het de meeste ivoor van het continent, hoewel er in het land geen olifant rondloopt. Goud en diamanten uit Oost-Congo en harddrugs uit Azië verlieten het land met steun van Tutsi zakenlui, wier handlangers het overheidsapparaat controleren. Na het instorten van de economie door de oorlog consolideerde deze oligarchie haar positie door smokkel van brandstof en voedsel, want de buurlanden hadden Burundi algehele sancties opgelegd om de regering te dwingen tot een vredesakkoord. Bovendien stalen deze zakenlui een deel van de humanitaire hulp afkomstig van donorlanden en verkochten de medicijnen en het graan op de zwarte markt.

Burundi behoort door de oorlog inmiddels tot het op twee na armste land ter wereld. Het bruto nationaal product liep in tien jaar met 20 procent terug, het aantal kinderen dat naar de lagere school gaat nam af van 70 tot 28 procent, de buitenlandse donorgelden voor ontwikkeling zijn 66 procent minder dan vroeger en de inflatie bedraagt 100 procent. De overheidsbegroting van nauwelijks meer dan 100 miljoen dollar geeft een indicatie hoezeer de economie is gekrompen. De staatsschuld bedraagt inmiddels een miljard dollar.

,,Zonder economische hervorming zal er nooit een politieke hervorming kunnen plaatshebben. En de politieke veranderingen zijn nodig om de Hutu's en de Tutsi's te verzoenen en de oorlog tot een einde te brengen'', meent een buitenlandse waarnemer die al vele jaren betrokken is bij de vredespogingen. De greep die de Tutsi kliek door legale en illegale activiteiten heeft op de economie moet worden doorbroken, waarna de invloed van deze groep op de regering en het leger eveneens zal afnemen.

,,Creëer een nieuwe privésector en verminder de staatssector'', luidt het advies van de bankier Didace Nindorera, ,,op die manier kan de concurrentie worden aangegaan met de kliek die nu nog het zakenleven en alle lagen van de regering domineert. Dat gebeurt nu nog veel te weinig, mede omdat er een rentevoet bestaat van 24 procent.''

De kans op snelle ommekeer in de politiek en de economie is klein. Burundi's belangrijkste exportproduct koffie behoort tot de beste soort van Afrika, maar de bonen brengen momenteel weinig op de internationale markten op. Smokkel vanuit Oost-Congo van grondstoffen vindt veel minder dan vroeger plaats omdat Rwanda de illegale handel in coltan (dat terug is te vinden in onder andere mobiele telefoons) en tin ging monopoliseren en Oeganda die in goud.

Zolang de rozen niet ongehinderd door kogels kunnen bloeien, of ander privé initiatief de ruimte krijgt, zal hulp de enige injectie zijn om de economie te redden. Westerse landen hebben bijna één miljard dollar aan steun beloofd, maar die wordt pas vrijgegeven als de de wapens zwijgen.