`IK WIL AF VAN HAVISTEN MET EEN HBO-PROPEDEUSE'

Het gaat niet goed met het hoger onderwijs. De overheid steekt er te weinig geld in. En de premier heeft geen visie, zegt de rector magnificus van de UvA.

Het is met de universiteiten net als met de jonge plantjes in zijn studeerkamer, zegt Paul van der Heijden. Geef je ze geen water, dan verpieteren ze. De rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam (UvA) maakt zich zorgen over de staat van het hoger onderwijs in Nederland. Nieuw, grensverleggend onderzoek wordt steeds minder gedaan. De universiteiten en hogescholen leveren steeds minder ingenieurs en scheikundigen af.

Van der Heijden, zelf hoogleraar Arbeidsrecht: ``De overheid zegt dat de instellingen minder populaire opleidingen maar moeten afstoten, in plaats van erin te investeren. Het eerste kabinet-Balkenende heeft de kenniseconomie volledig verwaarloosd. De premier mag hoogleraar zijn, op een visie over het hoger onderwijs heb ik hem nog niet kunnen betrappen.''

In maart van dit jaar werd Van der Heijden (53) het gezicht van het protest tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs. Met megafoon in de hand scandeerde hij op het Malieveld in Den Haag, voor ruim tienduizend studenten, de leus `Wouter en Jan Peter, dat moet beter!' Sindsdien, zegt hij zelf, is er ``een maatschappelijke opstand uitgebroken om het hoger onderwijs te redden van de uitverkoop''. ``Niet alleen de instellingen en studenten zelf, ook de werkgevers vonden de manier waarop de politiek met het hoger onderwijs omging liefdeloos. Het werd als sluitpost op de begroting beschouwd.''

Nu, twee maanden en een gestrande formatiepoging van CDA en PvdA verder, is het hoger onderwijs plotseling weer een `topprioriteit' in Den Haag. Althans, in een brief die de informateurs eergisteren naar de Staten-Generaal stuurden, staat dat onderwijs, onderzoek en kennis `speerpunten' in de komende vier jaar moeten zijn. En daarom, schrijven de informateurs Korthals Altes (VVD) en Hoekstra (CDA), zijn er ``substantiële intensiveringen'' nodig.

Klinkt mooi, geeft Van der Heijden toe. ``Maar verderop in de brief lees ik weer dat de publieke sector een efficiencykorting te wachten staat. Dat betekent gewoon bezuinigen. Bovendien is de vórige bezuiniging tot 143 miljoen euro van Balkenende-I nog niet van tafel. Ik mag blij zijn als we per saldo ongeveer op nul uitkomen.''

Deze week stuurde de Sociaal-Economische Raad (SER), waarin Van der Heijden kroonlid is, een brandbrief naar de informateurs. De toch al kwakkelende economie wordt bedreigd door de slechte staat waarin de kenniseconomie verkeert. ``Productiviteitsverhogende investeringen ter versterking van de fundamenten van de toekomstige economie'' zijn volgens de brief ``van groot belang''. Er moet, met andere woorden, gewoon meer geld voor onderwijs en onderzoek bij.

Waar leidt het gebrek aan investeren in kennis toe?

``Er dreigt volgens een recent arbeidsmarktonderzoek rond 2006 een enorm tekort aan wis- en natuurkundigen, medici, werktuigbouwkundigen en andere kenniswerkers in Nederland. Maar dat is niet het enige. Bedrijven brengen steeds minder nieuwe producten op de markt, omdat er minder wordt geïnnoveerd. Nederland stond altijd bovenaan in innovatie, maar op de wereldranglijst zijn we gedaald van de derde naar de vijftiende plaats. Al met al wordt de economie ernstig bedreigd. We moeten daarom blijven investeren in onderwijs en onderzoek.''

Hoe groot is het tekort aan de Universiteit van Amsterdam?

``Wij moeten volgend jaar twaalf tot vijftien miljoen euro bezuinigen. Dat komt grotendeels door de efficiencykorting van de overheid, maar ook omdat we het natuurkundig laboratorium voor 28 miljoen euro moeten saneren. Vorig jaar is daar asbest aangetroffen. De overheid wil daar niet aan bijdragen. We hebben nog wat ruimte, maar we ontkomen niet aan forse bezuinigingen. We willen het onderwijs en onderzoek sparen, dus gaan we korten op het ondersteunend personeel.''

Staatssecretaris Nijs vindt dat onderwijsinstellingen niet moeten zeuren om meer geld, maar eens moeten zorgen dat het rendement van de opleidingen omhoog gaat.

``In Nederland is er geen selectie van aankomende studenten, en wat mij betreft moet dat ook zo blijven. Maar dat levert ook nadelen op. Aan de UvA kampen we al jaren met een grote uitval van eerstejaars studenten, met name in de sectoren rechten, economie en psychologie. Elk jaar haakt 30 à 40 procent van de studenten af. Op een gegeven moment komen ze er achter dat ze verkeerd hebben gekozen, of ze hebben andere dingen aan hun hoofd. Daarom moeten we van alles ondernemen om het rendement omhoog te krijgen. We hebben op de UvA in het eerste jaar een wat schoolse manier van werken ingevoerd met werkgroepjes en werkstukken die punten opleveren voor een tentamen. Alles om de student bij de les te krijgen. Desondanks blijft de uitval op hetzelfde niveau. Bij economie hebben we nu het bindend studieadvies ingevoerd en we onderzoeken of dat ook bij andere sectoren ingevoerd moet worden. Haalt een student in het eerste jaar minder dan de helft van het aantal verplichte punten dan zeggen we sorry. Aan de andere kant moet de overheid ook proberen om deze problemen aan te pakken.''

Wat kan de overheid doen om het rendement te verhogen?

``Er zijn twee mogelijkheden. Ten eerste het studiefinancieringssysteem omvormen tot een soort sociaal leenstelsel, met bijvoorbeeld een renteloze lening. Waarom weet ik niet precies, maar studenten willen niet lenen. Dus moet het lenen gepropageerd worden en door een ander systeem maak je het lenen minder bezwaarlijk; je investeert in jezelf. Later kun je dat prima afbetalen. Van een studiebeurs alleen kun je niet leven, maar omdat studenten niet willen lenen, werken ze tegenwoordig in plaats van te studeren. Maar als studenten achttien tot vijfentwintig uur per week aan hun baantje besteden zijn we niet goed bezig. Een tweede oplossing is de studiebeurs verder verhogen. Alle beurzen samen kosten de overheid jaarlijks een miljard euro, op een totale begroting van zo'n zesentwintig miljard euro. Dat stelt niet zoveel voor, je moet investeren in je jeugd. Procentueel stromen er in Nederland veel minder leerlingen door naar het hoger onderwijs dan in de rest van Europa.''

Onlangs adviseerde de SER, waar u ook lid van bent, om het collegegeld voor studenten te verhogen. Leidt dat juist niet tot minder instroom van eerstejaars studenten?

``Niet zolang je de toegankelijkheid van het onderwijs garandeert en studenten renteloos laat lenen. Maar als je een goed product levert, moet een verhoging van het collegegeld kunnen. We moeten studenten duidelijk maken dat studeren een investering in jezelf is en dat lenen daarom helemaal niet erg is. Toen ik afstudeerde had ik ook 50.000 gulden schuld. Die heb ik moeiteloos afbetaald.''

Wat wil u verder doen om het rendement van de universiteit te vergroten?

``Ik zou willen dat havisten met een hbo-propedeuse niet meer kunnen overstappen naar de universiteit. Jaarlijks stromen er honderden van deze studenten in bij met name economie, rechten en psychologie. En na een jaar zijn ze vrijwel allemaal weer afgevallen. Dat is niet zo gek, want het havo bereidt niet voor op het wetenschappelijk onderwijs. Vaak vinden ze het onderwijs toch theoretisch of kunnen ze het niveau niet aan. Maar we zijn verplicht ze toe te laten, al raden we het ze nu sterk af. Omdat er een wetswijziging voor nodig is, pleiten de universiteiten hier al langer voor bij het ministerie van Onderwijs.''

Hoe garandeert u de toegankelijkheid van de universiteit voor hbo-studenten? De bedoeling van de bachelor/masterstructuur, die vorig jaar is ingevoerd, was immers juist om de doorstroming tussen hbo en wo te bevorderen.

``De Universiteit van Amsterdam heeft uitstekende contacten en afspraken met de hbo-opleidingen in Amsterdam. Als een economie-student aan de Universiteit zegt toch meer een praktijkmens te zijn, zeggen we `prima, we hebben goed contact met de hbo-economie. In januari is er een instroommoment en begin dan daar.'

``Het probleem was altijd dat de universiteiten en hbo-instellingen elkaar beconcurreerden, dat proberen we nu te voorkomen. Beide vormen van onderwijs zijn wezenlijk verschillend. Door de samenwerking proberen we de scheiding scherper te maken. Aan de andere kant is het voor studenten wel mogelijk om na het afsluiten van vier jaar hbo in te stromen in een master-opleiding van de universiteit. Ze volgen daarvoor in het derde en vierde jaar van hun opleiding aanvullende vakken, zodat ze nauwelijks overstapproblemen ondervinden.''